Unit Moebius houdt van 'een beetje lelijk'

‘Je treft het, SD Records is net mijn nieuwe plaat komen brengen,’ Jan Duivenvoorden, mede-initiator en enig overgebleven lid van Unit Moebius komt aangelopen met onder zijn arm een doorschijnende plastic tas vol vinyl. ‘Ik heb de muziek nog niet van plaat gehoord, maar volgens mij heb ik hier alleen nog maar een oude pick-up met ingebouwde versterker liggen. Nou ja, dan krijg ik in ieder geval een eerste indruk.’

Eerst maar eens een mythe ontkrachten. Unit Moebius Anonymous, zoals de voormalige, legendarische techno-band na de solo-doorstart van Duivenvoorden heet, haalt al zijn muziek uit apparaten die passen in een rolkoffer met de afmeting van een gemiddeld stuk handbagage, en dus niet uit een verzameling van de meest obscure vintage collector's-items, zoals de bekende foto van Paul Langlade (zie de serie West Coast Boys: Dutch Electro Portraits) suggereert. ‘Laptop, midi-controller, mixer, twee synthesizers en wat effecten, in principe is dat alles wat ik nodig heb.' zegt de Hagenaar. 'Waar het om gaat is dat je op een snelle manier kan werken met je apparatuur, en hoe makkelijk je op een spontane manier muziek in beweging kan houden. Feitelijk haal je uit een computer met een paar extra knoppen hetzelfde als uit een hele batterij synthesizers en drumcomputers. De apparaten op die bewuste foto heb ik nog wel, maar gebruiken doe ik ze niet meer.’

unit_I.jpg

Het ontstaan van Unit Moebius aan het begin van de jaren negentig is onlosmakelijk verbonden met de geboorte van het Bunker-label van Guy Tavares, de Haagsche kraakscene en de uit de punk overgewaaide doe-het-zelf-attitude. Snoeiharde acid-techno, gemaakt voor donkere zalen met stroboscopen en rookmachines. Platen zonder titels ook, want het ging ze, net als hun Underground Resistance-voorbeelden uit Detroit, puur en alleen om de muziek. Nog zo’n mythe die niet helemaal klopt? Unit Moebius heeft altijd bestaan uit vier prominente leden uit de Haagse scene: Duivenvoorden zelf, Ferenc ‘I-f’ van der Sluijs, Guy Tavares en Menno van Os. ‘Er is ooit een keer een foto van ons vier gemaakt, waardoor veel mensen dachten dat Unit Moebius altijd uit die vier artiesten bestond, maar het zit ingewikkelder in elkaar dan je denkt,’ zegt Duivenvoorden.


‘Op de middelbare school maakte ik al muziek met een vriend van me, Richard van den Bogaert. Toen ik naar Den Haag verhuisde, ontmoette ik Guy voor het eerst. Hij had toen al enorm veel ideeën die hij wilde realiseren, maar de muziek die wij destijds maakten was absoluut verschillend. Richard, Guy en ik zijn toen maar een beetje gaan aanklooien, en hebben toen met zijn drieën de eerste Unit Moebius platen gemaakt, ook omdat Guy graag een eigen label wilde hebben. Die allereerste producties waren of samenwerkingen tussen Richard en mij of tussen Guy en mij. Bunker vestigde toen in één klap haar naam, die platen sloegen aan.’

Scheef tempo
Bunker 001 is een collecter's-item, een relikwie met een prijskaartje. ‘Van die allereerste release, niet dat dat heel veel platen waren maar toch, werd gelijk alles verkocht aan Boudisque, de grote platenwinkel en -distributeur in die tijd. In het begin was het voor ons vooral een kwestie van samen kijken naar de technische kant van produceren, dat was wat ik met Guy deed, zonder dat we uiteindelijk samen heel veel nummers hebben gemaakt. Eén van de fijnste dingen van elektronische muziek is dat je het in je eentje kan maken, onze samenwerking liep prima in eerste instantie, maar geleidelijk aan ontstond meer differentiatie, waarbij Guy zich meer profileerde als (label)manager en spreekbuis van het collectief Unit Moebius.'

