Steve Spacek: elke beat is raak

“Hoe zou dit geklonken hebben in Plastic People?” vraagt Steve White zich nog geregeld af. De Britse producer en dj had ooit zijn eigen avond in de beroemde Londense club, net als Floating Points. Hetgeen waarschijnlijk de link met diens platenlabel Eglo verklaart. Op dat label verscheen onlangs Spaceks nieuwe album Natural Sci-Fi.

Natural Sci-Fi is strikt genomen de opvolger van het dertien jaar terug verschenen debuut Space Shift, een plaat waarop hiphoplegende J Dilla nog te horen is. Daarna werkte Steve Spacek samen met Mark Pritchard aan projecten als Africa HiTech en Harmonic 313, waarop ze de rauwe ritmes van grime en hiphop injecteerden met het DNA van Detroit techno. Onder de vlag Beat Spacek maakte hij in 2015 een album voor Ninja Tune. En dan is er het Space Invadas-ding met DJ Katalyst. Ook was hij lange tijd zanger in een band die zijn naam droeg en waaruit onder meer het intense neo-soulalbum Curvatia voortkwam.

Dat je niet denkt dat Steve Spacek heeft stilgezeten of zo.

Net als Mark Pritchard verruilde Steve White het hectische Londen voor Australië, waar hij een kind heeft. Dan snap je direct waarom de producer veel gebruik maakt van muziekapps als GarageBand en Propellerhead. Wel zo handig als je in het vliegtuig ineens in een creatieve flow zit maar nog twintig uur onderweg bent.

Anders dan zijn grote voorbeeld D’Angelo houdt Steve Spacek zijn futuristische neo-soul het liefst zo sober mogelijk. Veel tracks op Natural Sci-Fi bestaan uit slechts een handvol ingrediënten: een loom hobbelende hiphopbeat, wat ijle strings en de markante stem van White, die beurtelings hees en fluisterend zijn associatieve teksten zingt. “Is this the best you can do?”, klinkt het op het onderkoelde ‘Well Well’ waarop hij akelig dicht bij zijn held komt.

Maar dan doen we Spacek toch echt tekort. Zijn grote kracht is nu juist dat hij de donkere elementen uit het rauwe Londense clubleven weet te verknopen met klassieke songelementen als verschuivende akkoorden en harmonie. Luister maar eens naar ‘Carnival Nights’, waarop een acidpruttelbasje het gevecht aangaat met vlijmscherpe hi-hats terwijl Spacek in jazzmodus de wens uitspreekt dat hij zijn lief naar ‘‘outer space’’ ontvoert. Gastrollen zijn er voor de Amerikaanse rapper Oddisee en de onbekende Natalie Slade, maar verder is dit album grotendeels een one man affair.

In een tijd waarin consuminderen, kleine footprints en tiny houses elke week de krant halen voelt de soberheid op Natural Sci-Fi heel urgent aan. Het is een intiem album waarop Steve Spacek zijn uitgebeende hi-tech soul van nieuw elan voorziet. Werkelijk elke beat is raak.