Ulla Straus: poëzie van de alledaagsheid

“Eerst is er niets en dan begint ie.’’ Die cryptische woorden horen bij een anekdote van een vriend die in een platenwinkel werkte. Geregeld hingen daar mensen over de balie die een plaat zochten maar niet verder kwamen dan een vage schets. Een prachtig voorbeeld daarvan vind je in de eerste zin.

Toch is het een tamelijk accurate omschrijving van ‘Nana’, het openingsnummer op het debuutalbum van Ulla Straus, een jonge ambientartieste uit Pennsylvania. 'Nana' zweeft zachtjes je kamer binnen, als een verlegen nachtvlinder die je pas na verloop van tijd opmerkt. Veel heeft Straus nog niet uitgebracht. Een cassette, een in eigen beheer uitgebrachte CDr en een mixtape op Bandcamp. Dat is het wel zo’n beetje.

De blip op het radarscherm werd wat groter nadat zweefmeester Huerco S haar vorig jaar vroeg voor een single op zijn platenlabel West Mineral Ltd.. Samen met Pontiac Streator maakte ze vier zuigende tracks met slechts een handvol tribale drums en hypnotiserende, kogelronde geluiden. Het klonk als de soundtrack voor een dwaaltocht door een regenwoud met alleen een fles water in je rugzak.

Ook voor haar debuutalbum Big Room houdt de Amerikaanse alles klein. Tot aan de titels toe, die hooguit twee lettergrepen bevatten. Om in de metafoor te blijven: er staan vrijwel geen meubels in haar acht uitgestrekte kamers. Zo bevat het prachtige dromerige ‘House’ weinig meer dan een Eno-achtig akkoord en wat boeddhistische tempelbellen en doet een sober nummer als ‘Past’ denken aan de meest introverte momenten op een Grouper-plaat. Ulla Straus blijkt een koningin in het weglaten en geeft een krachtig akkoord de ruimte door het simpelweg te herhalen, als de branding op het strand (‘Billow’).

In het persbericht staat te lezen dat Strauss zich laat inspireren door alledaagse dingen. Foto’s die zijn achtergebleven in een huis; een vriend die door de voordeur stapt; de plotselinge stilte in een kamer nadat de ventilator is uitgezet. De poëzie van de alledaagsheid.

Op Big Room combineert Straus de warmte van Brian Eno met het meditatieve van Loscil en het speelse van Kara-Lis Coverdale. Dat lijkt me een gouden combinatie. En zo klinkt het ook.