‘‘De Nederlandse underground danscultuur bezwijkt onder commercie’’

Als geen ander kent Bogomir Doringer het belang van vrije ruimte in de stad. Plekken waar non-commerciële initiatieven de tijd krijgen om te rijpen zodat ze uiteindelijk een bijdrage aan diezelfde stad kunnen leveren. In Nederland wordt de noodzaak aan dit soort plekken vooral de laatste jaren enorm onderschat. 

Doringer is opgeleid als socioloog maar ook afgestudeerd aan Kunst- en Filmacademie, al doet hij luchtig over die studies. Lachend: ‘‘Ik zou zeggen dat ik mijn belangrijkste opleiding in clubs heb genoten.’’ Hij is een fascinerende denker die met één been in de academische wereld en met het andere in de clubscene staat. Dancing Defence: Space, Ritual, Gesture is zijn meest recente expositie die tot en met 15 december in het Kunstfort bij Vijfhuizen (tussen Haarlem en Amsterdam) te zien is. Het werk probeert antwoord te geven op de vraag of clubcultuur kan worden gezien als micro-samenleving waarin gedragspatronen op dansvloeren iets vertellen over culturele en sociaal-politieke systemen. Het is een nieuw hoofdstuk in zijn voortdurende onderzoek naar clubcultuur, een fenomeen dat voor Bogomir per definitie politiek is. 

Als een soort dance-antropoloog onderzocht hij publiek op o.a. techno-, drum ’n bass- en gayfeesten. Voorlopige conclusie? Een menigte op de dansvloer vertelt ons iets over haar politieke wensen en behoeftes. ‘‘Wat me fascineert is de dunne lijn tussen een goed of minder goed gevoel dat je krijgt van het publiek.’’

‘‘Ook de huidige tijd leert ons dat dansvloeren een vorm van verzet kunnen faciliteren’’

Voor zijn onderzoek hing hij op verschillende soorten feesten camera’s boven de dansvloer, zie de foto boven dit artikel, een still gemaakt op Awakenings in 2017. De resultaten zijn opmerkelijk. Afhankelijk van het soort feest en type muziek, zijn de bewegingen totaal verschillend. ‘‘Een mensenmassa’s kan op verschillende manieren in beweging worden gebracht.’’

Als voorbeeld laat hij een filmpje van een drum ’n bass-feest zien. ‘‘Hier zie je een jongen en een meisje converseren. Zolang het meisje tegen hem praat, probeert hij zo normaal mogelijk over te komen. Hij zit constant aan zijn haar, brengt het in model, zijn lichaamstaal is beheerst. Dan loopt het meisje naar de bar en de jongen explodeert, begint alle kanten op te dansen en wild te bewegen, terwijl hij constant over zijn schouder kijkt om te checken of ze terugkomt. Het is een rollenspel.’’

Hij spoelt de video verder. We zien het publiek, mannen vooral, met territoriumdrang. Ze zijn constant bezig met het afbakenen van een stuk dansvloer. ‘‘En wanneer er geen ruimte over is, creëren ze die door te duwen en door een moshpit te maken. Later op de avond zien we zo’n moment van synchronisatie. Iedereen beweegt tegelijkertijd dezelfde kant op.’’ Door op deze manier naar dansvloeren te kijken brengt Bogomir patronen in kaart. Hij ontdekte dat iedere scène haar eigen rituelen heeft. Ook politiek verzet uit zich in dans: lichamen begeven zich tussen trance en ritueel en verkennen vrijheden die in de dagelijkse realiteit vaak gevoelig liggen, denk bijvoorbeeld aan de LGBT- en queer scene.’’

