In het hoofd van Kelman Duran

Met iedere nieuwe release groeit mijn fascinatie voor Kelman Duran. Onweerstaanbaar dansbare muziek – Afro-Caribische reggaeton door de elektronische mangel gehaald, digitale ragga, moddervette dub ritmes, feest! –, waarin Duran, geboren op de Dominicaanse Republiek, opgegroeid in New York, essentiële geschiedenislessen en politiek protest verpakt.  

Hoe meer lagen je van zijn oeuvre pelt, des te beter begrijp je waarom hij maakt wat hij maakt. En dat zijn muziek een aanklacht tegen kapitalisme is. Een dansbare aanklacht tegen kapitalisme!

Die muziek is een frisse mix van reggaeton, hiphop, ambient en dembow (het ritme van reggaeton, probeer maar: boom-ch-boom-chickKort en oppervlakkig gezegd doet Kelman Duran ongeveer dit. Hij pakt een Spaanstalige reggaetonplaat, knipt daar de vocalen uit, slingert die teksten een echoput in, halveert het tempo en speelt er een ietwat treurig klinkende mineurmelodie overheen. Contrast! Klinkt zo:

6 De La Mañana is van de vele hoogtepunten op Kelman Duran’s eerste album 1804 KIDS (2017), een plaat die op het eerste gehoor klinkt als de ideale soundtrack voor een uit de hand gelopen zomerse pool party. Het geluid is herkenbaar: reggaeton, het riekt vaag naar ‘Gasolina’ -  toch is het iets wat je nooit eerder hebt gehoord, althans niet op deze manier.  

De magie zit ‘m in het relatief trage tempo van zowel beats als vocalen, die na behandeling van Duran klinken alsof er een stel Looney Tunes-stripfiguren in het Spaans aan het croonen zijn. Resultaat? Cutting-edge elektronische muziek die zindert van energie, experimentele digitale riddims, loeizware, doffe kicks die de verwrongen Spaanstalige vocalen iets onheilspellends meegeven, ambient-panorama’s opgehangen in een dancehall-frame.

‘Deconstructed reggaeton’, doopten journalisten die me voor gingen Duran’s ‘nieuwe’ subgenre, zoals er tegenwoordig wel meer genres uit elkaar worden getrokken door aanstormende generatie artiesten die lak hebben aan conventies, of hoe muziek volgens niet-bestaande puristische regels ‘hoort’ te klinken (deconstructed club music is sinds 2019 een ding, deconstructed hardcore ook).

Maar Duran doet met 1804 KIDS meer dan alleen het zwembadfeest aanzwengelen. 1804 verwijst naar het jaar van de Haïtiaanse Revolutie, KIDS naar het feit dat hij zelf een product van de Afro-Caribische diaspora is. Duran werd geboren op de Dominicaanse Republiek, dat samen met buurland Haïti een eiland in de Caribische Zee vormt. De revolutie van 1804 staat te boek als succesvolle opstand van tot slaaf gemaakten tegen de terreur en het koloniale beleid van de Franse bezetter. Duran verhuisde van het platteland van de Dominicaanse Republiek naar New York, speelde op de middelbare school in een jazzband en later basgitaar in een klassiek orkest. Hij hield er een liefde voor Russische componisten aan over – daar zit de verklaring voor die unheimische sfeer, de onheilspellende melodieën die zijn tracks zo boeiend maken. Die Russen componeerden hun stukken veelal in een mineur-toonsoort, gedrenkt in somberheid en melancholie. (Bijvoorbeeld pianist Rachmaninov aka de Johan Cruyff van de Russische klassieke muziek, kind van de Stalin-terreur, hence de weinig vrolijke composities).

In een interview zei Duran over die mineur-klanken: "Voor synth-geluiden gebruikte ik een opname van een kerkkoor uit Denemarken, een mineur-toonsoort waar ik gek op ben. Ik heb het gesampled en bewerkt zodat het anders klinkt, maar het zijn altijd dezelfde twee akkoorden." Wie goed luistert hoort de Denen op zijn tweede album 13th Month, een conceptplaat waarop hij de feestelijke en rauwe geluiden van 1804 KIDS inwisselt voor een meer beladen backdrop, namelijk die van het bedreigde Pine Ridge-reservaat van de inheemse Amerikaanse bevolking in South Dakota.  