Desondanks was de impact van Bunker enorm, iets wat voor een groot deel aan het DIY-gevoel van de Unit Moebius-platen te danken was. Tracks liepen zo scheef als maar kon en kraakten door de primitieve opnameapparatuur (lees: onder andere een half-defecte cassetterecorder) aan alle kanten, maar het gaf de muziek iets eigens. ‘Het opnametempo van die cassetterecorder was niet strak. Dan had je bijvoorbeeld een nummer dat een paar tempo’s hoger eindigde als dat het begon, maar dan hadden we al een afspraak bij de platenperser gemaakt, en was dit de enige manier om het nog op DAT-formaat te kunnen krijgen. Het maakte ons niet zoveel uit, je moest die plaat gewoon een beetje naar beneden pitchen als je hem wilde draaien.’

Strak of niet, het donkere, beangstigende en soms panische geluid van de acid en techno van Unit Moebius zou de blauwdruk vormen voor een dozijn elektronische acts na hen. In de terecht bewierookte documentaire When I Sold My Soul to the Machine (2004) stelt Jan Katsma, de man achter Syncom Data Records, het als volgt: ‘Het grootste compliment dat ik voor mijn eigen producties kan krijgen, is dat het in de buurt komt van het oude Unit Moebius-geluid.' En ook de jongste generatie producers is schatplichtig. Apparat bijvoorbeeld, kopieerde de manier waarop Unit Moebius gitaareffectpedalen gebruikte om de kick uit een drumcomputer meer schwung te geven. Duivenvoorden: ‘Wij maakten echt uitsluitend voor onszelf muziek, waren niet bezig met beantwoorden aan een bepaald verwachtingspatroon en moesten ons behelpen met de apparaten die we tot onze beschikking hadden. Een beetje aanrommelen met lo-fi bandrecorders, meer was het niet, maar als dat genoeg is, dan is het genoeg. Dan komt het niet bij je op nog meer synthesizers te gaan kopen.’ 

En dus maakt hij nog altijd op dezelfde manier muziek, met minimalistische middelen. ‘Vorige week had ik een vriend uit Frankrijk op bezoek die software voor Native Instruments ontwikkelt, en hij staat er op precies de tegenovergestelde manier in. Het kan hem niet complex genoeg zijn, dan gaat het vooral om het creëren van een oneindig aantal mogelijkheden. Voor mij zou dat niet werken, ik maak mijn beste dingen met beperkte middelen. Dit is de apparatuur waar je het mee moet doen, zoek de grens maar op. Het heeft deels ook met smaak te maken,’ geeft Duivenvoorden toe. ‘Ik hou er wel van als muziek een beetje lelijk klinkt, als de geluidskwaliteit matig is. Als je muziek maakt met moderne computers moet je echt je best doen om iets slecht te laten klinken.’

Die imperfectie heeft in zekere zin ook bijgedragen aan het Unit Moebius-geluid, dat inderdaad allesbehalve gepolijst klinkt. Lastig wordt het wanneer het onvermijdelijke gebeurt en de krakkemikkige, maar karakteristieke hardware het begeeft. 'We hadden een analoge mixer waar rook uit kwam - echt letterlijk een straal rook - terwijl we aan het opnemen waren. We waren dat ding ontzettend aan het oversturen en daar kon ie duidelijk niet tegen. Tegenwoordig kan je veel met plug-ins doen, maar dat is niet hetzelfde want het is veel voorspelbaarder. Maar ja, toen begaf die mixer het, en onze nieuwe mengtafel had dat natuurlijk niet, dat heeft gevolgen gehad voor ons geluid. Door de techniek veranderde onze muziek.’

De liveshows van Unit Moebius waren in het begin voornamelijk een duo-aangelegenheid. Menno van Os (alias Duracel) en Duivenvoorden stonden samen op het podium. ‘Ik kreeg dat in mijn eentje niet voor elkaar, dus ik beperkte me tot het mixen terwijl hij de synthesizer bediende. Op een gegeven moment ging Menno meer apparatuur kopen, waardoor alles een beetje dubbelop werd. Twee dezelfde drumcomputers gebruiken heeft niet zoveel zin. Later is Guy, die tot dat moment het aanspreekpunt was en ook vooral de randzaken regelde, ook mee gaan spelen. Toen kwam er dus nog een drumcomputer bij, en stonden we met zijn drieën op het podium. Dan mis je nog Ferenc, maar uiteindelijk hebben we in die viermansbezetting maar heel weinig opgetreden. Er miste altijd wel iemand, alleen is toen dus wel die beruchte foto gemaakt. Het kwam simpelweg niet uit de verf.' Dat klinkt somberder dan het lijkt, maar Duivenboorden wil nog wel een nuance aanbrengen, hij is ook trots op wat ze hebben bereikt. 'Natuurlijk zijn er ook een hoop mooie en goede dingen uitgekomen, het Unit Moebius collectief was meer dan alleen een bandje.'

