Waarom dansen in de club als een bevrijding voelt 

Heb je je ooit afgevraagd wáárom dat eeuwige dansen eigenlijk zo prettig is? Wat de theoretische en psychologische verklaring is achter het geluk dat clubben heet?  

De Italiaanse Michele Rizzo is choreograaf en danser. Zijn voorstelling HIGHER xtn. speelt momenteel in het Stedelijk museum in Amsterdam. Producer Lorenzo Senni maakte de muziek bij een indrukwekkende performance die je met een grote glimlach en een enorme behoefte om te gaan dansen achterlaat.

‘‘Ik hou ontzettend van clubcultuur’’, vertelt Rizzo daags na een van zijn optredens in de kantine van het Stedelijk. ‘‘Met mijn werk probeer ik te onderzoeken waar ‘m dat precies in zit. Waarom worden we gelukkig van dansen?’’

Rizzo benadrukt dat zijn voorstelling niet stopt bij het zoeken naar die verklaring. ‘‘HIGHER xtn. gaat voor een groot deel over overmatig zelfbewustzijn en hoe je dat achter je kan laten, maar net zo goed over het besef dat tijdens zo’n dansproces ontstaat: namelijk dat je je eigen identiteit aan het ontdekken bent terwijl je jezelf op de dansvloer verliest. Zo probeer je niet alleen iets van je af te schudden, je viert tegelijkertijd een feestje met jezelf.’’  

HIGHER xtn. is een dansvoorstelling die je met minimale middelen in trance brengt. Herkenbaar zijn de danspassen die je normaal gesproken in een club ziet, al zijn ze dankzij de getalenteerde jonge dansers van de Amsterdamse School for New Dance Development een stuk verfijnder. Fascinerend en esthetisch. De repetitieve muziek van Senni past de dans als een jas.   

In de ontvangsthal van het Stedelijk is een rechthoek iets kleiner dan een half voetbalveld met tape afgeplakt. Daar rond omheen zit het publiek. De muziek start, een minimale, kristalheldere modulaire synthcompositie walst door de zaal, als een wervelwind in slow-motion. Een voor een dansen performers de rechthoek in, iedereen op zijn of haar eigen manier. Ze spelen met het publiek door ze af en toe strak aan te kijken. Langzaam maar zeker, terwijl de soundtrack van Senni steeds verder aanzwelt en in tempo versnelt, zoeken de dansers elkaar op en ontstaat er een choreografie die volledig synchroon is.

Rizzo is gefascineerd door openbare plekken, clubs in dit geval, waar het individuele en het sociale en communale samenkomen. ‘‘In een club zijn er twee manieren waarop je jezelf waarneemt: door de ogen van een ander, en door de ogen van je jezelf. Een club is een voorbeeld van een plek waar die percepties kunnen vervagen, waar je je zelfbewustzijn achter je kan laten.’’

Rizzo refereert aan de club als een plek waar je je identiteit kan ontdekken en waar je zelfacceptatie kan bevorderen. ‘‘Een club is bij uitstek een plek waar jezelf beter kan leren kennen. Je kan er jezelf leren accepteren zoals je bent, zoals je danst. In een maatschappij waarin het fenomeen zelfacceptatie een steeds grotere rol speelt, kan een clubervaring bijdragen aan het krijgen van een “goed gevoel”. Daarom geeft dansen zo’n bevrijdende sensatie. Een gevoel waarbij je je zelfbewustzijn tijdelijk achter je laat, in een ruimte waar iedereen hetzelfde doet, namelijk dansen. Dat geeft zowel een emotie van individualiteit als van gemeenschap.’’

Rizzo studeerde Dans en daarna Beeldende Kunst. Hij ziet de club als een plek voor gemeenschapsvorming en radicale zelfexpressie en baseert zijn theorieën op het werk van verschillende filosofen en onderzoekers. ‘‘Alles wat ik over het effect van dans heb geleerd vond ik op het internet’’, lacht hij bescheiden. ‘‘Ik ben geen academicus, mijn liefde voor dans ontstond in de club. Sinds een jaar of zes ben ik een fanatieke clubber. Langzaam maar zeker begon ik me af te vragen: waarom brengt dit mij zo ongelooflijk veel plezier? Nog steeds probeer ik die vraag te beantwoorden, dat is de basis van dit werk. Ik ben verliefd op clubben. Met die enorm sterke emotie en de behoefte dat gevoel te definiëren, ben ik aan de slag gegaan.’’

Hij noemt het werk van psycholoog Mihaly Csikszentmihalyi. ‘‘Zijn theorieën zijn zeer toegankelijk, ik kan ze iedereen die wil weten waarom dansen zo bevrijdend werkt aanraden. Het idee achter zijn theorie is dat mensen gelukkiger zijn wanneer ze in een staat van ‘flow’ terechtkomen. Wanneer je je voor langere tijd volledig op één activiteit concentreert, voel je je intens gelukkig.’’