In een track op die plaat, ‘Gravity Waves II’, samplet Duran de teksten van Biggie Smalls en Puff Daddy. In het nummer ‘Suicidal Thoughts’ rapt dat duo - ‘‘I swear to God I want to just slit my wrists and end this bullshit’’. Duran laat die tekst overvloeien naar een knip van een interviewstem: ‘‘Het aantal zelfmoorden onder tieners is in Pine Rigde ongelooflijk hoog, omdat er voor onze jeugd geen enkel perspectief is. Er is hier echt helemaal niks.’’ Een beklemmend maar pakkend intro van een nummer dat daarna weer als deconstructed reaggeton klinkt.

Het is op het eerste oor niet meteen duidelijk, maar al het werk van Kelman Duran is uitgesproken politiek. Niet alleen qua boodschap, ook de manier waarop hij produceert en zijn muziek verkoopt is een politiek statement. Fuck kapitalisme, en fuck de muziekindustrie, zegt ’t met fier opgestoken middelvinger. Duran gaat er prat op dat zijn muziek op de meest eenvoudige manier ontstaat. Met minimale productiemiddelen bereikt hij maximaal effect. Hij produceert zelf geen nieuw materiaal, maar ‘jat’ (samplet dus), uitsluitend stukken muziek van anderen en voegt er hoogstens omgevingsgeluiden aan toe die hij met een handrecorder opneemt.

1804 KIDS en 13th Month staan daarom niet langer op streamingservices als Spotify: voor geen enkele sample heeft Duran ooit toestemming van rechthebbenden gevraagd, hij werkt volgens het principe van onbegrensde distributie. Muziek is van iedereen, voor iedereen. Zie het als een aanklacht tegen wat hij de ‘privatisering’ van muziek noemt: zodra je een prijs op muziek plakt, is het niet meer voor iedereen toegankelijk. Veel van zijn edits kan je gratis van deze Soundcloud-pagina plukken. Wanneer een Youtube-gebruiker een van zijn albums in haar volledigheid upload, is het Duran zelf die een eerste comment plaatst <3. 

Duran’s laatste release kwam begin januari uit en is voor een Dollar per track via Bandcamp te koop. Van die vijf nummers op the blues (geen hoofdletters, statement), zingt Duran er drie zelf in. ‘‘Yeah we gonna die here / this is ghetto life here / this is section 8 here’’, of ‘‘she said she from da westside (mhmm) / yeah she said the best side.’’

Hij heeft het over twee notoire woonwijken, respectievelijk City Terrace in Los Angeles en Harlem in New York. Over die laatste stad heeft hij een theorie die ook weer een verklaring van zijn muziek is. ‘‘In Los Angeles zie je de horizon’’, vertelt hij op de blog Sounds and Colours. ‘‘In New York daarentegen is het eerste wat je ziet als je wakker wordt een ander gebouw. Het is niet alleen fysiek verstikkend, maar ook cognitief, het knoeit met je hersenen en emoties. Ik begrijp niet waarom iemand heeft bedacht dat mensen zo dicht op elkaar dienen te leven, zonder ruimte of zon te kunnen zien. Ik denk dat mensen dit gewend zijn omdat ze gewend zijn aan kapitalisme. New York wordt graag gezien als de meest aantrekkelijke stad ter wereld, terwijl het voor mij de slechtste plek is om te wonen. Als ik terugga, weet ik niet eens meer wat die stad is. Het is onmogelijk voor mij om daar te wonen. Dat is de reden waarom veel mensen naar Los Angeles verhuizen. Dat is ook de reden waarom veel muziek die in New York gemaakt wordt nogal kort is. De loops in rapbeats zijn repetitief, maar op een manier die voor mij niet dynamisch is. Volgens mij komt dat omdat je zodra je wakker wordt, je altijd een muur naast je weet.’’

Het brein van Kelman Duran is minstens zo fascinerend als zijn muziek, de manier waarop hij zijn kunst veellagig, geëngageerd én dansbaar maakt inspirerend. Hij laat zien hoe simpel het is om muziek waar je met een glimlach op kan dansen, met wat ingenieuze ingrepen ook je hersenen kan prikkelen. Dans, maar besef. Besef dat deze muziek en cultuur zijn ontstaan uit systemen van onderdrukking: het is Duran's disccours in een notendop. Zijn werk ontstaat uit een botsing van culturen, maar is uiteindelijk grenzeloos positief. 

Nieuwe edits hoor je regelmatig in Kelman Duran’s show op NTS