Gabber Eleganza, Hardcore Soul

Het interview is een bijna uur bezig als Alberto Guerrini van zijn espresso opkijkt en lichtelijk geagiteerd de hype verdedigt. ‘‘Weet je wat het is? Gabber en hardcore zijn gewoon cool. En niet omdat een paar hipsters mij dat vertellen, maar omdat het cultuur is. Een cultuur die we vanaf de bodem hebben opgebouwd. Daarom heeft dit waarde. Cultuur, daar zit bloed, zweet, tranen, tijd en liefde in. Cultuur is iets wat commercie nooit kan reproduceren.’’

De Italiaanse Alberto Guerrini is onder zijn Gabber Eleganza-alias een van de aanjagers van een wereldwijde her- en opwaardering van hardcore als muziekstroming en gabber als cultuur. Zijn werk fascineert me mateloos. De Italiaan kijkt als een antropoloog naar subculturen en weet helder te articuleren waarom ze van waarde zijn. Afgelopen zomer sprak ik hem naar aanleiding van de publicatie van Hardcore Soul, een fotoboek en een ode aan hardcore- en Northern Soul raves in het noorden van Engeland in de jaren negentig. 

Guerrini begon in 2011 met het aanleggen van een online archief op Gabbereleganza.com en etaleert met veel gevoel voor esthetiek zijn liefde voor dat Nederlandse erfgoed. Hij cureert beelden van oude hardcore-feesten, flyers en fotoseries van verschillende internationale subculturen. Als dj Gabber Eleganza toert hij met de ‘Hakke Show’, een performance waarin gabbers op het podium dansend zijn dj-sets begeleiden. Op zaterdag 14 september komt hij met die show naar Horst, een kunst- en muziekfestival op een voormalig militair terrein bij Brussel.

Hardcore is nooit helemaal weggeweest, maar maakt de laatste jaren in nieuwe vormen een revival door. Ik schreef er eerder over voor DJBroadcast (‘Hardcore is springlevend (en weer net zo spannend als toen)’ oktober 2018, ‘Hardcore niet om ziedende kicks, maar om sfeer’, mei 2019).

Retromania noemt Guerrini het. ‘‘Een muziekstroming die jaren geleden populair was wordt weer gezien als cool.’’ Een mechanisme dat dikwijls popcultuur, maar ook techno en house in de weg zit. Muziekjournalist Simon Reynolds schreef er een boek over, Retromania: Pop Culture's Addiction to its Own Past (2011). Reynolds schrijft dat nieuwe ontwikkelingen stagneren zodra de focus te veel op muziek uit het verleden ligt. Op eindeloze re-issues van obscure Duitse synth-wave uit de jaren zeventig bijvoorbeeld, of op een nieuwe, 28 cd’s tellende box-set met lo-fi opnamen van The Beatles. De obsessie met ons muzikale verleden zorgt voor een ‘‘verkalking in de levensaders van hedendaagse muziek’’, aldus Reynolds.   

Maar Guerrini ziet dat iets genuanceerder. Zodra je kennis van muziekgeschiedenis hebt, kan je een stoffig genre oppoetsen tot iets dat sprankelt. Zijn plaat Never Sleep #1 is daar een goed voorbeeld van. De melodieën en kicks lenen overduidelijk van gabber, maar het is het niet. De manier waarop hardcore hier wordt geminimaliseerd doet denken aan de manier waarop Lorenzo Senni trance weer populair maakte. Met behoud van energie, door slim gebruik van die aanstekelijke, melodramatische synth-partijen, maar zonder het gaspedaal volledig in te drukken. Of check onderstaande mixtape vol hardcore-melodieën die je ongetwijfeld zal herkennen, maar je toch op het verkeerde been zetten. 

Guerrini vergelijkt de stijl, ook wel of ‘progressive hardcore’ genoemd, met het spelen van totaalvoetbal, een tactiek in het voetbal waarbij spelers constant van positie wisselen om zo verwarring te zaaien: een verdediger die opduikt in de aanval, een keeper als spits etc. In zijn producties vervangt Gabber Eleganza klassieke hardcore-elementen als een overstuurde kickdrum door synthesizers of effecten. Hij schroeft hardcore zoals we het kennen als meccano uit elkaar en bouwt er nieuwe nummers van.

Maar zijn creaties beperken zich niet tot een blog en muziek. Samen met de Engelse fotograaf Ewen Spencer bracht Guerrini een fotoboek uit. Hardcore Soul toont beelden van rave- en clubcultuur zoals wij die kennen, afgewisseld met foto’s van Spencer, die in de jaren negentig Britse clubcultuur documenteerde.

Guerinni: ‘‘Als je die foto’s bekijkt vallen een paar dingen op. Ten eerste de dresscodes. Door uniforme kleding te dragen maakte je duidelijk dat je die avond bij eengroep hoorde – goths, ravers, punkers enzovoort. Maar los van dat tribale, modebewuste gedrag zag ik overal in Ewen’s foto’s eenzelfde soort energie. Een energie die ik herkende van mijn eigen hardcore scene.’’ 

Hardcore Soul verbindt hedendaagse ravecultuur met de Northern Soul-beweging van toen, een Noord-Engelse community waar obscure Amerikaanse soulmuziek de verbindende factor was. Stompers, zo noem je Northern Soul songs vanwege de Motown-achtige, snelle beat. Het genre bleek een opmaat voor disco, hiphop en rave.

