DJB Report ADE 2013: Omar S en Joy Orbison domineren Dekmantel-vrijdag

Zeggen dat Dekmantel op dreef is dit jaar is nogal een understatement. De Amsterdamse organisatie krijgt het na een succesvolle eerste editie van Dekmantel Festival in augustus ook tussen al het ADE-geweld voor elkaar om een paar van de meest interessante line-ups van de hele week op te snorren. Met die van vrijdag als hoogtepunt.

Een avond ervoor dompelden Soul Clap & Wolf + Lamb de grote zaal van het MC Theater nog onder in een bad van warme discoklanken, maar vrijdag is de karakteristieke ruimte het terrein van de beste basgedreven house die het Verenigd Koninkrijk te bieden heeft. Te beginnen met Midland, oftewel Harry Agius. De man uit Leeds is druk bezig naam te maken als een van de opvallendste houseproducers van over de Noordzee en wist dit jaar al vaker hoge ogen te gooien in Trouw en op Lowlands. Hij neemt om middernacht het roer over van Dekmantels eigen Thomas Martojo en laat het publiek binnen een klein uur weten dat hij de bescheiden hype waard is. Zijn set houdt het midden tussen house en dubstep en wordt gedreven door doffe beats, ratelende drums en kicks die soms zo hard zijn dat je daadwerkelijk een trap in je maag denkt te voelen.

Dekmantel_vrijdag3.jpg

Agius laat het theater zweten. Het is dan ook even schakelen als ik door de koude buitenlucht mijn weg probeer te vinden naar de North Sea Jazz Club waar Omar S (foto) zijn opwachting maakt. Omar heet eigenlijk gewoon Smith van achter en heeft de afgelopen tien jaar een status verworven die tegen het legendarische aanhikt. Dat komt deels door zijn eigenzinnige imago, maar hij heeft het vooral te danken aan de waanzinnige manier waarop hij de klanken uit zijn thuishaven Detroit weet samen te voegen. De rode draad van zijn twee uur durende set is er een van rauwe house, met hier en daar een acidrandje en even verderop weer een pianoriedel. Aangezien hij Kassem Mosses MM/KM (een project dat gedragen wordt door kale drums en vreemde geluiden) aflost, heeft hij even nodig om het publiek voor zich te winnen. Maar nadat hij met een trompetrefrein over een pompende bas het eerste gejuich en gefluit bij de menigte weet te ontlokken heeft hij ze beet, om ze bijna drie uur lang niet meer los te laten.

Omdat de doorgang naar de tweede zaal van het MC Theater verscholen ligt achter een uitzinnig publiek in de grote hal, zou je haast vergeten dat er ook nog een drietal DJ's van het populaire L.I.E.S.-label is overgevlogen uit New York. Tenminste: het zou een drietal zijn, maar spijtig genoeg is Delroy Edwards verhinderd. Na kort bij Steve Summers te hebben gestaan luidt de conclusie dat het contrast tussen de melodieën van Omar S en de overstuurde acid-techno van Summers nogal groot is.

Gelukkig bewandelt Joy Orbison een prima tussenweg in een uit zijn voegen barstende grote zaal. Het lijkt alsof bijna alle 1800 bezoekers een plekje proberen te vinden om de Engelsman te kunnen bewonderen. Dat is trouwens volledig terecht. Orbison zet een ontzettend sterke set neer en lijkt nauwelijks moeite te hoeven doen om het publiek hysterisch te krijgen. Dat de zaal van tevoren vakkundig is opgewarmd door Midland doet daar niets aan af. Orbison draait hard. Veel harder dan je van hem zou verwachten. Platen vol hysterische drumloopjes worden afgewisseld met vreemde synthesizergeluiden. En dan is er telkens weer die monsterlijke bas die door de sublieme Funktion One-opstelling in het MC rolt. Als tegen het eind van zijn set de vocalen uit zijn track Sicko Cell ("I'm the information, cocaine powder.") klinken is er geen houden meer aan. De mannen van Hessle Audio (Ben UFO, Pangaea, Pearson Sound) staan de laatste twintig minuten goedkeurend toe te kijken tot Orbison het stokje iets na vieren aan ze overgeeft.

Ron_Morelli,_Dekmantel,_MC_Theater.jpg

Iets verderop, in dat kleine, blijkbaar moeilijk vindbare achterafzaaltje staat L.I.E.S.-baas Ron Morelli (foto) voor een man of zestig een intrigerende techno-set te spelen. De Amerikaan krijgt het voor elkaar om de enige te zijn bij wie je je continu afvraagt welke plaat hij er als volgende op gaat leggen. En dat is knap als je kijkt naar de collega's met wie hij op de rol staat. Probleem is echter dat het geluid in de zaal erg schel klinkt. Zeker in vergelijking met de sublieme afstelling in de rest van de area's. Zonde.

Anthony Naples doet in de North Sea Jazz Club zijn best om de grote schoenen van Omar S te vullen. Dat hij daar niet in slaagt maakt verder niemand wat uit. Naples pompt een dosis stevige deephouse (niet de Duitse maar de Amerikaanse variant) door de speakers en laat hier en daar zien dat hij geboren is met een dosis talent. Tegen zes uur legt hij de naald op zijn hit 'Mad Disrespect' en sluit hij de tweede Dekmantel-nacht van de week waardig af. Het mag misschien wat voorspelbaar worden, maar Dekmantel slaagt er zo vaak in om een sterke line-up met een prachtlocatie en prettig publiek te verbinden dat het haast een routineklusje lijkt te zijn geworden. Dat is ontzettend knap in een markt die uit zijn voegen barst.