Geen festival zo divers als Le Guess Who? Nu het publiek nog

‘‘The fun is already in your backyard.’’ Als Josiah Wise alias Serpentwithfeet spreekt zwijgt het Le Guess Who? publiek, en dat is vanavond voor het eerst. Daarover later meer. Met een hoogstpersoonlijke show imponeert de Amerikaan. Die stem, de lichtvoetigheid waarmee hij zijn seksualiteit bevraagt en op de hak neemt, de connectie met zijn publiek. Aan alles voel je: hier staat een groot artiest. ‘‘Zullen we proberen om de zaal een beetje liever te verlaten dan dat we ‘m binnenkwamen?’’

Gehoord in de wandelgangen van Le Guess Who?. Een bezoeker tegen haar partner: ‘‘Het is zó stressvol om overal op tijd te kunnen zijn. We hadden gister niet eens een moment om te eten, zo strak was het programma. Pfoe.’’

Het Utrechtse Le Guess Who? bezorgt je louter luxeproblemen. Het overvolle programma, een veelvoud aan genres en stijlen, vijftien verschillende locaties op een avond, dat keer vier dagen, en dan laten we het randprogramma nog buiten beschouwing - exposities bij verschillende Utrechtse musea en galeries, spin off festival Le Mini Who? waar aanstormend talent aan de poort rammelt, het gratis toegankelijke Lombok Festival op vrijdag in de gelijknamige Utrechtse woonwijk. Je gaat ontegenzeggelijk dingen missen, maar vaak vind je de fun inderdaad gewoon in je achtertuin.

Het imposante maar sfeerloze TivoliVredenburg is de achtertuin van Le Guess Who?, in het poppodium vind je het gros van het programma. Het is voor een groot deel te danken aan de vaak subliem uitgelichte shows dat de optredens daar nog iets van beeldend cachet krijgen. Visuals vallen pas op als ze steengoed zijn, en de vj’s van Le Guess Who? verdienen een dikke pluim.

Je blijft je niet alleen over de afmetingen van het Utrechtse poppodium verbazen, ook de barprijzen laten je klein voelen. Als we twee flesjes bier á 33 centiliter bestellen en we 8,40 euro af moeten rekenen denken we serieus dat we in de maling worden genomen. Niets is minder waar. Dit is mijn (Eelco, ik schrijf dit verslag samen met René Passet) tweede Le Guess Who?. Vorig jaar was ik enigszins verblind door de muzikale weelde, maar hoe langer ik hier rondloop, hoe vaker me opvalt dat de diversiteit van het festival zich louter tot de artiesten beperkt. En ja, dat doet wat met de sfeer want die is ronduit saai, gezapig en op momenten zelfs irritant. Waarom betaal je veertig euro voor een dagkaart als je vervolgens van begin tot eind door een concert heen gaat wauwelen? Stop met praten. Luister naar wat er speelt. Dans stuiterend door de zaal, maar hou je klep. Toon een beetje respect voor festival, artiest en medebezoeker.  

''Le Guess Who? in TivoliVredenburg is gemaakt voor een welvarend, wit, soms weinig geïnteresseerd publiek''

Le Guess Who? in TivoliVredenburg wordt bezocht door een welvarend, wit en vaak weinig geïnteresseerd publiek. Dat wringt, juist omdat het affiche extreem divers is. Want de programmeurs van Le Guess Who? hebben lak aan festivalconventies. Ze presenteren net zo makkelijk een legendarisch free jazz ensemble dat al sinds de jaren zestig furore maakt, als een experimentele popartiest die op doorbreken staat. Je vindt er akoestische Afrikaanse folk en avant-garde elektronica, minimal music uit Japan, DIY noise uit Amerika en psychedelische punk uit Israël. Na een weekend Le Guess Who? heb je er nieuwe lievelingsartiesten uit alle windstreken bij.  

Op donderdag begint onze trip in de Domtoren waar ONCEIM (Orchestre de Nouvelles Créations, Expérimentations et Improvisations Musicales), een 34-koppig orkest gespecialiseerd in complexe, lange en allesbehalve voorspelbare stukken, werk van Stephen O’Malley (van de band Sun O)))) speelt. Traag en zwaar wappert dronemuziek langs de imposante kerkpilaren, laag voor laag ontspint zich een muziekstuk dat kolkt van dynamiek.

Sloeg Yves Tumor tijdens eerdere optredens nog wel eens mensen een blauw oog of een tand door de lip, in Basis, normaal gesproken een Utrechtse club, blijft de schade rond de extraverte Amerikaan binnen de perken. Minder noise, meer liedjes, zoals het prachtige ‘Licking an Orchid’ van zijn onlangs verschenen debuutalbum. “Can I Take You Home?,” vraagt hij terwijl hij een gehandschoende hand op het gezicht van jongen legt en zijn Miles Davis-spiegelbril afzet. Ook speelt hij een nieuw nummer dat hij samen met Blood Orchid maakte en dat komende zomer uitkomt. Misschien. “Who needs labels? Fuck labels!”, roept de zwarte rebel die het afgelopen jaar juist tekende bij Warp Records. 

