The sound of Belgium

In de hoogtijdagen van de new beat, een uniek Belgische dance-rage, danste men in megadiscodiscotheek  Boccaccio ‘dat de stukken eraf vlogen’. De nieuwe documentaire The Sound of Belgium, die zaterdag 17 november zijn internationale première beleeft op het IDFA in Amsterdam en daar in totaal vier keer vertoond wordt, is een prachtige vertelling over België’s bijzondere plek in de dancegeschiedenis, met die new-beat-jaren (1987-1989) als krankzinnig hoogtepunt. 

Op een gegeven moment maakte het bijna niet meer uit hoe de platen klonken, de mensen kochten alles waar de woorden ‘new beat’ op stond. Terwijl de mainstream media hun best deden om de muziek – langzaam, hypnotiserend, elektronisch –te negeren, stond de hitparade er vol mee en gingen duizenden feestganger de Belgische discotheken af om zich in de sound en de stijl onder te dompelen. Terwijl Nederland langzaam begon te wennen aan die rare housemuziek, die door de een Vlaamse dj, Eddy De Clercq, in de Amsterdamse Roxy met moeite aan de man gebracht werd, liep België uit voor de nieuwste elektronische dansmuziek. Hoe gekker hoe beter.

The Sound of Belgium begint op de dansvloer van de na-oorlogse dorpskermis, de bakermat van de Belgische clubcultuur waar enorme (mechanische) draai-orgels jong en oud in beweging houden. De eerste machinale dansmuziek, ver voor de sequencers van Giorgio Moroder. Regisseur Jozef Devillé vertelt het verhaal van de ontwikkeling van België’s fanatieke clubcultuur aan de hand van een aantal pionierende discotheken. De Boccaccio is slechts de laatste in dat rijtje, dat begint met The Groove in Oostende, dat er al in de jaren zestig serieus werk van maakt met obscure soulmuziek. Parallel aan de Northern-soulbeweging in Engeland, ging men ook in België op zoek naar obscure pareltjes uit de Amerikaanse soul, maar in plaats van de snelle, zoch men vaak de wat langzamere dansnummers op.

De stijl ontleent zijn naam aan discotheek Popcorn in het dorpje Vrasene, dat van heinde en verre liefhebbers trekt. DJ’s reizen naar Amerika om magazijnen door te spitten naar juweeltjes en een aantal dj’s en verzamelaars laat in de docu hun goed opgeborgen schatten zien en horen. België is ‘le pays du disques’, met talloze importplatenwinkels. Daniel Lacksman van de groep Telex, toch een beetje de Belgische Kraftwerk, laat zien hoe hij de eerste elektronische dansmuziek maakte op zijn enorme, door talloze snoeren met elkaar verbonden machines. De echte vernieuwing komt, zo legt de dj/producer Sven Van Hees uit, komt als men de rebellie van de punk in de dance stopt. Zo wordt op plekken als de Ancienne-Belgique in Antwerpen en in Van Hees’ radioprogramma Liaisons Dangereuses een duistere. avantgardistische, elektronische dansmuziek gecultiveerd. De begin- en midden-jaren-tachtig legendarische dj Ronnie Harmsen lijkt die periode maar nauwelijks overleefd te hebben.

eddydeclercq.jpg

Door de single ‘Flesh’ van de Belgische synthgroep A Split-Second op 33 toeren te draaien, in plaats van op 45, en vervolgens met +8 omhoog te pitchen, wordt in de Boccaccio in Destelbergen (vlakbij Gent) een nieuwe sound ontwikkeld. Eddy De Clercq (foto), die in de jaren zeventig al naar Amsterdam was verhuisd, lijkt alsnog de koude rillingen te krijgen als hij vertelt over de ‘unheimliche sfeer’ in de club. ‘De hele nacht hetzelfde tempo, dat is psychdelisch, hallucinerend’. De beelden van de mode en uitbundige manier van dansen uit deze periode zijn onbetaalbaar. Zo hard wordt er tegenwoordig zelden nog geparty’d, het is jaloersmakend om te zien.

New beat groeit uit tot zo’n krankzinnig fenomeen dat het aan zijn eigen succes ten onder gaat. Inferieure producten overspoelen de markt. Wat ook niet helpt is dat house en techno vanuit het buitenland oprukken en dat de Belgische overheid in korte tijd eenhele serie megadiscotheken dichttimmert wegens (vermeend) ecstasygebruik, ook de Bocaccio. Als de overjarige volkszanger Rocco Granata een hit scoort met een new-beatversie van zijn klassieker ‘Marina’, heeft de hype zijn werk wel gedaan. Helaas is The Sound of Belgium dan ook zo ongeveer afgelopen.

Je moet maar een beetje gokken dat dit zo begin jaren negentig is, want erg scheutig met harde feiten is Devillé niet. Dat is wel een beetje jammer voor de geschiedschrijving. The Sound of Belgium is een prachtige documentaire met een geweldig verhaal, maar had wel iets meer rekening kunnen houden met kijkers die hier indertijd niets van mee hebben gekregen – als ze toen al geboren waren. Met deze filmtitel is het ook een beetje vreemd dat er na Technotronic en 2 Unlimited helemaal niets belangwekkends lijkt te zijn gebeurt in de Belgische dance, iets wat je toch moeilijk kan volhouden. Na afloop van de première in de Melkweg draait Eddy De Clerq een speciale dj-set met popcorn, vroege house en new beat en iedereen die The Sound of Belgium heeft gezien zal niet kunnen wachten om zich met zwaaiende armen in het feestgedruis te storten. 

The Sound of Belgium tijdens het IDFA: zaterdag 17 november om 20.30 uur in de Rabozaal, zondag 18 november om 21.45 uur in de Brakke Grond, vrijdag 23 november in de Melkweg, zaterdag 24 november opnieuw in de Brakke Grond.