Waarom een vrouwenquotum op festivals werkt

Toen Primavera Sound in Barcelona, een van Europa’s allergrootste festivals, haar programma aankondigde was een storm van kritiek en scepsis hun deel. Na alle discussies over gendergelijkheid op line-ups, besloten de Spanjaarden daad bij woord te voegen. ‘‘Vijftig procent van alle artiesten die we boeken is vrouw, en dat schreeuwen we van de daken.’’

En dus was het dit jaar opvallend anders op het gigantische Parc del Fòrum, een evenemententerrein zo groot als de Efteling. Primavera is van oudsher een indie- en rockfestival, maar dit keer heetten de headliners Solange, Erykah Badu, Janelle Monáe, Rosalía, Nina Kraviz, Robyn, Róisín Murphy en Miley Cirus. Met de lancering van deze video getiteld The New Normal, willen de Spanjaarden een voorbeeld voor de festivalwereld zijn.

Kritiek op standpunten waar lef voor nodig is komt vaak uit voorspelbare hoek. ‘‘Waarom een quotum, het gaat toch om de kwaliteit van de muziek, niet om het geslacht van de artiest?’’, en ‘‘dat gaat ze bezoekersaantallen kosten’’ waren op social media de commentaren van voornamelijk mannen.

De repliek van Primavera? ‘‘Als de helft van ons publiek vrouw is, waarom onze line-up dan niet?,’’ aldus Marta Pallarès van de organisatie. ‘‘Door je als organisatie uit te spreken vergroot je het sociaal-maatschappelijk bewustzijn van je publiek en zet je verandering in gang. We boeten absoluut niet aan kwaliteit in, want zodra je buiten je eigen kaders durft te kijken, merk je al snel dat het eigenlijk vrij eenvoudig is. Neem bijvoorbeeld Robyn, Christine and the Queens of Neneh Cherry, artiesten die volgens critici de beste platen van 2018 maakten. Dát zijn de artiesten waar we op dit moment het meest enthousiast van worden. Daarom boeken we ze, niet omdat ze vrouw zijn.’’

DJ Marcelle en Mad Miran zijn twee van de Nederlandse artiesten die dit jaar op Primavera spelen. Als ik ze vraag naar hoe zij de boodschap en effort van het festival ervaren verschillen ze van mening. ‘‘Het blijft natuurlijk absurd’’, zegt Marcelle, ‘‘de meeste line-ups bestaan voor tachtig procent uit mannen en voor twintig procent uit vrouwen. Ik zou graag zien dat we het omdraaien, tachtig procent vrouwen en twintig procent mannen, want er is talent genoeg. Ik vind het een slecht teken dat het blijkbaar nodig is. Het zijn vaak mannelijke promotors die er vervolgens mee gaan pochen, zo van kijk, we boeken minstens vijftig procent vrouwen. Ik vind dat iets heel vreemds. Dit soort dingen zouden organisch moeten ontstaan, maar feit blijft dat de meeste boekers en promotors man zijn, en dat ze over het algemeen acts programmeren die op ze lijken. Ik vind zo’n quotom heel geforceerd.’’

Miran Belhanafi beleeft als Mad Miran dit jaar haar grote doorbraak. Voor het eerst staat ze op festivals van het kaliber Primavera, en ze vindt het beleid inspirerend. ‘‘Natuurlijk zou zoiets organisch moeten gaan, maar helaas is dat niet de realiteit. Festivals van dit kaliber hebben een voorbeeldfunctie, en hopelijk leren andere organisaties hiervan. Het kan dus wél, want hoe vet is die Primavera line-up?! Als er meer vrouwen op het podium staan, worden jonge meisjes sneller uitgedaagd om ook achter die draaitafels te gaan staan. Zo was het bij mij ook. Toen ik net begon met uitgaan was het standaardbeeld van een dj een man. Ik geloof echt wel in die voorbeeldfunctie. Ik heb heel lang getwijfeld. Kan ik dit wel? Is dit iets voor mij? Als je dan een krachtige vrouw op het podium ziet staan denk je verdomme ja, fuck it, dit is ook voor mij, ik ga dit doen!’’

