Planet Rose, bek houden en dansen

In januari viert de clubavond Planet Rose zijn negentienjarig bestaan. Het is daarmee de langstlopende reguliere clubavond van Nederland. Sterren als Daft Punk, Jeff Mills, Ben Klock en Laurent Garnier traden er op, net als parels uit de niche als Plaid of Pépé Bradock. In de loop van 2014 (exacte datum nog onbekend) zal het karakteristieke gebouw aan de Groenewoudseweg plaats maken voor een spiksplinternieuw poppodium in het centrum. Een pand dat extra mogelijkheden biedt voor Planet Rose. Toch neemt men met pijn in het hart afscheid van de huidige locatie. We spraken met Darko Esser, DJ Pure, Brent Roozendaal, Roger Gerressen, El Mundo en Ab van Haren over de magie van Planet Rose.

Wat maakt Planet Rose tot zo’n instituut, tot die magische plaats voor de vele dansvloerkrijgers die het bezochten? Volgens Roger Gerressen van ESHU – bezoeker sinds 1999 - zie je al meteen bij aankomst dat het pand met al zijn graffiti een vette plek is. Helemaal omdat het een groot contrast vormt met de woonwijk waar het middenin staat. En dan het publiek. ‘Als je daar een goede avond hebt staan alle gezichten gericht op de DJ. Dan is het iedereen bek houden, om schouder-tegen-schouder de hele nacht te blijven dansen.’

‘Planet Rose belichaamt de
oergedachte van house’


Brent Roozendaal (32) - DJ en en organisator van Drift - was vijftien toen hij ‘Roosje’ voor het eerst bezocht. ‘Toen ik binnenkwam voelde het meteen als een warme deken. Er heerst in Doornroosje totaal geen attitude. Er is een open deurbeleid waardoor je het wel heel bont bij de portiers moet maken wil je niet binnen komen. Tijdens mijn studie in Nijmegen kwam ik er bijna wekelijks om muziek te horen die ik nooit gehoord had. Ik ben er muzikaal opgevoed.’

What you see is what you get’, dat is Planet Rose volgens Peter Entjes. Hij is als resident DJ Pure gangmaker van het eerste uur en zag een bont gezelschap aan nachtvlinders voorbijvliegen: techno heads, rockers, dreadlocks en studenten. Maar muziek is de verbindende factor. Planet Rose belichaamt de oergedachte van house.

‘Als je iemands biertje omstoot krijg je zelf een biertje, waar je op andere feesten misschien wel een klap krijgt’, zo omschrijft lichtman Ab van Haren gekscherend de sfeer. De gemiddelde leeftijd mag dan tussen de twintig en dertig liggen, niemand kijkt er vreemd van op als er een ouder persoon als hij (49) tussenstaat. Volgens programmeur Darko Esser heeft studentenstad Nijmegen een alternatieve smaak waar muziek links van het midden het goed doet. Zo zijn er voor een middelgrote stad (kleine 170.000 inwoners) relatief veel kleine labels waaronder ESHU, Wolfskuil, Photic Fields, Balans en Shipwrec.

Gitaren naar de G-spot
Planet Rose mag dan negentien lentes jong zijn, in 1995 was house al zeven jaar in Nederlandse clubs te horen. Entjes draait de muziek en organiseert feesten sinds het prille begin. In de vroege jaren negentig was hij te vinden op plaatsen als Club Keizer Karel en feesten als Club Extravaganza en De Plak. Voor het ontstaan van Planet Rose was er op zaterdag The Ultimate Dance Construction, een clubavond met gitaarmuziek tot house. Het rock- en dancepubliek sloot echter niet op elkaar aan. Entjes: ‘Als er rock werd gedraaid gingen de houseliefhebbers de dansvloer af en andersom. Daarom werd besloten om de twee te ontkoppelen; gitaren op de vrijdag tijdens G-Spot, zaterdag dance met Planet Rose.’

