Legowelt & Animistic Beliefs: ‘‘Very boring, very nice’’

Je kunt ontzettend veel zeggen over Danny Wolfers alias Legowelt. Bijvoorbeeld hoe hij een synthesizer beroert, met in Hansaplast gewikkelde wijs- en middelvinger. Altijd volledig in controle, nooit verdwaald in het woud van synthesizer-wondertjes dat zich in zijn studio voor hem uitstrekt.

Samen met het talentvolle Rotterdamse duo Linh Luu en Marvin Lalihatu (Animistic Beliefs) maakte Wolfers De Diepe Wereld, een cassettebandje met zeven tracks die onmiskenbaar Legowelt zijn. ‘Knutsel Paradox’ en ‘Heksennacht’ hebben die gloedvolle West-Coast-melodieën, synthesizers gedrenkt in sterrenstof. Er zijn beatloze geluidscollages (‘De Diepe Wereld’, ‘Maan Station’). ‘De Oranje Sofa’ klinkt als traag pruttelende digitale koffie, ‘Nibit Intermezzo’ als een soundtrack voor een Miami Vice-achtige jaren tachtig politieserie. 

Tot zover de muziek, want zonder daar al te veel aan af te doen smelt ik vooral bij de korte documentaire die van bovengenoemd trio is gemaakt. In dat filmpje gebeurt niet bijster veel.  ‘‘Very boring video and very NICE cassette and artwork’’, aldus een zeer verhelderend Youtube-commentaar. Nu is saai wel het laatste woord dat ik wil gebruiken bij het duiden van wat we zien, maar snappen doe ik die opmerking wel.

Artiesten spelen op synthesizers in woonkamer. Pleistervingers drukken synthesizertoetsen in. Artiesten eten broodje. Artiesten praten over muziek. Artiesten ontwerpen artwork. Artiesten nemen muziek op cassettebandje op. Artiesten presenteren plaat.

‘‘Dat het toch alleen maar mooi wordt, en niet alleen techno’’

Dat ‘‘praten over muziek’’ is van het soort eenvoud dat je ontnuchterend zou kunnen noemen. Drie artiesten die zelf ook niet helemaal lijken te snappen waarom ze doen wat ze doen, waarom ze maken wat ze maken. Puur intuïtief. Dat het normaal is dat een van die artiesten over de muziek zegt dat het ‘‘iets Zwitsers heeft’’, en dat zijn collega artiest dat zonder een greintje twijfel beaamt. Ja, natuurlijk heeft het iets Zwitsers, dat hoor je toch? ‘‘Omin mooi.’’ En wanneer Marvin een schuif op het mengpaneel opengooit en vervolgens concludeert ‘‘dat het toch alleen maar mooi wordt, en niet alleen techno’’ snapt iedereen wat hij bedoelt.

In nog geen tien minuten demystificeert het filmpje ons soms ietwat spastische idee van wat goede elektronische muziek goede elektronische muziek maakt. We plaatsen kunstenaars makkelijk op een voetstuk, ik doe daar als muziekredacteur maar al te graag aan mee. Mannen en vrouwen die obsessieve studies naar geluid maken, dj’s of producers die de zuiverste vorm van toewijding en obsessie etaleren. Dáár ligt de lat. Dát is kunstenaarschap. Kunst die je pas kan produceren na uren, dagen, wekenlang zwoegen, nadenken, uitvoeren, analyseren, weggooien en weer van vooraf aan beginnen. Wie elektronische muziek van de buitencategorie produceert, moet haast wel een soort halfgod zijn. Maar Danny Wolfers koopt zijn witte puntbolletjes bij de Dirk en zo gedraagt hij zich ook.

Onderstaand filmpje is verplichte kost voor producers die in de mythe van inspiratie geloven. Het cliché dat die inspiratie ongrijpbaar is, je daarom nooit weet wanneer-ie toeslaat en je pas iets kan maken wanneer je als door bliksem wordt getroffen door Het Grote Idee. Onzin. Inspiratie krijg je door routine. Door elke dag je instrumenten aan te slingeren en gewoon te doen, te proberen. Vraag maar aan Legowelt en Animistic Beliefs. Feitelijk hoef je niks van elektronische muziek te weten om het te kunnen maken. Je koopt een pak goedkope koekjes, zet je instrumenten aan en schopt tussendoor achter in de tuin met een voetbal een bloembak aan gort. Achtenveertig uur later heb je een pracht van een plaat.