Maar, zegt Miran, soms heeft ze het gevoel alsof je iets door de strot geduwd krijgt. ‘‘Die hele genderdiscussie heeft een behoorlijk rigide karakter’’, vindt ze. ‘‘Iedereen praat erover, en soms denk ik wel, kom op hé, we weten nu wel dat het een issue is, het is aan het veranderen, ik merk aan alles dat het de goede kant op gaat. Ik vind dat dat ook best belicht mag worden. We moeten ons niet alleen maar focussen op alles wat er mis is met onze scene.’’

Alle hierboven genoemde artiesten speelden dit jaar op Primavera en ik was uitgenodigd om te kijken of het werkt, zo’n 50/50 line-up. Het festival duurt officieel van maandag tot en met zaterdag, met doordeweeks concerten bij verschillende zalen in de binnenstad. Vanaf donderdag moet je enkel op Parc del Fórum zijn, bij voorkeur met wat marathonkilometers in de benen om het terrein fatsoenlijk uit te kunnen kammen.

In Apolo, een poppodium dat qua sfeer en afmetingen aan de Amsterdamse Melkweg doet denken, zie ik op woensdagavond een aloud programmacliché bevestigd worden, namelijk dat je publiek een afspiegeling is van de line-up die je cureert. Inga Copeland, Clara!, Linn Da Quebrada en local hero Bea Pelea spelen in een zaal die gevuld is met opvallend veel jonge meisjes en vrouwen. Afgezien van Inga Copeland, die vanavond onder haar Lolina-alias speelt en een artistiek verantwoorde, maar ietwat ontoegankelijke performance neerzet, klinkt er de hele avond reaggeton, salsa, cumbia en dembow. Telkens als dj Bea Pelea er een nieuwe plaat inmixt, zingen de voorste rijen de reaggeton-hits woord voor woord mee.

Ik verbaas me een week lang over de mores die blijkbaar bij een festival van dit soort afmetingen hoort. Primavera verwelkomt deze week 220.000 bezoekers, en boekt op zaterdag een record wanneer 63.000 mensen door de toegangspoorten wandelen. Daarmee is overigens wel de angst die een aantal festivalprofessionals op Primavera uitspreekt weggenomen. De mensen blijven, in tegenstelling tot waar organisatoren bang voor zijn, gewoon komen wanneer je stelling durft te nemen en minder ‘klassieke’ headliners boekt.

In vaktermen heet Primavera een ‘showcase’ festival. De complete Mojo Concerts-top is aanwezig en ook Melkweg en Dekmantel komen inspiratie opdoen. Andersom is het overigens ook zo, Primavera komt jaarlijks naar het Amsterdamse Bos om te zien en horen wat the next big thing in elektronische muziek wordt. Het antwoord kennen we al, want voor zover ze dat al niet is: upsammy. Ook in Barcelona ligt de naam van het supertalent op ieders tong. Collega Mad Miran is zelfbenoemd fangirl. ‘‘Zij heeft zo’n duidelijk signatuur. Of ze nou draait of produceert: je hoort gelijk, dat is Thessa (Torsing, echte naam red.).’’

De kanttekeningen die je bij Primavera kan plaatsen zitten ‘m vooral in de commerciële bombast en dat is een vreemde tegenstelling. Feminisme vs. kapitalisme, met een festivalterrein dat ondergekalkt is met reclame. En niet alleen het terrein zelf, zodra je het vliegtuig uitstapt of de stad inloopt schreeuwen aanplakbiljetten en levensgrote banners dat we Raybans moeten dragen en Seats moeten rijden, Pull-Bear-kleding moeten kopen en Heineken moeten drinken. Wat betreft het laatste gaat het zelfs zo ver dat biertaps van concurrerende merken zijn afgeplakt en je enkel cerveza van Hollandse makelij kan bestellen. Beschamend.

