De punk attitude van Don Letts 

Hij stond in de vuurlinie van punk, regisseerde honderden videoclips en maakte documentaires over Sun Ra, skinheads en Gil Scott-Heron. In Rebel Dread, de documentaire die op het Rotterdamse filmfestival IFFR in première gaat, is Don Letts een keer ZELF het middelpunt. 

 “Hoe het gaat?!!” Don Letts snuift in Londen eens diep. “Er dreigt een Derde Wereldoorlog en de Brexit hangt boven ons hoofd. Pretty fucking miserable, om eerlijk te zijn!”

Dat de Britse rebel en zoon van Jamaicaanse ouders desondanks opgeruimd en welwillend aan de telefoon komt heeft alles te maken met het grijzer worden van zijn dreadlocks. “Ik ben 64 dus mij zal de Brexit niet al te veel meer raken”, relativeert hij. “Maar de jongere generatie hier is echt fucked.”

“Het is ook zo dom. Als je alle buitenlandse invloeden uit Groot-Brittannië weghaalt, wat hou je dan over? Ik zal het je vertellen: een hele saaie plek. Multiculturalisme heeft ons groot gemaakt.”

Don Letts kan het weten. De filmmaker, dj, manager en muzikant heeft zijn beroep gemaakt van de smeltkroes die Londen de afgelopen vijftig jaar was. Luister maar eens naar zijn wekelijkse BBC-radioshow en verbaas je over hoe breed en diep zijn muzieksmaak gaat. Van rock tot reggae, van grime tot soul, alles komt voorbij. 

‘‘Letts biografie laat zich lezen als een opwindend jongensboek, met in ieder hoofdstuk een nieuwe verrassing’’

Grammy-award
Letts’ biografie laat zich lezen als een opwindend jongensboek, met in ieder hoofdstuk een nieuwe verrassing. Zo was hij bijvoorbeeld een jaar lang de huisdealer van Bob Marley, toen die laatste in Londen woonde. Ook werkte hij in de kledingwinkel van Vivienne Westwood en Malcom Mclaren, draaide als dj in een beroemd punkhol, speelde als muzikant in de band Big Audio Dynamite en won jaren later een Grammy-award met zijn documentaire over The Clash. Oh ja, en hij was en was manager van The Slits, een all female punkband. 

Logisch dus dat er ooit iemand zou bedenken dat deze kleurrijke figuur zelf ook een documentaire verdiende. In het door William Badgley geregisseerde Rebel Dread vertellen mensen als Soul II Soul’s Jazzy B, Sex Pistol’s Johnny Rotten en Massive Attack’s 3D hoe belangrijk Don Letts voor ze is geweest. Ondertussen rolt zijn levensverhaal voorbij en wordt Letts zelf ook geïnterviewd.

De persoon in kwestie is daar ambivalent over. “Ja, het is raar om naar jezelf te kijken. Normaliter heb ik zelf de regie. Nu zat ik aan de andere kant van de camera. Ik vond dat aanvankelijk lastig om los te laten.”

Roxy
Het zaadje voor Don Letts als filmmaker wordt eind jaren zeventig geplant in de Roxy. Nee, niet de beroemde Amsterdamse club waar de Nederlandse houserevolutie in de jaren negentig begon, maar de Londense variant waar zich in 1977 een andere revolutie voltrok. Die van punkrock. Don Letts draaide er plaatjes. Geen punk, maar zuigende rootsreggae en dub. Beide muzieksoorten bloeiden destijds tegelijkertijd en stonden voor revolutie, avontuur en vernieuwing. 

Letts raakt er bevriend met The Sex Pistols, The Clash en Siouxie & The Banshees en neemt tegelijkertijd de beste beslissing in zijn leven. 

Hij koopt een filmcamera. 

“Die eerste dagen van punk ging het heel erg om meedoen. Je kon niet aan de zijlijn blijven staan. Of je nou een gitaar pakte of in mijn geval een camera, you had to get involved.”