Wat hij op de dansvloeren van Amsterdam zag choqueerde hem. ‘‘Over het algemeen gaan mensen in Nederland uit omdat ze seks willen of omdat ze willen zuipen. Dat was ik niet gewend.’’ Als voorbeeld noemt hij het enorme verschil tussen een massaal dance-evenement in Servië en Nederland. ‘‘Ik kwam net van Exit Festival dat voortkomt uit het toenmalige studentenprotest tegen het bewind van Milošević. Het festival identificeert zich nog steeds met tegencultuur in Servië, en hoewel er inmiddels grote namen spelen en het een industrie uit de grond heeft gestampt waarin miljoenen euro's omgaan, is het geen doorsnee commercieel evenement. Daarna ging ik naar Sensation White. Dat was een cultuurshock. Al die mensen in het wit, die enorme feestende massa, het zag er zo gelikt uit. Maar ik voelde helemaal niks omdat het zo ver van mijn eigen beleving van clubcultuur af stond. Die lichamen resoneerden niks, alleen een soort leegte.’’ 

Met de commerciële Nederlandse dancecultuur heeft Doringer weinig, met de tegenhanger des te meer. ‘‘In Nederland en Duitsland hoorde ik voor het eerst van vrije ruimtes. Ik weet nu dat het gebruik van leegstaande gebouwen en zelforganisatie tot jullie cultuur behoort’’, refereert hij o.a. aan de kraakscene. ‘‘Maar die cultuur bezwijkt langzamerhand onder commercie. De cultuur die Amsterdam heeft gemaakt tot de vrijzinnige stad die ze was wordt verdreven. In Tblisi, Berlijn en Palestina zagen we wat er kan ontstaan wanneer je niet enkel gaat feesten om naar de klote te gaan, maar wanneer feesten politiek wordt. Dat is die ‘dance of urgency’. Maar om te kunnen dansen heb je ruimte nodig. Daarom kan je net zo goed spraken over ‘places of urgency’.  

Zijn persoonlijke ervaringen vormen zo de basis voor zijn huidige werk. ‘‘Inmiddels weet ik dat de manier waarop ik deze cultuur beleef in golfbewegingen gaat. Vaak gaat clubcultuur over hedonisme en entertainment, daarna wordt het weer politiek, enzovoort.’’

Van nachtclub Bassiani in Tbilisi tot de Jazar Crew in Palestina, en van de Cxema-raveparty’s in Kiev tot de Reclaim Club Culture-beweging die in Berlijn de krachten bundelt tegen de AfD. ‘‘Ook de huidige tijd leert ons dat dansvloeren een vorm van verzet kunnen faciliteren’’, zegt Doringer. ‘‘Door te dansen, kan je als groep of individu macht uitoefenen en verandering in gang zetten.’’

‘‘In Berlijn verenigt de clubscene zich om fascisme te bestrijden, tijdens een demonstratie kregen ze 75.000 mensen op de been. In Tblisi gingen duizenden ravers de straat op nadat de ME club Bassiani was binnengestormd. Die ravers, dat is de liberale jeugd van Georgië, zij strijden tegen de conservatieve en extreemrechtse machthebbers. Het is een community die onstaat uit noodzaak. We moeten niet vergeten hoe belangrijk dit soort plekken zijn.’’

Space of Urgency in Amsterdam
Doringer is onderdeel van Space Of Urgency, een platform dat strijdt voor vrije, non-commerciële ruimtes in steden die gebukt gaan onder gentrificatie en waar kunstenaars langzaam maar zeker de stad uit worden geduwd. Amsterdam is zo’n stad, ook Berlijn hoort in dat rijtje. 

Space of Urgency werkt momenteel samen met de gemeente Amsterdam. Voor het eerst heeft de gemeente beleidsplannen voor non-commerciële experimenten, vrije ruimte, vrijplaatsen en rafelranden in haar coalitieakkoord opgenomen. De afdeling Ruimte & Duurzaamheid en Bureau Broedplaatsen hebben nu als taak die plannen om te zetten in concreet beleid. 

