DJB Weekly: vegaburgers op Thunderdome

Hakken op Thunderdome maakt hongerig dus ging ik op zoek naar de catering. In een hal vol biertafels van het soort waar men in Beieren fan van is, stond een Turbo Polyp en een kraam met ‘Hollandse Snacks’. 

Met een neus vol amfetamine had ik mijn zinnen op iets gezonds gezet - niets menselijks is mij vreemd, ook hypocrisie niet. Het was zoeken naar voedsel dat niet uit de frituur kwam, twee jongens verkochten naast kartonnen punten pizza en pokebowls met zwetende zalm ook vegaburgers. Ik bestellen, zij lachen. ‘‘Weet je het zeker? Die dingen liggen al de hele nacht onder de warmtelamp. Hier’’, zei de jongen terwijl hij de vegaburger onder mijn neus schoof. “Krijg je van mij, er is hier verder toch niemand anders die die dingen eet. Zijn je vrienden ook vegetarisch? Haal ze anders even, zijn wij er vanaf.’’

Op een feest als Thunderdome raak ik ergens op de avond altijd met mezelf in conclaaf. Na een overenthousiast begin kickte de realiteit in. Met veertigduizend anderen stond ik in een troosteloze Jaarbeurs, mannen en vrouwen van gemiddeld een jaar of 35, 40, overwegend gekleed in trainingspak en met ogen zo rond en groot als de vegaburgers waar ik zo naarstig naar zocht. DJ Paul wilde een regenboog hoog in de lucht zien, Neophyte vroeg om een vuurtje, vijf verschillende dj’s draaiden het donkergrijs gedraaide ‘I Like It Loud’ nog een tintje grijzer. Scènes die ik kan dromen, omdat ik ze vijftien jaar geleden al iets te vaak heb meegemaakt. Scènes ook waarvan je weet dat ze gaan komen, je kan ze van tevoren uittekenen. Gabbers vragen, Thunderdome draait.  

En toch, ondanks die totale voorspelbaarheid heeft Thunderdome nog altijd iets magisch. Zie deze column niet als kritiek, maar als een onderzoekje naar het eigen menselijk tekort. Want op de momenten waarop ik mezelf wel kan verliezen zijn alle clichés waar. Dan dreunt die snoeiharde bas rechtstreeks je onderbuik in, laten hardcore kicks je armhaar overeind staan, giert de nostalgie als white noise door de Jaarbeurshal, zijn al die kale koppen en opgeschoren haarlijnen voor even je vrienden. Eerlijk is eerlijk: hoe vaak ik die Neophyte-plaat ook heb gehoord, op dikke speakers is het nog altijd kippenvel.    

De muzikale bedevaart van afgelopen zaterdag had ook iets van een reünie. Ik zag vrienden die ik in geen tijden had gezien, mannen en vrouwen met wie ik vijftien jaar geleden stad en land afreisde om te kunnen dansen. Ze waren er bijna allemaal. Vriend M. die de hele nacht in ontbloot bovenlijf stond te hakken, in mijn armen viel en zei: ‘‘Ik vind dit gewoon vet, speed snuiven en hakken, ik word hier gelukkig van.’’ Vriend J., met wie ik als broekie in een kledingwinkel werkte, koopzondagen die het toen al aflegden tegen nachtenlang dansen. Klanten maakten rechtsomkeert zodra ze ons over de broekentafel zagen hangen van vermoeidheid. ‘‘Nachtje Awakenings, sorry.’’ Vriendin V. die zich om zes uur ‘s ochtends zorgen begon te maken over haar jonge zoontje dat al wakker zou zijn wanneer mama thuis komt. Vriend V. waarmee ik ooit naar Hellraiser in Dortmund reed en waar we omwille van zijn huidskleur vijftien minuten later weer buiten stonden. Hardcorefeesten in het Ruhrgebied bleken iets minder gezellig. 

Als ik het zo opschrijf kan je denken: heeft iets treurigs. Ja en nee. Ja, omdat we met z’n allen ongelooflijk hypocriet zijn. We demonstreren voor het behoud van de planeet maar dansen ons nog altijd stuk op feesten waar de dj’s meer airmiles hebben dan dat ze CO2 uitstoten, en waar we met iedere snuif van wat dan ook bloed aan onze handen hebben omdat we een crimineel circuit in stand houden. Nee, omdat diezelfde gabber-, club- of festivalcultuur blijkbaar nog altijd verbroederd en ons uit de dagelijkse sleur trekt. Vijftien jaar geleden gingen we feesten om te ontsnappen uit de burgerlijke wurggreep van de provincie. We groeiden op onder het juk van een sociale controle waar ze bij de Stasi jaloers op zouden zijn geweest en werden opgevoed met het idee dat de wereld klein was. Maar dit soort feesten hebben mijn wereld slechts vergroot. Sterker nog, ik heb er veel, zo niet alles aan te danken. Een tolerant wereldbeeld, werk, een passie voor schrijven, interesse voor kunst en cultuur, vrienden voor het leven, een partner zelfs. 

