JASSS is energie

Dankzij Silvia Jiménez Alvarez alias JASSS heb ik er nieuwe favoriete artiest bij. ‘‘Mag ik muziek opzetten?,’’ vraagt ze terwijl ze ontspannen maar zelfverzekerd in onze fotocamera kijkt. “What’s a goon to a queen?, bossed up, look at me I’m flossed up,’’ spit een vrouw met een stem als een stanleymes over ratelende trap drums.

‘‘Het is Quay Dash, maar eerlijk gezegd is dat alles wat ik weet. Ik vind het album gewoon te gek.’’ Als ik het later opzoek blijkt Quay Dash een rapper uit de Bronx te zijn die de track in kwestie liet produceren door fenomeen SOPHIE. Silvia: ‘‘Ik luister naar alle soorten muziek en geloof dat je uit ieder denkbaar genre inspiratie kan putten. Overal zit wel iets in dat interessant is.’’

Toch is haar idee-fixe elektronische muziek. ‘‘Ik ben er simpelweg door geobsedeerd’’, lacht ze terwijl ze routineus een filter tussen haar tanden klemt en shag in een vloeitje vouwt. ‘‘Het is het kind in mij.’’ Ze kampt met een lichte vorm van ADD en concentreren is vaak lastig. ‘‘Behalve wanneer ik muziek luister. Elektronische muziek vangt zonder enige moeite altijd mijn aandacht. Het is pure nieuwsgierigheid.’’

‘‘Wanneer je naar veel verschillende genres luistert onderzoek je de mentaliteit die achter die muziek schuiltgaat. Zo begrijp je beter hoe muzikanten, hoe mensen naar de wereld kijken. Want dat is wat muziek uiteindelijk is: een reflectie van hoe je naar de wereld kijkt. Dus hoe meer muziek je ontdekt, des te beter begrijp je hoe anderen naar de wereld kijken. Ik vind dat fascinerend.’’ 

In 2017 maakte ze met Weightless een veelgeprezen album dat iets van die muzikale ambivalentie verraadt. Qua instrumentatie en klankkleuren is ze schatplichtig aan klassieke Spaanse industrial-helden als Mecanica Popular en Esplendor Geométrico; gitzwarte, zware post-punk die haar urgentie dankt aan het Spaanse post-dictatoriale tijdperk van midden jaren zeventig. Maar wat Weightless zo goed maakt is de speelsheid en het avontuur dat JASSS in haar machtige composities verweeft.Als ze haar elektronische avant-punk in drone laat zwelgen à la The Haxan Cloak of Prurient, breekt halverwege opeens de zon door met een wonderschone ambient synthpartij (‘Theo Goes Away’). Of neem de spoken-word track ‘Every Single Fish in the Pond’ (‘‘I’ve had a child because I wanted to love someone’’), die gaandeweg ontaardt in een sluimerende Chris & Cosey-achtige clubtrack, met kicks die klinken als een opname van een smid die ijzer op aambeeld slaat, om vervolgens te eindigen met een storm van modulaire synthesizers. Flarden techno doen denken aan het beste dat Mika Vainio op Sähkö produceerde, een paar tellen later swingt de digi dub in je oren. Iedere track op Weightless is een mini-reis langs een veelvoud aan muzikale universums, en precies om die reden een plaat die je met liefde op repeat zet.

Als we JASSS op een grijze winterzondag in Amsterdam treffen heeft ze er net een nacht draaien opzitten. Samen met Helena Hauff speelde ze de Utrechtse club WAS stuk. Honderden uitgelaten clubbers in een warehouse setting, zweet langs de muren. ‘‘Ik heb er geen verklaring voor, maar in zo’n enorme zaal voel ik me prettig,’’ zegt ze zichtbaar tevreden. ‘‘Lang had ik er vooroordelen over, omdat ik graag in kleine clubs speel. Zodra je een club binnenloopt voel je welke kant je muzikaal op wil. De energie in een grote zaal is totaal anders. Je hebt minder interactie met je publiek, maar je kan jezelf totaal verliezen in dat wat je draait. In kleine clubs staat het publiek bijna in je booth en komt er ontzettend veel energie vrij van de mensen die voor, naast en achter je staan. Ze geven energie en die energie kan je voelen, daar kan je niet omheen. In een grote zaal verloopt die uitwisseling van energie anders. Je zit dan meer in je eigen bubbel, in plaats van samen in dezelfde bubbel.’’

Als ik naar haar muzikale achtergrond vraag gaat het over Noord-Spanje. ‘‘Je afkomst bepaalt voor een groot deel je interesses. Dat geldt voor politiek of cultuur, voor kunst en muziek.’’ Silvia groeide op in Asturië, een autonome regio langs de noordoostkust. Ze is enigst kind van ouders die tijdens het regime van dictator Franco (1939-1975) hun eigen weg zochten. Onder zijn bewind raakte Spanje in een internationaal isolement. ‘‘Je kan je voorstellen dat zoiets gevolgen heeft voor de manier waarop mijn ouders muziek consumeerden. In de omgeving had je destijds één discotheek. Mijn ouders waren bevriend met een dj die in tegenstelling tot veel andere Spanjaarden wel naar andere landen kon reizen en muziek meebracht.’’  