Space of Urgency werkt aan een adviesrapport voor de gemeente Amsterdam, een quickscan die gedeeltelijk de definitie van vrije ruimte voor onafhankelijke culturele initiatieven in kaart brengt, en anderzijds onderzoek doet naar internationale case studies. Voor 2020 en 2021 zal aan de hand van dat rapport een advies aan de gemeente volgen. Het onderzoek bereikte meer dan 70 lokale initiatieven en is, zegt Space of Urgency, onafhankelijk. Ook moet het voorzien in de behoefte aan een meer inclusieve beleidsvorming.

 In Amsterdam zien we hoe nijpend de situatie is. De stad is in rap tempo vercommercialiseerd. Wat overblijft is een kleurloze metropool en een gemeentelijk apparaat dat het bedrijfsleven alle ruimte geeft, ten koste van vooral de minder bedeelde inwoners. De stuitende gentrificatie in Amsterdam-Noord is daar een goed voorbeeld van. Als we inzoomen op de hoofdstedelijke nachtcultuur, kan je niet anders dan stellen dat, uitzonderingen daargelaten, dit een monocultuur is. Het nieuwe beleidsplan van de Amsterdamse gemeenteraad biedt enige hoop, al stroken de beloften vooralsnog allerminst met de werkelijkheid.

Terug naar Bogomir, voor wie politiek en clubcultuur onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden. Zijn interesse voor alternatieve communities ontstond ook uit noodzaak. Van zijn zesde tot zijn achttiende groeide hij op in een land dat constant in conflict of oorlog was. Zijn middelbare schooltijd bracht hij door in Belgrado, destijds de hoofdstad van Joegoslavië (nu Servië). Terwijl zijn land door burgeroorlog werd verscheurd, zocht Bogomir zijn heil op straat. ‘‘Daar komt mijn interesse voor protest, clubcultuur en kunst vandaan. In Belgrado had je gigantische protesten van studenten, en dan heb ik het niet over een klein clubje mensen maar over enorme massa's, vaak door kunstenaars of muzikanten bij elkaar gebracht. Het waren vredige demonstraties, dat was altijd een voorwaarde.’’ 

Samen demonstreerden ze tegen het regime van Slobodan Milošević, van 1989 tot 2000 president van Servië en Joegoslavië en na de oorlog veroordeeld voor oorlogsmisdaden. Naast de protesten op straat maakten ze op verschillende creatieve manieren hun ongenoegen duidelijk. ‘‘Als om half acht ’s avonds het nationale nieuws werd uitgezonden, bonkten we collectief op de ruiten van onze huizen. Het was een soort improvisatie lawaai dat we als collectief maakten.’’ 

‘‘Ik heb dat idee altijd met me meegedragen: dat je kan dansen wanneer je je angstig voelt, en zelfs wanneer dat je dood kan betekenen’’ 

Het leerde Bogomir hoe je door middel van geluid en het vormen van een collectief verzet kan bieden. In 1999 werd Belgrado hevig gebombardeerd. Scholen gingen dicht, maar er werd een cultureel alternatief geboden. ‘‘We konden op gezette tijden gratis naar het theater of de film, maar ook naar Industria, een technoclub. Boven ons loeiden de sirenes en vlogen gevechtsvliegtuigen, wij dansten in een bunker op elektronische muziek. We waren zestien jaar en dachten: je kan beter in een technoclub sterven dan in een schuilkelder.’’ 

Hij vertelt het tegenwoordig met een lach op zijn gezicht. ‘‘Wij vonden onszelf natuurlijk heel cool, maar ik durf nu wel toe te geven dat we allemaal bang waren. Het was een spectaculaire tijd. Ik heb dat idee altijd met me meegedragen: dat je kan dansen wanneer je je angstig voelt, en zelfs wanneer dat je dood kan betekenen. We dachten ook niet al te lang na, deden wat de ouderen jongens en meisjes om ons heen deden. Door te dansen voelden we ons verbonden met mensen die dezelfde politieke overtuiging hadden. Dat is een heel prettig gevoel.’’ 

Momenteel wordt de vrije ruimte in Amsterdam in kaart gebracht, houd Space of Urgency en Stichting Nachtburgemeester Amsterdam in de gaten voor updates