Liefdesbrieven aan Luke

Goede dingen moeten soms jarenlang rijpen voordat ze daadwerkelijk bijzonder worden. Zoals single malt whisky. Een oude kaas uit Stolwijk. Of een vintage fotolens uit Oost-Duitsland.

De Britse producer Burial had nog een schooltas toen hij voor het eerst ‘Love’ hoorde, een melancholieke technotrack op Luke Slater’s album Freak Funk (1997). Britse techno kreeg net een beetje smoel en Slater was een van de eerste dance-artiesten die bij een grote platenmaatschappij (Mute) tekende. Pas veel later zou Burial zelf aan de draaiknoppen zitten en uitgroeien tot een van de meest invloedrijke Britse danceproducers van deze tijd. Maar goed, ‘Love’ dus.

Zo’n vier jaar nadat Burial zijn onzichtbare cape afgooide en als William Emmanuel Bevan sporadisch zelfs interviews gaf, sprak hij zijn bewondering uit voor ‘Love’. Luke Slater las dat, nodigde zijn jonge collega prompt uit voor een kopje koffie en een remix leek in kannen en kruiken.

Dat het vervolgens toch nog zeven jaar moest duren voordat Burial’s versie van ‘Love’ het licht zag, wijten we maar aan het rijpingsproces. Het gaf Slater mooi de tijd om in de tussentijd collega’s als Marcel Dettmann, Scuba, Silent Servant en Lucy om remixes te vragen, zodat de heruitgave op Slaters eigen label Mote Evolver lekker dik zou uitpakken. Zelf nam hij ook de kwast ter hand. Nu kun je dus kiezen uit acht verschillende versies en niemand in het gezelschap stelt eigenlijk teleur.

Dettmann lardeert ‘Love’ in zijn City Remix met metalige percussie; Scuba kiest (opvallend genoeg) voor een discopuls en Lucy en Silent Servant zoeken het in de retrohoek met respectievelijk een rave-injectie en dominante shuffles. Slater zelf levert naast een kale en bijzonder effectieve Planetary Assault System-remix ook een epische, vijftien minuten durende moody techno work-out onder zijn The 7th Plain-alias af. Prachtig.

En Burial zelf? Alle ingrediënten die Bevan’s muziek zo bijzonder maken, zitten erin: een vocale sample die het midden houdt tussen een zucht en een kreunende uithaal, strategisch geplaatst vinylgekraak, fluisterende stemmen en de markante melancholische string die het origineel zo gedenkwaardig maakte. Een vierkwartskick met de zachtheid van een bospad duwt ons ruim zeven minuten voort.

Vroeger waren dit soort belachelijke lange remix-ep’s waarbij iedere uithoek van het dancegenre werd bezocht de gewoonste zaak van de wereld. Tegenwoordig zijn ze gelukkig schaars. Maar wie zijn goede geld aan deze acht liefdesbrieven uitgeeft, zal zich niet bekocht voelen.