'Ferenc was en is heel goed als soloartiest, maar hij heeft altijd een heel ander geluid gehad. Die koppeling konden we moeilijk maken, we betrapten onszelf er soms op dat we dan maar zijn tweeën hetzelfde gingen doen, en dat werkt natuurlijk niet. Ik heb toen de beslissing gemaakt om als band te stoppen, ook omdat onze verwachtingen best verschillend waren. Dan stonden we op plekken te spelen waar je eigenlijk niet wilde spelen, maar dat deden we dan voor het geld. Dan speel ik liever ergens waar ik wel wil zijn, zonder dat ik er iets voor krijg. Bovendien waren we ook best wel klaar met die snoeiharde, emotieloze techno die er rond 1998 uitkwam, het jaar de we ermee stopten. Alle artiesten waren verworden tot knopjesdraaiers, en dat was allerminst inspirerend. Toen ben ik een tijd lang iets compleet anders gaan doen met Charlie Watkins waarmee ik ook Shitcluster doe. Dat ging meer de visuele theaterkant op, maar ja, zoals je ziet ben ik weer terug bij de elektronische muziek.’

In 2006 was de doorstart een feit. Unit Moebius, met de toevoeging Anonymous, trad op tijdens het Haagse TodaysArt-festival. ‘Guy zei tegen me: ze willen dat je komt spelen. Prima, zei ik, maar dat doe ik bij voorkeur solo.’ Lachend: ‘Gelukkig wilden die andere mensen ook niet met mij spelen. Ik vond het een beetje suf om te zeggen: ik ben Unit Moebius. Met die Anonymous toevoeging hoop ik dat het onderscheidt duidelijk is, dit is niet de band.’

Optredens blijven volgens Duivenvoorden schaars. ‘Ik treed als Unit Moebius Anonymous hooguit drie à vier keer per jaar op, in september en oktober bij uitzondering vier keer in twee maanden, maar dat is wel veel. Het vergt nogal wat voorbereiding, omdat ik altijd iets nieuws probeer te verzinnen. Dan neem ik me voor om ruim van te voren te beginnen, maar wordt het vaak toch last-minute-werk. Als ik te lang bezig ben met voorbereiden, gaat het me simpelweg vervelen. Eigenlijk zou ik elke dag wat tijd vrij moeten houden om muziek te maken, maar dat vind ik moeilijk. Hoewel ik mijn oude Amiga nog heb, zijn de bijbehorende floppy-disks overleden. Uit dat materiaal kan ik dus niet meer putten.’

Zijn nieuwe album SD23 bevat dus louter nieuwe muziek. De dubbel-lp is volgens Duivenboorden ‘niet meer dan een in stukken geknipte live-set'. 'Ik had er een beetje moeite mee want ik wist niet zeker of mensen deze muziek zouden trekken. Maar Jan Katsma van Syncom Data had het op zijn autoradio gedraaid en kon na een paar keer afspelen niet meer zonder, zei hij. Schijnbaar waren er meer mensen enthousiast, dus toen had ik zoiets van: doe maar. Ik vind het belangrijk dat je hoort dat muziek spontaan gemaakt is. Dat hoor je alleen wanneer er dingen fout gaan, zoals in een live-set. Daarom is deze plaat niet perfect, maar wel spannend. Ik zou hem zelf alleen niet meer zo snel terugluisteren.’

Eind september ligt SD23 in de winkel. Unit Moebius speelt live op het twintigjarig bestaan van Bunker, een weekend later staat hij samen met Guy Tavares op het TodaysArt festival en op 21 oktober komt hij naar Amsterdam.