Zelf kreeg ze pas laat toegang tot het internet en dus tot nieuwe muziek. ‘‘Ik ben van de generatie waarvoor internet nog net geen vanzelfsprekendheid is, het voelt enigszins onnatuurlijk voor mij. Wij kegen thuis pas heel laat een computer. Dan duurt het even voor je zo’n systeem begrijpt en doorhebt dat dit je toegang tot een compleet nieuwe wereld verschaft.’’

Het verklaart waarom ze pas op latere leeftijd clubcultuur op waarde wist te schatten. Clubs waren er amper in wat ook wel ‘de achterkant van Spanje’ wordt genoemd. ‘‘Ik wist niet dat er zoiets als clubcultuur bestond. Mensen kennen uiteraard steden als Madrid, Barcelona of Valencia, maar Asturië was en is nog altijd een compleet ander gebied. Het is een interessant gegeven, want clubcultuur wordt vormgegeven door haar omgeving. In Madrid kan je wekelijks naar een club, maar betaal je altijd entree. In Asturië waren er raves in het bos. Je moest er wel voor naar het strontgat van de wereld, maar toch. Iedereen op zo’n rave heeft moeite gedaan om er te komen. Dat zegt iets over de intentie van de mensen die er zijn en dat komt de sfeer ten goede. Ik kan me een rave herinneren, een meisje had haar zelfgebouwde speakers meegebracht. In een bos heb je natuurlijk aggregaten nodig. De hele rataplan, alles werd aangesleept. Samen bouw je alles op. Dat klinkt een beetje new age, maar het geeft veel voldoeding.’’  

Zo zelfverzekerd als haar muziek klinkt praat ze ook. Zelfkritisch, maar vooral erg nuchter. ‘‘Omdat ik nooit volledig onderdeel van die clubcultuur ben geweest voordat ik ging optreden, is het makkelijker om er van een afstand naar te kijken. Ik was nooit iemand die dagen en nachten lang wakker bleef en veel drugs nam. Ik ging naar raves om te dansen, meer niet. Ik verloor mezelf in dj-sets en wat minder in al het andere er omheen. Het muzikale aspect trok me aan, het sociologische gedeelte minder.’’

Het is een week voordat ze op uitnodiging van Knekelhuis bij Garage Noord draait. ‘‘Met Mark (Knekelhuis red.) had ik meteen een goeie klik. Hij is een prettig persoon om mee te hangen, heeft een goeie energie en muzikaal begrijpen we elkaar.’’ Weer valt het woord ‘energie’. ‘‘Zowel draaien als een produceren gaan voor een groot deel om de juiste energie. Daarom hoor je ook een heel duidelijk verschil tussen mijn liveoptredens en dj-sets.’’

Dat laatste valt niet te ontkennen. Vorig jaar speelde ze een indrukwekkende liveshow op het Haagse Rewire festival. Haar muziek kon ik uittekenen, maar live was het bijna onherkenbaar. Ze heeft voor zichzelf de regel dat wanneer ze live speelt, het gros van haar muziek nieuw materiaal moet zijn. ‘‘Dan komen we terug op de persoonlijkheidsfactor die in muziek zit. Iedereen heeft meerdere persoonlijkheden in zich. Als ik een banger produceer wil dat niet zeggen dat ik dat niet ben. Maar mijn producties weerspiegelen hopelijk de vele facetten van mijn persoonlijkheid. Ik ben ook een vrij ingetogen iemand. Een heel groot deel van mijn interesses liggen in wat ik ‘de stille ruimte’ noem. Ik ben dat nog steeds aan het onderzoeken, maar het heeft te maken met non-conforme elektronische muziek, producties die stilte opzoeken. Wanneer je platen draait is dat een vorm van zelfexpressie, maar het is functioneel en daarom totaal anders. Om die reden zal ik nooit live in een club spelen. Wanneer je iets produceert verwerk je je emoties, ze krijgen een plek in de studio, in je muziek. Door creatief te zijn, leer je jezelf beter begrijpen. Het is een beetje als kotsen. Er komt iets uit dat je daarna aan kan wijzen en waarvan je kan zeggen: o ja, dat was dat.’’

‘‘Wanneer je draait heb je veel meer controle over waar de sfeer in de zaal naartoe moet. Ik ben me er nu eenmaal van bewust dat ik nooit dezelfde energie in een liveset kan stoppen. Ik draai alles door elkaar, live kan dat niet. Energie, weet je wel?!’’

Nieuwsgierigheid is haar katalysator. ‘‘Ik haal zoveel stimulans en inspiratie uit de eindeloze stroom muziek. Het is voor mij bijna onmogelijk om verveeld te raken. Er zijn nog zo ontzettend veel dingen die ik wil uitproberen, de dag heeft voor mij niet genoeg uren.’’ Toch is een nieuw album aanstaande. ‘‘Daar werk ik nu al bijna een jaar aan, maar het zit er nu echt aan te komen.’’