Zaterdagbijlage: DJ Fusion: 'Drum 'n bass is volop in beweging'

Drum ’n bass, je weet wel, dat genre waarnaar je ophield te luisteren toen je zeventien werd, je Airwalks de prullenbak in gooide en Photek house ging maken. Flauw natuurlijk, maar er zit voor velen een kern van waarheid in. En dat, vinden liefhebbers, is doodzonde. Het genre is springlevend, zegt Tempo-labelbaas Frodo van Steijn alias DJ Fusion. ‘Techno-producers vragen mij regelmatig hoe het komt dat onze platen zo dik klinken.’

Van Steijn is één van de Nederlandse sterkhouders van drum ’n bass en aanverwanten, en bracht op zijn eigen label recent de wonderschone vinyldubbelaar Fabric of Space uit van PRPLX, een duo waar hij zelf een helft van is. Te midden van het metershoog gestapelde vinyl van zijn werkgever Clone weet Van Steijn met moeite een plekje vrij te maken voor de interviewer. ‘Het gaat goed hier ja,’ zegt de exportmanager, lurkend aan een bak koffie. ‘Er zou een soort van crisis zijn,’ lacht hij als hij ziet dat ik met verbazing kijk naar de ontelbare dozen die klaar staan om verzonden te worden. ‘Wij merken er niet zo veel van.’ Fantastisch, goed ook, maar niet de reden van dit bezoek. Fabric of Space, door Van Steijn samen met Jerry de Steur alias Deepflow geproduceerd, is een fascinerende plaat vol meeslepend energieke breakbeats en meer.

Twente
Zijn eerste stappen in het Nederlandse drum-’n-basswereldje zette Van Steijn ooit in de voorloper van het huidige poppodium Metropool in Hengelo. Daar gaf de Oldenzalenaar zijn eerste feest of, zoals hij met gepaste trots zegt: ‘het eerste drum ’n bass feest van Oost-Nederland. Hoe dat heette? Volgens mij gewoon Jungle, de verzamelnaam voor alle elektronische muziek met een ‘Amen’-break. Dat was in 1994, het gloriejaar van drum ’n bass, niet alleen internationaal maar ook in Hengelo. ‘Als je achteraf kijkt naar de muziek die wij daar toen draaiden, kan je een parallel trekken met de ontwikkeling van drum ’n bass in het algemeen. In het begin werd alles door elkaar gedraaid, van breakbeat tot techno en house, later werd het steeds specialistischer. Nu zijn we op een punt beland dat die crossovers weer meer en meer gemaakt worden, house en techno passen weer in een breakbeat-set.’

Nadat Van Steijn in Twente vier jaar lang in elke hut met een geluidssysteem een drum-’n-bass-avond had gepromoot, liet hij het oosten voor wat het was en verhuisde hij naar Rotterdam. Niet in de laatste plaats omdat hij een baan kreeg aangeboden bij een Nederlands instituut in zijn geliefde genre, distributeur Triple Vision. ‘Ik zat elke week drie uur in de trein om in de winkel in Rotterdam de laatste platen te checken. Dus inderdaad, ook voor mij gaat dat clichéverhaal op: of ik niet aan de andere kant van de toonbank wilde komen staan.’ Lacht: ‘Al had het voor hun ook voordelen, hoor. Ik hield heel fanatiek een aantekeningenboekje bij met de nieuwste platen. Kwam ik daar en vroeg: jongens, hebben jullie deze al, nee? Dat kennen we niet, wat is dat? Het mes sneed aan twee kanten. Alles wat relevante informatie bevatte; dj-lijstjes, magazines, archiveerde ik.’

Zijn obsessie voor die specifieke break, of beter gezegd de vele genres die er op zijn gebouwd, dankt van Steijn aan een bataljon Engelse soldaten dat begin jaren negentig net over de Duitse grens bij Oldenzaal gestationeerd was. ‘Het radiostation waar zij naar luisterden bestaat nog steeds, maar in die tijd was het Britse BFBS dé zender voor Engelse troepen in Duitsland. 'Omdat we zo dicht bij de Duitse grens woonden, konden wij die zender ook ontvangen. We zaten op zaterdagavond aan de radio gekluisterd en hoorden Engelse dj’s draaien. Het klinkt misschien raar, maar wij werden door die soldaten op BFBS geattendeerd, omdat ze in hun vrije tijd af en toe naar Enschede, maar ook naar Oldenzaal kwamen. Je had daar toen een club genaamd De Warehouse en dat was best een leuke tent. Het publiek was een mix van Duitsers, Engelsen en Nederlanders en er werd af en toe een breakbeat gedraaid. In Oldenzaal. Kan je het je voorstellen? In een gat met nog geen 35.000 inwoners werd je netjes bediend van je vooruitstrevende muziek.’

