Prachtig Frans spiegelpaleis

Als Daft Punk de keizers van de Franse house-scene zijn, dan is Pépé Bradock de hofnar. De Malle Pietje die met slingers crêpepapier, potten lijm en opblaasolifanten verwarring zaait op iedere dansvloer. En dat al 22 jaar. Samen met gelijkgestemde zielen als Sotofett en Madteo behoort Bradock tot de grootste ontregelaars van het genre, zonder dat de in Parijs woonachtige dj & producer overigens het club-dna compleet uit het oog verliest. Na een jarenlange stroom van heerlijk vreemde singles is er nu weer een album, toepasselijk getiteld What A Mess!

Vlak voor de eeuwwisseling had Bradock zijn grootste hit. Het elf minuten durende tamboerijn-epos Deep Burnt, nota bene een b-kantje, gebaseerd op een seventies jazzfunkplaat van Freddy Hubbard. De enigmatische Bradock maakte er fantastisch hypnotiserende deephouse van, zonder het zaaddodende glijmiddel waarmee het genre in later dagen vaak werd ingesmeerd. Burning/Deep Burnt groeide uit tot een klassieker waarmee dj’s nog altijd moeiteloos magische momenten creëren. Of dat nou midden in de nacht, of op een krioelende festivalweide is. Wie ooit besprenkeld werd door de sterrenstof van Deep Burnt, snapt waar ik het over heb.  

Na Burning verdwaalde Bradock geleidelijk in zijn eigen spiegelpaleis. Meer en meer zocht hij op zijn platenlabel Atavisme het experiment op, waarbij zijn collageachtige aanpak hand in hand ging met verwarrend artwork en Spartaanse achtergrondinfo. Vaak kennen zijn singles een conceptueel karakter, zoals de Pistes Insolitos-serie die hij in 2007 en 2008 maakte. Of het dansbaarder vierluik ‘Imbroglios’ dat daarop volgde en waarop hij onder meer Roy Ayers sampelt.

What A Mess!is Bradock’s eerste album in 21 jaar tijd, opvolger van het destijds bejubelde maar lastig verkrijgbare Synthèse (1998). Ook dit album spot weer met alle regels waaraan een regulier house-album hoort te voldoen. Eigenlijk is het een lange track, verdeeld over twee plaatkanten van ieder 22 minuten. Aan digitaal doet Bradock immers niet. Aan titels dit keer ook niet trouwens.

In feite is What A Mess! een schetsboek vol aan elkaar klevende ideeën. Of zie het maar als een lange gang met allerlei zijkamertjes waarin de sfeer telkens net even anders uitpakt. Van mompelende stemmen, via hakkelende house-akkoorden naar een rokerige ruimte waar een discobal om aandacht roept. Om vervolgens verder te zwerven langs tribale space-dub, discoflarden en hinkstapsprong-jazz. Het heeft allemaal het dna van house maar is tegelijkertijd ver weggedreven van diens knellende beperkingen.

Dj’s zullen daarom maar weinig met deze plaat kunnen. Tenzij ze stickertjes plakken op kant 2 bij het deel waarop de 303 en de drumcomputer tikkertje in het regenwoud met elkaar spelen. Meer dan een clubalbum is dit een hoorspel van een prettig gestoorde houseprofessor. Zo’n plaat waar je ook na meerdere draaibeurten niet je vinger achter krijgt. Toch draai je hem telkens weer om, simpelweg omdat je hem ooit wilt kunnen doorgronden. Kortom: een heerlijke bende.