Rizzo: “Hij heeft het over activiteiten waarbij je volledig betrokken bent vanwege de activiteit zelf. Denk aan een sportman die de honderd meter sprint loopt, een chirurg die opereert. Eigenlijk alle handelingen waarbij je focust op één concrete activiteit. Raven valt daar ook onder. Op die momenten valt het ego, je zelfbewustzijn weg. Elke actie, beweging en gedachte volgt onvermijdelijk de vorige op. Je hele wezen is erbij betrokken, en je gebruikt je vaardigheden tot het uiterste. Het is dus een toestand waarin je al je aandacht op die taak of activiteit richt. Het resultaat van dit alles is harmonie, evenwicht en geluk. Het levert een gevoel van vrijheid op.’’

Csikszentmihalyi stelt dat een staat van flow zich in je onbewuste nestelt. Met andere woorden: je hebt het niet door. Wie aan bepaalde voorwaarden voldoet kan in een flow raken. De taken die je uitvoert moeten voldoende uitdaging bevatten, en je moet over bepaalde vaardigheden beschikken om de handeling goed uit te kunnen voeren. Wanneer je in een zogenaamd‘flow channel’ komt voel je angst noch verveling. Lees hier meer over de voorwaarden van Csikszentmihalyi om in een flow te komen. Je hebt pas door dat je in een flow zit zodra je de flow verlaat. Rizzo vult aan: ‘‘Ik weet alleen niet of ik dat laatste met hem eens ben, en het is onmogelijk om zoiets te bewijzen. Volgens mij kan je het namelijk wél doorhebben. Maar vreemd en fascinerend is het wel.’’

Ook het werk van theoreticus Julia Kristeva is voor Rizzo belangrijk. ‘‘In haar onderzoeken verwoordt ze het gevoel van saamhorigheid als een ‘oceanisch’ gevoel. Volgens haar is dat gevoel herkenbaar en vertrouwd, omdat het teruggrijpt op de sensatie die een foetus in de baarmoeder ervaart. Voor mij resoneert die gedachte ook met het gevoel dat ik in een club heb. De resonantie van het klappen van de bas, die oscillaties van het geluid, het moment waarop een dansvloer als een oceaan op-en-neer lijkt te deinen.’’

‘‘De konijnendans is een hele technische dans, helemaal niet makkelijk om uit te voeren''

In HIGHER xtn. zie je bewegingen die iedere clubber herkent. Het mechanisch ronddraaien van de armen bijvoorbeeld, of de shuffle. Rizzo in gebroken Nederlands: ‘‘de konijnendans.’’ De pasjes ontketenden een paar jaar geleden een hype, maar de Nederlandse dansuitvinding werd in de media belachelijk gemaakt. Echter niet door Rizzo (die zelf een fantastische danser is). ‘‘De konijnendans is een hele technische dans, helemaal niet makkelijk om uit te voeren. Ik herinner me dat ik verliefd werd op die dans toen ik ‘m voor het eerst zag. Uren heb ik naar die filmpjes zitten kijken, leerde mezelf de bewegingen aan. Het geeft een enorme voldoening om die konijnendans te doen.’’

Rizzo oppert dat het interessant zou zijn om de verschillende manieren van dansen in clubs van over de hele wereld in kaart te brengen. ‘‘Dat verandert voortdurend. Toen ik in Amsterdam begon met uitgaan in Trouw, werd er heel anders gedanst dan tegenwoordig. Mensen blijven nu alsof ze wortel hebben geschoten op dezelfde plek op de dansvloer staan, terwijl ik vroeger altijd helemaal achteraan de dansvloer begon want daar was alle ruimte. Vervolgens ging ik de hele zaal rond. Nu blijft iedereen veel meer op één plek. Ooit danste ik in Berghain, kwam er een jongen naar me toe die zei: hé, jij danst zoals ze in Amsterdam dansen! Elke stad heeft zijn eigen variaties.’’

De bedwelmende muziek van sophisticated trance-grootmeester Lorenzo Senni is eigenlijk al reden genoeg om naar de performance in het Stedelijk te gaan Rizzo: ‘‘Hij is zo’n ongelooflijk goeie producer. Wat hij als geen ander kan, is het destilleren van verschillende elementen uit elektronische muziek die we allemaal goed kennen. Hardcore, trance, techno, minimal. Daaruit filtreert hij een soort van muzikaal destillaat dat kraakhelder en superscherp klinkt. Hij laat als het ware alleen de essentie over. Er is geen bas, enkel hoge frequenties. Dat maakt dat het repetitieve nooit saai wordt. In het begin smeekte ik hem: er moet bas in. Maar hij hield voet bij stuk. ‘‘I don’t do bass’’, zei-ie. Maar we vonden een compromis en ergens in het stuk hoor je héél zachtjes een bas. Sick, dat is het enige juiste woord voor die muziek.’’ 

Op zaterdag 2 en zondag 3 februari kan je om 15:00 uur gratis naar HIGHER xtn. in de entreehal van het Stedelijk museum in Amsterdam