Dat van die camera klinkt anno 2020 zelfsprekend maar dat was het in 1977 allerminst. “Destijds was het voor veel mensen nog een absurde gedachte dat een zwarte man een filmcamera kon vasthouden. Maar punkrock zorgde ervoor dat ik daar schijt aan had.''

Videoclips
Wat volgt is een spraakmakende op 8mm-geschoten documentaire over punk, een stortvloed aan videoclips en (vanaf 1996) meer documentaires. Niet alleen voor The Clash (met wie hij ook op tournee gaat) maar ook voor tientallen andere artiesten, waaronder Elvis Costello, The Gap Band en Bob Marley. 

Het zijn de begindagen van MTV, dan nog een zender waarop 24 uur per dag videoclips wordt uitgezonden en waar de blanke en zwarte culturen nog grotendeels gescheiden zijn. Letts is niet te beroerd om eens flink te roeren in die culturele hutspot. Zo laat hij in ‘Rock The Casbah’ (1981) een Arabier en een Jood vriendschap sluiten. In zijn clip voor The Gap Band’s Party Train (1983) dansen alle culturen broederlijk naast elkaar en springt er een blanke vrouw over de zwarte zanger heen. “Dat soort dingen werd destijds als radicaal gezien. Terwijl het tegenwoordig normaal wordt gevonden dat iemand als Childish Gambino een kind door het hoofd schiet.”

Skinheads en Sun Ra 
Halverwege de jaren negentig stopt Letts met het maken van videoclips. “Ik haalde er geen bevrediging meer uit. Uiteindelijk zijn het toch een soort reclamefilmpjes. Er moet een product worden verkocht.” 

Hij stort zich op het maken van documentaires waarbij hij zich vooral aangetrokken voelt tot tegendraadse vernieuwers. Mensen als Gil Scott-Heron, Sun Ra en George Clinton. Ook maakt hij een interessante documentaire over skinheads, waarin hij en passant afrekent met wat vooroordelen. “Lang niet iedereen weet dat de skinhead-beweging zwarte wortels heeft. Tegenwoordig associeert iedereen het met rechts-extremisme maar zo is het niet altijd geweest.”

Revolutie
Punkrock en zijn rol erin lopen als een rode draad door Don Letts’ werk. Logisch ook, hij zat destijds in het oog van de storm en zag het genre exploderen. Al kwam dat besef pas later. “Toen waren we vooral bezig met het vinden van onze eigen stem. Dat er geschiedenis werd geschreven realiseerde ik me helemaal niet. Als je me had gezegd dat ik ruim veertig jaar later met een Nederlandse journalist erover zou praten, had ik je voor gek verklaard.”

Volgens Letts is geen subcultuur zo invloedrijk en compleet geweest als punkrock. Zelfs house niet. “Het was meer dan alleen muziek. Het was een beweging, een state of mind. Er zijn fotografen, dichters, kunstenaars, journalisten, modeontwerpers en filmmakers uit voortgekomen. Daarom praten we er nog steeds over, ook al ben ik daar onderhand moe van.”

Met zijn voorliefde voor subculturen en cultfiguren blijft Don Letts zijn oude punkwortels trouw. Enigszins meewarig kijkt hij naar de huidige popmuziek en het beperkte engagement ervan. “Tegenwoordig lijkt het vooral om aspiraties te gaan”, verzucht hij. “De punkrock van destijds was anti-establishment. Maar sommige artiesten en dj’s van nu willen juist deel uitmaken van dat establishment. Zij willen beroemd worden en met een fles champagne over dat rode tapijt kunnen lopen. Als dat je droom is, kun je onmogelijk radicaal zijn.” 

Tot zijn blijdschap en vreugde ziet Letts ook lichtpuntjes in de verte. Er zijn jongeren genoeg die soberheid als uitgangspunt nemen. Ook de kunst gaat daarvan profiteren. ”Zodra je afstand doet van de verworvenheden van het establishment wordt het onmiddellijk weer spannend. Nieuwe waarden zijn de weg voorwaarts.”

Rebel Dread beleeft op het Internationale Filmfestival van Rotterdam (IFFR) haar première. Het volledige filmprogramma wordt 15 januari bekendgemaakt