Gelukkig huwelijk
Het was liefde op het eerste gehoor en bleek de basis voor een muzikaal huwelijk dat al meer dan twintig jaar probleemloos standhoudt. De huwelijksreis ging uiteraard naar Londen, het mekka van de drum ’n bass. ‘Ik was denk ik een jaar of vijftien, en als je je in die tijd ging verdiepen in het genre, kwam je hoe dan ook in Londen uit. Daar gebeurde het, daar moest je zijn.’ Van zijn zakgeld kochten Van Steijn en zijn vrienden een busticket, op weg naar de heilige graal. ‘De meeste platenzaken zijn in de wijk Soho, alleen waren het er vroeger veel meer. Je had er sowieso een stuk of vier of vijf die zich gespecialiseerd hadden in drum ’n bass. Dus wij hop, voor dag en dauw de bus in naar Calais, met de veerboot over Het Kanaal, helemaal verrot aankomen, platen shoppen, uitgaan, en dan om zes uur ’s ochtends weer bij de bushalte staan om terug te gaan.’

Het is 1995, iedere zichzelf respecterende Londense middenstander pompt drum ’n bass door de speakers. Op clubavonden als Speed van LTJ Bukem en Fabio, de Metalheadz Sunday Sessions-avond van Goldie en de initiatieven van Roni Size bereikt de de drum ’n bass-hype zijn hoogste pieken. ‘Het mooie aan die evenementen was dat publiek, producers en dj’s elkaar ontmoetten op de dansvloer. Ik kan me nog herinneren dat ik op Photek ben afgestapt. Hij is er voor een groot deel debet aan geweest dat ik me überhaupt ben gaan interesseren voor het genre. Zo ging dat in die tijd, die jongens waren in voor een praatje over muziek. Dat hele hokjesdenken was toen ook minder, in Brixton Academy bijvoorbeeld hoorde je veel verschillende stijlen door elkaar.’

Voer voor romantici natuurlijk dit soort verhalen, nostalgie, prachtige anecdotes die je er subtiel aan herinneren dat elektronische muziek een bijzondere passie is. Maar, drum ’n bass was twee decennia geleden zonder twijfel ongehoord, de UK-bass van de jaren negentig – inventief, spannend. Maar hoe relevant is het genre tegenwoordig nog? Bestaat er überhaupt een levendige drum ’n bass-scene? Ja, in India en Zuid-Afrika, weten we dankzij Van Steijns maatje Nymfo, maar in Europa? En zit er nog rek in het genre, of blijft het teren op dezelfde breaks?

‘Vergis je niet,’ pareert van Steijn, ‘de drum-’n-bass-scene is groot. Er wordt ontzettend veel muziek gemaakt, ook in Nederland. Het is de media-aandacht die in verhouding klein is. Ieder land heeft tegenwoordig zijn eigen drum-’n-bass-scene, compleet met clubs, labels, producers en publiek. Iedere Nederlandse stad met een poppodium heeft een drum-’n-bass-avond. Alleen van de nationale dagbladen of zelfs van een alternatief muziekmedium als DJBroadcast moeten we het niet hebben.’

Hij heeft gelijk. Hoe vaak lees je hier nou over internationale fenomenen als Black Sun Empire of Noisia? Het is volgens Van Steijn geen verwijt. ‘We moeten het niet alleen bij de media zoeken. Misschien is de drum-’n-bass-scene nog steeds redelijk gesloten? Dat is ie van oudsher altijd geweest, de behoefte om naar buiten te treden is nooit groot geweest. Het gaat tegenwoordig al stukken beter vind ik, maar vroeger hoefde je als buitenlander bijvoorbeeld niet te rekenen op de steun van een Engels label. Kijk maar naar de discografieën van de bekende UK-imprints, daar vind je de eerste paar jaar alleen maar Britse namen. Ze namen je als buitenstaander niet serieus. Eerlijk is eerlijk, de producties waren ook niet van dat niveau. Die Engelsen hadden een flinke voorsprong.’