De stijl van Ewen Spencer is voyeuristisch. Denk aan het werk van de beroemde Duitse fotograaf Wolfgang Tillmans die ook veel muzikale subculturen vastgelegde. Spencer ging op de dansvloer niet alleen op zoek naar euforie, naar de party pics, maar juist naar de rafelranden. Hij observeert met ‘‘silent eyes’’, zo omschrijft Guerinni de stijl met gevoel voor mystiek. En inderdaad, in Hardcore Soul vind je opvallend veel foto’s van ravers die even pauzeren met een flesje water, de ogen gesloten, glowstick door de schoenveters gestrikt.

Wat ik persoonlijk zo tof vind aan al het werk van Gabber Eleganza is dat hij zowel op zijn blog, in zijn muziek en in dit boek de geschiedenis op een heel eigen en frisse manier tot leven wekt. Hij pakt iets dat al heel lang bestaat (een hardcore beat uit de jaren negentig, een foto van een Northern Soul-feest) en knipt en plakt net zo lang tot-ie iets nieuws heeft. Want, zegt Guerinni: ‘‘Het gaat niet enkel om nostalgie. Ik wil niet alleen een tijdsbeeld geven, maar de stijl van toen gebruiken om nieuwe dingen te maken.’’

‘‘Iemand zei tegen me: wat jij doet is creativiteit binnen gabber terugbrengen, je laat andere mensen zien dat er ruimte is om met een genre te doen wat ze willen. Ik geef je een voorbeeld. Drum ’n bass en techno zijn heel populair. Maar techno is een enorm conservatief genre geworden, een statische stroming waar heel veel muziek op elkaar lijkt. Soms lijkt het of je bepaalde muziek slechts aan de hand van strenge regels mag produceren. Maar dat is onzin. Er zijn geen regels. Wat zo tof is aan de herwaardering van hardcore is dat het aantoont dat creativiteit altijd overwint. Gabber wordt nu serieus genomen, er is een basis. Zodra je dat fundament erkent en respecteert, kan je er alle kanten mee op. Kan je, vrij van regels, op zoek naar nieuwe vormen.’’

Guerinni noemt het een don’t give a fuck-cultuur. Sinds zijn tijd als gabber in Italië draagt hij dat met zich mee. ‘‘Het is een bepaalde energie die blijft fascineren.’’ Hij groeide op tussen Milaan en Venetië, een verwaarloosde regio die ‘pianura Padana’, de Pandana-vlakte wordt genoemd, een industriële en vervuilde regio waar vooral arbeiders wonen. ‘‘Fabrieken en pakhuizen stonden er, meer niet. Wij hadden geen tijd om cool te zijn, het was diepe ellende zonder enige culture afleiding. Wanneer je dan een scene zoals de gabberscene vindt, voel je die energie, de branie, dat gevoel dat je hebt wanneer je adolescent bent. Het was het pre-internettijdperk, zo rond 1999, en Italië keken we heel erg op tegen de Nederlandse scene. Het is de bakermat van hardcore en er zijn veel puristen, gabbers uit de tijd van Parkzicht (legendarische locatie in Rotterdam red.). Toen aan het begin van het millennium bij jullie de scene in elkaar klapte, piekte hardcore bij ons.’’

Samen met Guerinni blader ik zijn boek door. ‘‘Je zou kunnen zeggen: gabber en Northern Soul zijn niet met elkaar te vergelijken. Maar dat is nou juist het punt. Als jij een persoonlijk narratief vindt waar je inspiratie uit haalt, kan je alles doen. Kijk naar deze foto’s, ik zie weldegelijk overeenkomsten.’’        

‘‘Uiteindelijk gaat het om plezier maken. Over rebelleren tegen de maatschappij. Over samenkomen met een groep mensen''

‘‘Hardcore verdient een plek in de historie van elektronische muziek en het is goed om te zien dat die dialoog weer wordt gevoerd, dat er nieuwe hoofdstukken aan het verhaal worden toegevoegd.’’ Guerinni gebruikt de Nederlandse dancesite Partyflock als naslagwerk voor zijn studie naar gabbercultuur. ‘‘Partyflock is het ultieme dance-archief. Ik heb er heel veel oude Italiaanse flyers van hardcorefeesten gevonden.’’

Weer maakt hij een voetbalvergelijking. ‘‘Ik las onlangs een boek over hoe voetbal door de jaren heen veranderd, maar hoe de fanbeleving hetzelfde blijft. Naïviteit speelt daarin een essentiële rol. Je kan een hooligan zijn die al dertig jaar zijn of haar club support, of je kan iemand zijn die net komt kijken. Als je net komt kijken, heb je weinig weet van de geschiedenis of de systemen en gedragscodes binnen een club. Je komt puur voor het spelletje, je haalt er op een naïeve manier plezier uit. Zo gaat het ook in muzikale subculturen. Een jong iemand die nu naar een hardcorefeest gaat, voelt dezelfde energie als ik in Noord-Italië toen.’’

‘‘Uiteindelijk gaat het om plezier maken. Over rebelleren tegen de maatschappij. Over samenkomen met een groep mensen. Dat slaat natuurlijk niet alleen op hardcore, maar op muziekscenes in het algemeen. Het zijn micro-community’s. Met eigen codes en rituelen verhouden ze zich tot de maatschappij, en het zegt altijd iets over de tijd waarin we leven. Daar zit voor mij de overeenkomst tussen gabber en Northern Soul.’’           

Op zaterdag 14 september presenteert Gabber Eleganza de ‘Hakke Show’ op Horst Festival