In trance, zwevend op een Perzisch tapijt

Er schijnt een mistige oranje zon door de ramen van het foyerdeck van het Amsterdamse Muziekgebouw, veel treffender kan het decor niet zijn. Zwevend boven het water van Het IJ, in dat kolossale gebouw van glas en met uitzicht op meanderende vrachtschepen, krijgt het optreden van Driftmachine op Minimal Music Festival (MMF) iets magisch.

Muziek leeft van schoonheid, van verhalen ook. Jeroen Vermandere is zo’n verhaal. Als afgestudeerd geluidskunstenaar ontwikkelde hij een liefde voor cassettebandjes. Afgelopen zaterdag werd op MMF voelbaar wat monomane aandacht voor een muzikale niche vermag. Het Berlijnse duo Driftmachine bracht op invitatie van Vermandere een ode aan de overleden muzikant Marien van Oers; een hoogtepunt op dit wonderlijke festival.

Vermandere is een archivaris van Nederlandse cassettecultuur uit de jaren tachtig, een enorm rijk muzikaal landschap dat hij middels vinylreleases aan een nieuw publiek openbaart. Door de muzikanten van toen te achterhalen, met ze te praten en overleggen, hun oeuvres minutieus te bestuderen, destilleert Vermandere prachtige overzichtswerken uit vergeten catalogi. Zo stuitte hij op het werk van Marien van Oers alias Het Zweet, een eigengereide DIY-muzikant uit Breda die zijn repetitieve elektronische trance op cassettes uitbracht. Maar in tegenstelling tot de artiesten waar Vermandere eerder mee werkte, overleed Van Oers in 2013.

Hij vond een manier om zijn werk toch te kunnen presenteren. Samen met Andreas Gerth en Florian Zimmer alias Driftmachine werkte hij aan een herinterpretatie van Massive Trance en de wijze waarop inspireert. Het concept van een herinterpretatie lijkt zo eenvoudig, maar enkel door zorgvuldig met zo’n muzikale erfenis om te springen kom je tot integere resultaten. Voorafgaand aan het concert legt Vermandere in een interview uit waarom die muziek nog altijd tot de verbeelding spreekt: het is tijdloos en er valt moeilijk een genre op te plakken. Een fysieke release volgt later dit jaar.

MMF beleef je voor een groot deel liggend op Perzische tapijten en met kussens onder je hoofd. Alsof je in de vertrouwdheid van je eigen woonkamer op een schapenvacht voor de houtkachel ligt, met op de puntgave speakers een mopje Steve Reich of Pauline Oliveros. De sfeer is met weinig andere festivals te vergelijken, want de luisterbereidheid en concentratie van het publiek zijn ongekend. Als Rabih Beaini op zaterdagnacht een dj-set speelt, is het in de kleine Atriumzaal muisstil. Er wordt niet gepraat, er wordt niet gedanst, er wordt enkel gefluisterd en geluisterd, met samengeknepen of gesloten ogen, in horizontale positie. En wat blijkt: soms is het ritueel van de dans overbodig, door simpelweg je ogen te sluiten zweef je als vanzelf richting parallelle dimensie. Net als veel van zijn collega-artiesten kiest Beaini voor een muzikale selectie die zo intens en vol detail is, dat luisteren eigenlijk het enige is wat je kán doen wanneer hij een ziedende Autechre-plaat aan een cellopartituur van Ernst Reijseger jast.

Beaini’s platenkeus is een metafoor voor MMF waar klassiek, akoestisch, modern elektronisch en experimenteel naadloos in elkaar vloeien. Van een concert op vier Steinway-vleugels via de mbira, een Zimbabwaanse duimpiano van Stella Chiweshe, de Perzische handdrums van Mohammad Reza Mortazavi en de Sahel-blues van Les Filles de Illighadad naar de elektronische trance van Donato Dozzy en Garland: op MMF is de enige constante de alom aanwezige hallucinante muziek.

Minimal Music Festival rekt met een enorm divers aanbod niet alleen de term minimal music maar ook het begrip ‘festival’ op. Met volle concentratie en in stilte naar muziek luisteren is allesbehalve oubollig, en het cliché dat minder meer is gaat hier absoluut op. Wie zich op de Perzische tapijten durfde neer te vlijen had bij vlagen inderdaad, zoals de promoteksten vooraf verkondigden, een buitenzinnige ervaring.