Doornroosje4.jpg

De clubavond was een initiatief van Ger Laning. Hij was in die periode als technicus verbonden aan Doornroosje. Met The Ultimate Dance Construction kreeg hij van de directie uren om de nieuwe functie van dance-programmeur in te vullen, samen met een creatief team dat bestond uit resident-DJ’s Hans Wolters, Esther Aerts en Entjes. Die laatste verbleef toen veel in Berlijn waar hij met regelmaat de club Planet bezocht - de voorloper van de Tresor - waaruit de naam Planet Rose werd gedestilleerd.

‘Negentig procent van de
bezoekers kende die artiesten niet’


Geen kolkende massa’s

De eerste edities van Planet Rose waren geen groot succes. Gemiddeld kwamen er volgens Entjes maximaal tweehonderd bezoekers op vierhonderd man capaciteit. Vrij snel liepen de aantallen op. De opvallende keuzes die programmeur Laning maakte trokken de aandacht. Zo haalde hij Surgeon over voor diens eerste optreden buiten de UK. Ook Daft Punk trad dat eerste jaar op met een DJ-set. In het collectief zaten mensen uit de multimediawereld. In 1998 werd een set van Speedy J in Tokyo gestreamd in Doornroosje, maar ook de minder dansbare muziek van Ninja Tune vond zijn weg. Entjes: ‘Negentig procent van de bezoekers kende die artiesten niet. We wilden ons publiek verrassen.’

De bezoekersaantallen stegen verder en ook de tweede zaal werd bij de clubavonden betrokken. Het toen nog wekelijkse Planet Rose kreeg eens in de maand een Special waarbij de eindtijd naar zes uur werd opgeschroefd. In 2000 nam Darko Esser de taken over als programmeur. Esser werkte daarvoor vanaf zijn negentiende op vrijwillige basis als programmeur in de Simplon in Groningen waarbij hij geregeld samenwerkte met Laning.

Flexibiliteit als troef
Het langdurige succes van Planet Rose is volgens Esser vooral te wijten aan de flexibiliteit van het concept. Met zowel techno als house weet het een brede groep mensen te interesseren en kan het makkelijk meebewegen met wat gaande is. Maar na een dip werd besloten de frequentie van de succesvolle en langlopende clubavond omlaag te gooien. Er werd meer op kwaliteit ingezet met grotere line-ups en ruime openingstijden. Dit pakte volgens Esser goed uit omdat het publiek bij de intrede van het millennium minder reislustig werd. Planet Rose moest wat extra’s bieden om mensen van buiten de stad over te halen om te komen.

‘Met de jaren is het wel wat
veiliger en functioneler geworden’


Esser: ‘De liefhebber wist ons altijd al te vinden, mede doordat onze alternatieve sound in de Randstad weinig terug te horen was in die periode. Met de komst van minimal is dat behoorlijk veranderd.’ Planet Rose was er vroeg bij met de komst van dat genre. Als eerste kon je er in Nederland artiesten als Ricardo Villalobos (één dag voordat hij in de Amsterdamse Mazzo stond) en de Wighnomy Brothers bewonderen.

Functioneler van aard
Maar is de Planet Rose programmering nog steeds zo progressief? Roozendaal heeft het gevoel dat voorheen muzikaal de randjes meer werden opgezocht. ‘Een act als Plaid zou ik nu niet meer zo snel verwachten. Met de jaren is het wel wat veiliger en functioneler geworden.’ De weg naar het meer ‘functionele’ technogeluid werd al ingeslagen voor zijn komst, meent Esser. ‘Met minimal heb ik het juist weer breder getrokken, door meer housy artiesten te boeken zoals Âme en Steve Bug. We wilden het flexibeler maken met oog op de lange termijn en niet op één paard inzetten.’

Doornroosje2.jpg

Voordat Doornroosje in 2006 in de Nieuwe Revue de Nachttempel Award voor beste club van Nederland won, was het volgens Gerressen altijd maar de vraag wat voor avond het zou worden. ‘Het kon volle bak zijn, maar net zo goed stond je met een handvol rasta’s te dansen.’ Hij zag vooral de kleine zaal als een kweekvijver. Als voorbeeld noemt hij een live-optreden van Mathew Jonson die hij daar voor het eerst zag. ‘Dat is nu wat minder. Er zijn sindsdien meer bezoekers. Waarschijnlijk moeten ze zich daarom richten op een hoger segment. Nog steeds kwalitatief sterkt maar misschien wat minder uitdagend.’