  

Het smakeloos ingerichte festivalterrein doet na een paar uur pijn aan je ogen. Werkelijk ieder hoekje is van slogans voorzien. Bovendien voelt het soms alsof je je niet vrij over het terrein kan bewegen, zo strak is de crowd control geregeld met borden, sluizen en beveiligers die aangeven waar je wel en niet moet lopen. Tussen 60.000 mensen ervaar ik dat vaak als enorm benauwend. ‘‘Maar’’, drukt een Nederlandse bezoeker mij op ’t hart, ‘‘noem één ander festival waar je op dezelfde avond Erykah Badu én upsammy kan zien?’’ Touché. ‘‘Je kan het hele weekend klagen over hoe massaal en druk het is, maar ik bekijk het liever zo.’’

Op het spuuglelijke Desperados-podium zorgt Izabel voor mijn persoonlijke Primavera-hoogtepunt. Het is midden op de dag, er staat geen kip op het festivalveld, maar de Australische Nederlandse heeft daar nul boodschap aan. Vanaf het moment dat ze achter de draaitafels staat lijkt ze met zichzelf en de muziek in gesprek. Lachend, dansend, huppelend, mompelend dartelt ze over de bühne. Haar muziek is zoals haar Lullabies For Insomniac-label: super divers, origineel en voorzien van een onmiskenbare dosis karakter. Technisch zit het ingenieus in elkaar, switchend van trage soundscapes naar stuiterende psych-tekno en via dub en reggae moeiteloos naar breakbeats. Indrukwekkend.

Meer climaxen komen van Caterina Barbieri, die een gigantisch auditorium betovert met liedjes, songs die ze uit modulaire synthesizers tovert alsof het een akoestische gitaar is, zo breekbaar maar toch krachtig. The Necks bewijzen wederom een van de beste live-bands ooit te zijn en Beak>, van Portishead-oprichter Geoff Barrow, doet niet voor ze onder.

Aan het dj-front maken vooral Marcelle en Objekt indruk, al mis ik meer van dat deel van het programma dan ik zie. Want ook dat is Primavera, wie alles wil zien moet de slijtageslag aangaan.  

Er valt een hoop op Primavera aan te merken en je moet maar zin hebben in een festival dat qua organisatie gelijkstaat aan een militaire operatie. Maar de belangrijkste boodschap van afgelopen week is dat het kán en, zoals Mad Miran al zei, al gebeurt. Er loopt genoeg vrouwelijk talent rond, het is aan promotors om ze te boeken. En natuurlijk valt er nog veel te winnen als het gaat over doorstroom van opkomend talent, want doorbreken is al moeilijk genoeg, de stap naar headliner maken, zoals bijvoorbeeld Nina Kraviz, is van een compleet andere orde.  

Ook daar rest een nobele taak voor organisatoren, maar bijvoorbeeld óók voor muziekjournalisten. Je hebt als promotor de kans om talent een handreiking te doen, door het bij iedere nieuwe jaargang een groter podium te bieden. Een goed voorbeeld is Helena Hauff op Dekmantel Festival, die in 2017 vol overtuiging een van de kleinere podia stukspeelde en dat een jaar later met net zoveel succes op het hoofdpodium deed. Zo kweek je headliners. Op Primavera bewijzen upsammy, Marcelle en Izabel ook klaar te zijn voor die stap, maar dan moeten ze wel de kans krijgen. Promotors: toon een beetje lef.

En het is aan journalisten om ons niet altijd maar blind te staren op de gevestigde orde, of op dat wat je al kent, maar actief bij te dragen aan talentontwikkeling door te schrijven over dat wat zich onder de oppervlakte beweegt. En als we dan over ze schrijven, laten we dan alsjeblieft stoppen met het benoemen van het feit dat ze vrouw zijn. Dat doen we immers bij mannelijke dj’s ook niet. Het zijn artiesten. Punt.

Na Primavera Sound blijft er een prettige les hangen: wees niet bang om jezelf uit te dagen en onderschat je publiek niet. Het is er al lang klaar voor.