‘‘Het zit gewoon in onze cultuur, wij willen gewoon stampen, Nederlanders willen stampen’’, zegt hardcore dj Drokz in de trailer van de nieuwe Thunderdome-documentaire. Nu hardcore een revival doormaakt wordt het op alle mogelijke manieren uitgemolken. De merchandise stand in de Jaarbeurs leek net de IKEA, compleet met massa’s mensen die aanschoven voor een te duur bomberjack of petje, dat je na betaling bij het ‘afhaalpunt’ diende te innen. 

Nederlanders die niet gewoon willen stampen stonden traditiegetrouw op de stoep van de Jaarbeurs. De Jezusbus is wat mij betreft net zo’n begrip als Thunderdome zelf. Van Thialf tot aan SilverDome, van Trance Energy tot Mysteryland: als je vroeger rond een uur of zeven ‘s ochtends het feest uit rolde werd je liefdevol opgevangen door de landelijke evangelisatiestichting Naar House. Aan de buitenkant van de rode DAF-bus staat geschreven: ‘‘Jezus zegt: Komt allen tot Mij en ik zal u rust geven.” Rust, en komkommers. Zo ook afgelopen weekend in Utrecht. Vanuit de bus serveert de zelfbenoemde landelijke evangelisatiestichting kopjes thee en stukken komkommer. Kost je niks, zolang je maar luistert zodra het ‘evangeliseren’ begint. Ooit zei een Jezusbuschauffeur tegen mij: ‘‘Het raakt mij als ik massa's mensen het feest zie verlaten. Ik zie holle ogen, lege blikken, schaars geklede meisjes, mensen op weg naar huis maar ook op weg naar de eeuwigheid.’’ Tegenover mij kauwde een gabber op een komkommer.

Veertigduizend gabbers in de Jaarbeurs hebben plezier. Doen niemand kwaad. Prima, toch? Onbegrepen zijn ze nog altijd. In dagblad Trouw schreef de journalist van dienst in haar reportage dat ‘‘de gabbers oprecht genieten van de diepe bassen en scherpe kicks die klinken of iemand twee soepblikken tegen elkaar ramt, maar dan keihard.’’ Soepblikken. En bedankt voor de moeite. 

In de trein naar huis probeerde een gabber die eruit zag alsof-ie een ponypack in ieder neusgat had zitten aan een medereiziger uit te leggen waar hij zojuist vandaan kwam. Een clash van twee totaal verschillende werelden. Die van de gabbers en die van de zondagse wandelaar, die nietsvermoedend Hoog Catherijne binnenliep en daar een zee van trainingspakken en bomberjacks trof. ‘‘Ja, het ging de hele nacht door, ja’’, zei ponypacks tegen de wandelaar. 

Ik staarde uit het treinraam en dacht: je kan kiezen wat je van zo’n feest wil zien. Waar je waarde aan toekent. Waar je je over verbaast. Waar je inspiratie uit haalt. Je kan 40.000 gabbers zien en denken: die zijn niet een beetje gek, maar hartstikke politie bellen gek. Of je kan denken: tof die saamhorigheid, waar is dat op gebaseerd? ‘‘Learning how to think really means learning how to exercise some control over how and what you think’’, schreef David Foster Wallace in zijn beroemde essay This Is Water, een mantra dat ik soms afdraai wanneer op een feest de realiteit binnen komt zeilen. Op die momenten vraag ik me af wat ik hier eigenlijk sta te doen. Wie is er hier nou eigenlijk politie bellen gek? Die gabbers, of ik? En dan heb ik het niet alleen over Thunderdome, dat geldt eigenlijk voor alle clubnachten en festivals. 

Ik noem mezelf geen journalist meer, eerder een liefhebber die de schoonheid van deze scene probeert te vangen, duiden en door te geven. Vanuit een compleet subjectieve blik. Ik had een reportage kunnen maken over hoe ongelooflijk vet Thunderdome was, want dat was het, en ik had net zo makkelijk de lelijkheid kunnen beschrijven. Maar meestal is een lelijke mening een kwast waarmee je jezelf mooi probeert te schilderen. 

Zo haal ik nog altijd inspiratie uit oude favorieten. Dat geldt voor die vrienden van vroeger, dat geldt voor Thunderdome. Je hoeft niet enkel inspiratie te halen uit wat hip of populair is. Als je alleen vooruit gaat, gaan al die nostalgische momenten verloren als tranen in de regen. Thunderdome is willen verdwijnen en ergens in opgaan, je dempt de innerlijke dialoog en onrust, verruilt waakzaamheid voor roes. Maar soms is Thunderdome ook een gortdroge vegaburger, een ingezalfde komkommer en een Turbo Polyp.