Riva's Tijdcapsule: Disco op de brandstapel
Boekverbrandingen zijn niet voorbehouden aan Nazis of fundamentalisten. In de Verenigde Staten, 'land of the free', zijn er stapels vinylschijven in rook en vlammen opgegaan. The Beatles waren in 1966 het mikpunt van een christelijke haatcampagne en in 1979 werden in Chicago massaal disco 12 inches en albums opgeblazen. Het incident staat bekend als de Disco Demolition Derby.
 
In 1978 was disco ongemeen populair in de Westerse wereld. De film Saturday Night Fever had een jaar daarvoor het disco fenomeen tot de onhiptste uithoeken van de samenleving gebracht. Bee Gees, Tramps en andere acts van de Saturday Night Fever soundtrack bleken een abonnement op de hitlijsten te hebben. Grote rock acts als Rolling Stones en Rod Stewart scoorden hits met disco-getinte tracks. Dat kon niet goed blijven gaan.

De disco backlash kondigde zich aan in de zomer van 1979 en kreeg zijn symbolische climax in de Disco Demolition Derby. Eind jaren '70 was het genre van de sissende hi-hats en uitbundige orchestraties zo populair dat radiostations besloten om hun format, sinds eind jaren '60 gericht op albumtracks en niet op singles, aan te passen en voortaan alleen disco te draaien. Zo ook WDAI in Chicago, waar radio jock Steve Dahl zijn baan verloor.

Gruppo Sportivo
Dahl vond emplooi bij WLUP, een directe concurrent van WDAI die de albumtracks trouw bleef, en liet zich achter de microfoon regelmatig laatdunkend uit over disco. Daarin stond hij trouwens niet alleen, want ook in Nederland was disco in 1979 onderwerp van satire en zelfs openlijke vijandigheid. De Haagse new wave band Gruppo Sportivo scoorde dat jaar een hit met Disco Really Made It ('it's empty and I hate it'). Het bleek het grootste succes van hun loopbaan.
 
Achter de radiomicrofoon van WLUP richtte Steve Dahl The Insane Coho Lips Anti-Disco Army op, een soort 'Niet Trots op Disco' organisatie. Hij had echt iets tegen het genre, want hij nam zelfs een disco parodie op, Do You Think I'm Disco?, op de melodie van Rod Stewarts Do You Think I'm Sexy? Toen de beslissende wedstrijd om het Amerikaanse honkbalkampioenschap werd gezet op 12 juli 1979, in het Comiskey Park in Chicago, zagen Dahl en de directie van WLUP hun kans schoon om een ludieke anti-disco actie te organiseren. Wie aan de kassa een foute discoplaat inleverde, kon voor 98 dollarcent naar binnen.
 
Phoenix
De bedoeling was om alle zo ingezamelde discoplaten te verzamelen in een groot krat en dat krat, midden op het veld en na afloop van de wedstrijd, met veel vertoon van vlag, wimpel en decorum naar onze lieve heer te dynamiteren. Er was gerekend op 12.000 bezoekers, er kwamen er 90.000. Die hadden allemaal een discoschijf meegenomen, ze zeilden als frisbees over de tribunes en het veld. Dahl jutte het publiek op en het 'disco sucks' schalde door het stadion. Het moment supreme, de explosie, sloeg een krater in het speelveld en veroorzaakte enkele brandjes. En een heuse rel, de ME moest eraan te pas komen. In de film The Last Days Of Disco (1998) zijn beelden van het voorval te zien.
 
De Disco Demolition Derby heeft bijgedragen aan de (commerciële) neergang van het genre, zoals Dahl later toegaf. Nile Rodgers, voorman van de destijds populaire disco groep Chic, vertegenwoordigde de stem der rede: "Voor ons voelde het als een boekverbranding door de Nazis." Het moet de enige maal uit de geschiedenis van de populaire muziek zijn geweest dat een genre doelbewust onderuit werd gehaald door een dj die zijn baan verloor. Treffend dat een paar jaar later de natuurlijke opvolger van disco - house - werd geboren in dezelfde stad waar de Disco Demolition Derby plaatsvond. Dansmuziek is een phoenix.

Het duo Microfilm (Matt Keppel en Matthew Mercer) maakte de track Disco Demolition Derby: hij staat op hun zojuist verschenen download album, I Am Rewired (Remixes 2006-2010), uit via Fiche Music.

Disco Demolition Derby: 30 jaar later