deest.jpg
Omgekeerde wereld
Hoe anders is dat nu. Nederlandse drum-’n-bassproducers kunnen een potje breken, ze grossieren in releases op gerenommeerde labels. Nymfo bijvoorbeeld op Klute's Commercial Suicide en Teije van Vliet alias Lenzman op Goldie's Metalheadz-label. ‘Nederlandse producers hebben relatief gezien altijd een heel hoog niveau gehaald. Het gebeurt regelmatig dat er een technoproducer naar me toe komt met de vraag: goh, hoe maak je dat dan, drum ’n bass? En vooral: hoe komt het dat je producties zo dik klinken?’

Wie wil weten hoe dat klinkt, ‘dik’, checkt Fabric of Space. Niet minder dan vier dikke plakken (doorzichtig) vinyl waren er voor nodig, maar na twee jaar schaven en editen kon Van Steijn de plaat eind vorig jaar eindelijk uitbrengen. De reacties zijn lovend, en niet alleen uit de drum-’n-basshoek. Ook gekende techno- en houseproducers als Morning Factory en Duplex zijn fan. ‘Ik denk dat deze dubbelaar een reflectie is van de veelvoud aan stijlen die drum ’n bass vooral midden jaren negentig hebben beïnvloedt. Het is vrij diep en donker, maar wel met een bepaalde warmte. Welke invloeden dat zijn? Die van een Photek, Source Direct en Adam F bijvoorbeeld, maar met een beetje fantasie hoor je volgens mij ook raakvlakken met Underground Resistance en Drexciya. Niet dat ik ons daar mee wil vergelijken, absoluut niet, maar qua sfeer.’

En waar van Steijn vroeger met jaloezie naar Londen keek, worden de tracks van PRPLX nu gedraaid door zijn Britse collega’s. In de club en op de radio. ‘Vooral ‘Taiga’ doet het goed, die wordt veel gedraaid door dj’s, en Goldie mag ‘Pulsar’ graag opzetten. Ik kreeg een mail van hem met daarin zijn huisadres, of ik alsjeblieft een exemplaar van het album wilde opsturen. Dat blijft toch nog steeds het allerleukste van muziek uitbrengen, dat mensen er zo enthousiast op reageren. Maar zo makkelijk komt het je niet altijd aanwaaien. Ik vind dat je als labeleigenaar ook best een beetje ondernemend mag zijn. Een voorbeeld? Nou, op woensdagavond heb je op Rinse FM de radioshow van DJ Flight – een aanrader trouwens – en ik weet van haar dat zij bij Black Market Records werkt, dus ga ik daar dan langs om mijn nieuwe plaat af te geven, een praatje te maken. Toen ik er onlangs was om Fabric of Space af te geven, was ze niet aan het werk. Ik heb het toen achtergelaten met de vraag of haar collega de platen aan haar kon bezorgen. Toen ik een paar weken later op Rinse FM inschakelde, draaide ze een track van ons.’

Tot slot nog de vraag of dat flauwe clichébeeld van die Airwalks nog opgaat. Van Steijn kan er gelukkig om lachen. ‘Er staan zeker mensen op skateschoenen te dansen, dat is nooit veranderd. Maar laten we vooral kijken naar de muzikale ontwikkelingen, die hartstikke interessant zijn. Zoals ik al zei, alles is aan het versmelten. Wat mijn eigen plannen zijn? Op korte termijn meer muziek uitbrengen op mijn eigen label, maar ook op zoek blijven naar nieuwe dingen, blijven graven. De eerstvolgende release op Tempo wordt een 12-inch van de Arnhemse producer Switch, een jongen die al regelmatig op Engelse labels uitbrengt. Maar om nog even terug te komen op je vraag, wat me opvalt is dat ons publiek de laatste jaren heel gemêleerd is. Ja, ze zijn misschien wat aan de jonge kant, maar in drum ’n bass zit nou eenmaal een enorme energie. Je moet wel een beetje soepel kunnen bewegen.’

DJ Fusion draait op 30 maart op Dimension in Waterfront te Rotterdam en met PRPLX op Cheecky Monday in Amsterdam (datum wordt nog bevestigd). Het PRPLX-album vind je hier.