‘Het is ontzettend belangrijk
om een vaste basis van
lokale mensen te creëren’


Broedplaats voor de lokale scene
Volgens Esser is de kunst van het programmeren flink veranderd. Er mag dan wel meer aanbod van artiesten zijn, die markt is internationaler geworden. In het zomerseizoen zijn veel artiesten exclusief voor de festivals en de gages hoger: ‘We proberen de entreeprijs schappelijk te houden. De focus ligt de laatste jaren op de grote zaal, waar we ook nieuwe acts introduceren. Voor de tweede zaal zijn we ons gaan focussen op lokaal talent en hosten van kleine organisaties uit de regio. Het is ontzettend belangrijk om een vaste basis te creëren met lokale mensen die zich hier thuis voelen en de mogelijkheid hebben om dingen te doen.’

Met die aanpak weet Planet Rose volgens Pim van der Burg (DJ El Mundo – ook bekend als DJ-duo met Satori) nieuwe doelgroepen aan te boren, want de jonge DJ’s nemen een nieuw publiek mee. Afgelopen weekend verzorgde Van der Burg nog een Planet Rose-editie met als headliner Kollektiv Turmstrasse. Voor de openingsset van de tweede zaal organiseerden ze een DJ-contest. Ondanks het niet hele sexy timeslot was de respons groot, net als de vreugde bij de winnaar. ‘Dan zie je dat de liefde wederzijds is, ook bij die nieuwe generatie artiesten.’

Genres versplinteren
Programmeren is geen kwestie van koekeloeren in een toverbol gevuld met de nieuwste muziek. Een programmeur moet volgens Esser vooral luisteren naar de behoefte in de stad. Want wat in Amsterdam of Rotterdam populair is werkt niet per definitie in Nijmegen. Waar hij in het begin van het vorige decennium vooral vraag naar minimal proefde, merkte hij rond 2008 dat er steeds meer behoefte kwam aan een steviger Berghain-achtig geluid. ‘Wij zijn niet de enige die de richting bepalen. Het is een wisselwerking tussen dat wat er leeft en wat wij belangrijk vinden dat gehoord moet worden. Ik denk dat als je enkel elitair boekt het succes zo voorbij is. Toch moet je ook niet te meegaand en populair worden. Het spelletje draait om op de lijn balanceren tussen liefhebbers en mensen die een avondje uit willen.’

Maar is Planet Rose voor de mensen die gewoon een avondje uit willen, de gewone sterveling die niet wekelijks DJBroadcast of Resident Advisor bezoekt, geen lastig concept met allerlei vormen van techno en een beetje house? Esser geeft aan dat om die reden de avond de laatste paar jaar weer wat specifieker is geworden en er meer losse concepten naast zijn gekomen. Zo blijkt house vaak lastig op Planet Rose, terwijl het op een editie van Drift in Doornroosje juist wel werkt. Voor een nieuwe hype als UK-bass kon men tot voorheen terecht bij de avond Stellar, helaas staat dat even in de koelkast omdat het (nog) niet genoeg aanslaat.

Toch blijft Esser met Planet Rose wel de breedte opzoeken. De serie evenementen rond het negentien jarig bestaan ziet hij als een goed voorbeeld met het ‘festival big room’ geluid van Egbert, de house van Locked Groove, techno van Oscar Mulero en de ondefinieerbare James Holden.

Hippe pappies
Het publiek – zeker in de niche die Doornroosje bedient – weet in 2013 wel wat het wil, zo stelt Roozendaal. Ze komen ook voor de specifieke clubavond maar toch vooral voor de artiest. Zo trekt Donato Dozzy zo’n driehonderd man, daar waar Ben Klock vierkant uitverkoopt. ‘Mensen weten dus waar ze kaarten voor kopen.’

