Discophilia Belgica: obscure discoparels van onze zuiderburen

Er schijnt een tijd te zijn geweest dat je in België op iedere straathoek een opnamestudio kon treffen, waardoor de barrière voor een amateurmuzikant om een single of zelfs een album uit te brengen een stuk lager lag. We hebben het over eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, als de eerste betaalbare synthesizers zijn intrede doen en het poplandschap danig opschudden. Ook in België. 

Zo schrijft de futuristische popgroep Telex zich in 1980 in voor het Eurovisie Songfestival, waar ze monden doen openvallen met ‘Euro-vision’. Een liedje dat met zijn zoete synthmelodieën en drumcomputers dusdanig afwijkt van de rest, dat het halve land er schande van spreekt. 

Tegelijkertijd zien tientallen amateurmuzikanten het licht en schaffen ook zo’n modern keyboard aan om er rammelende popmuziek mee te maken. Vaak onder hun eigen naam. We noemen een Marianne, Raymond of DJ Bert. Ze brachten singles uit die al lang vergeten zijn, ware het niet voor onvermoeibare crate diggers als Loud E en The Wild. Die struinen sinds jaar en dag Antwerpse vlooienmarkten en Gentse rommelmarkten af in de hoop uit de stoffige berg platen een pareltje op te duiken. Totdat je op een gegeven moment een ketting hebt.

Die parelketting heet Discophilia Belgica, een dubbeldikke verzamelaar vol obscure discoprobeersels en doldwaze spacemuziek. Nummer na nummer rol je met je ogen over zoveel gekkigheid. Koortjes met monstergeluiden, voordrachten in tenenkrommend Frans en heerlijk valse violen. Alles ademt de sfeer van versleten skai bankstellen, eikenhouten koffietafels met bruine tegeltjes en op één teennagel balancerende porseleinen engeltjes. Lang niet alles is goed, maar saai is het nooit. Neem alleen al ‘Fela’ van ene Manuel Ferrero. Kreunend en schreeuwend als een dronken marktkoopman rolt Ferrero over een plukbasje heen. Zoiets heb je werkelijk nog nooit gehoord.

Als je in die tijd niet precies wist hoe een studiotafel werkte, gaf de ongekroonde discokoning Artibano Benedetto je graag een kontje richting succes. Deze naar Wallonië geëmigreerde Italiaan hielp tientallen muzikanten aan een singeltje, waarbij geen zee te hoog ging. Wilde je doedelzakken uit een synthesizer? Regelde hij. Liever iets Arabisch? Geen probleem, zoals Raymond Joniaux’ oriëntaalse discosingle ‘All’ A Bi Bi’ (1978) illustreert.

Vergeleken met Hunee’s compilatie Hunchin’ All Night en Young Marco’s Welcome To Paradise-serie is Discophilia Belgica drie tandjes gekker en obscuurder, maar daardoor ook des te verrassender. Wie meer wil weten over de vergeten discoplaatjes van ome Jacques en tante Cora om de hoek, schuift aan bij Loud E en The Wild.