Gerressen denkt dat men door het internet naar meer verschillende soorten (elektronische) muziek is gaan luisteren. Daarmee is er een verbreding in smaak opgetreden. Maar dat wil volgens hem niet zeggen dat de verdieping en daarmee de intensiviteit op de dansvloer is toegenomen. Entjes zag dat mensen vijftien jaar geleden puur voor een stijl gingen en zich richtten op een specifieke subcultuur. Nu ziet hij vooral veel hipsters: ‘Mensen waren uitgesprokener. Het was techno of niets. Het publiek graast nu meer. De ene week een technofeest, de volgende week een optreden van een singer-songwriter.’

‘Ik ben er niet bang voor
dat de sfeer verdwijnt,
daar is immers het vaste
publiek verantwoordelijk voor’

Het is een ontwikkeling die op wereldniveau plaatsvindt, denkt Esser. Hij ziet nog steeds een hiphop, punk en technoscene. De verschillen op gebied van klederdracht zijn wel minder groot geworden. ‘Je kan moeilijker aan mensen zien wat hun achtergrond is. Men is breder ingesteld en daarmee ook wat homogener.’

Van der Burg ziet dat de verschillende generaties die Doornroosje bezoeken anders naar de ontwikkeling van de avond kijken, waarbij de oudere bezoekers met weemoed denken aan hoe het was. ‘Dat heeft denk ik ook te maken met ouder worden, na een tijdje heb je het allemaal wel gezien. Maar ik zie dat de nieuwe aanwas er met vol enthousiasme tegenaan gaat.’

Doornroosje6.jpg

Eindpunt Centraal Station
Een nieuw hoofdstuk staat voor Planet Rose op punt van beginnen. Het twintigjarig bestaan zal worden gevierd in het nieuwe pand midden in het centrum. Waar Planet Rose momenteel maximaal 650 man kan huisvesten, is dat straks 900 in de grote zaal en 300 in de kleine. Esser rekent erop dat door de grotere capaciteit meer mogelijk is in de tweede zaal. Iets wat de doorstroom van concepten ten goede komt, omdat de tussenstap nu ontbreekt. Doornroosje beschikt tevens over het kleine podium Merleyn waar het nieuwe artiesten en promotors een plek geeft. De stap naar een feest in Doornroosje is nu vaak nog te groot. Esser: ‘Een avond als Stellar bleek niet sterk genoeg voor een solo-evenement. Straks kun je dat in de kleine zaal neerzetten naast een avond die staat, waarbij er toch budget is voor artiesten die daarbij passen.’

‘In het begin zal de nieuwe locatie andere bezoekers trekken,’ denkt lichtman Ab van Haren, ‘de nieuwe locatie zal nieuwsgierigheid opwekken. Ook zal de gunstige ligging naast het station een factor zijn.’ Hij denkt dat het daarna wel weer normaliseert. Zelf heeft hij in de jaren negentig een soortgelijke situatie meegemaakt met de Effenaar in Eindhoven. ‘Ik ben er niet bang voor dat de sfeer verdwijnt, daar is immers het publiek verantwoordelijk voor.’

Esser: ‘We zijn voorbereid op veel kritiek. De transformatie van 11 naar Trouw is een heel mooi voorbeeld, zoiets kost tijd. Ze zijn niet afgestapt van hun visie, maar moesten het wel op een nieuwe manier invullen. Verschil is echter dat 11 en Trouw twee verschillende clubs zijn. Doornroosje blijft Doornroosje alleen in een ander pand. De avond Planet Rose hoort daarbij.’

Volgens Roozendaal zal de verhuizing een flinke kwaliteitsslag teweeg brengen aangezien het pand op het eind van z’n Latijn zit. ‘Als bezoeker merk je dat niet maar er moet zoveel onderhoud worden verricht. Normaal is de houdbaarheid van een poppodium twintig jaar en de Roosje is al ruim veertig. Het is gewoon uitgewoond. Het gaat zeker anders worden. Maar het is Nijmegen, en die sfeer vind je niet in andere steden.’