Op vrijdagavond steelt Serpentwithfeet ieders hart met een show vol kleine elektronische liedjes, die desondanks snoeihard binnen komen. Josiah Wise (echte naam) maakt een connectie met zijn publiek op een manier die volkomen eigen is. Kwetsbaar, maar ook met humor en zelfspot brengt hij zijn experimentele R&B-pop. Als je de ogen sluit is het soms net alsof je R Kelly hoort, zo elastisch buigt zijn stem zich rond verschillende octaven. Maar zoetgevooisd wordt het nooit. Daarvoor zijn de woorden van Wise te oprecht, de beats te onconventioneel. 

De Peruviaanse Maria Chavez zorgt voor het volgende onvergetelijke optreden. Voor haar op tafel één platenspeler. Daarop drukt ze kapotgescheurd of verbogen vinyl op elkaar alsof het lego is, om de platen vervolgens razendsnel weer onder elkaar vandaan te trekken, zonder aan de naald te komen. Wauw. Dit is niet alleen optisch een wonderlijke performance, ook muzikaal is het indrukwekkend. Met een speciaal voor Chavez gemaakte naald met twee uiteindes weet ze sissende white noise af te wisselen met J Dilla-achtige beats.    

JPEGMAFIA krijgt het vervolgens wél voor elkaar om TivoliVredenburg te laten ontploffen. De voorste rijen van de Pandora-zaal worden uitsluitend bevolkt door fans van de Amerikaanse rapper, die zijn politiek geëngageerde teksten woord-voor-woord mee spitten. Over voormalig New York burgemeester en Trump sympathisant Rudy Giuliani: ‘‘You are not a man, bitch / You’re a fucking token / Giuliani suck a dick / That’s the fucking slogan’’. Zo maak je van een bloedeloos feest een moshpit.

Een van de tofste dingen van Le Guess Who? is dat de organisatoren hun ego ter meerdere eer en glorie van de muziek opzij zetten. Dat ze kenners met jaloersmakend goede smaak zijn zal niemand betwisten, maar ook als sta je dagelijks met je neus in de bak met ‘nieuwe muziek’, er is altijd meer goede muziek die je niet, dan goede muziek die je wél kent. Het festival stelt daarom jaarlijks een aantal curatoren aan (dit keer Devendra Banhart, Moor Mother en Shabaka Hutchings), en inviteert platenlabels voor uitgebreide showcases. Uit New York komt op zaterdag misschien wel het beste label van dit moment over. Zo muzikaal divers als Le Guess Who? is, zo rijkelijk veelsoortig is ook RVNG Intl.. Ze halen o.a. de Zuid-Amerikaanse percussie en woordkunst van Lucrecia Dalt naar Utrecht, en op zaterdag laat de virtuoze cellist Oliver Coates in de Utrechtse Janskerk klassieke muziek en elektronica versmelten.  

Opvallend is de enorme hoeveelheid Japanners op de poster, waarvan Midori Takada je op zaterdagavond op de proef stelt. Takada is een voorbeeld van een artiest die dankzij een weelderige reissue-cultuur als live-artiest aan een tweede jeugd begon. De Japanse is virtuoos op ieder instrument dat onder het kopje percussie valt, en maakte in 1983 het wonderschone Through The Looking Glass, een album dat als de heilige graal van de Japanse ambient en minimal music scene wordt beschouwd. Na een lang en minimalistisch intro waarin ze wat verward spreekt over kokosnootbomen op een onbewoond eiland, laat ze aan het slot zien wat haar pijlsnelle handen kunnen: een klassieke marimba als een drumcomputer laten klinken. 

En dan moet de apotheose van onze avond nog komen. King Britt is een jaarlijks terugkerende favoriet van de Le Guess Who?-programmeurs en het is niet zo moeilijk om te snappen waarom. De Amerikaanse dj en producer blijft zichzelf opnieuw uitvinden en deelt vanavond de bühne met hiphopartiest en dichter Saul Williams. Die laatste kleedt zich op het podium in een lange zwartleren jas, zijn zonnebril houdt hij op, ogen verscholen achter aardedonker getinte glazen. Zo past de Blade Runner-esque soundtrack van King Britt perfect. ‘‘Hack into land rights and ownership / Hack into business, law of proprietorship / Hack into ambition and greed / Hack into forms of government’’. De mantra’s van Williams zijn monotoon maar penetrant. Na afloop vallen de twee elkaar in de armen en danken ze Moor Mother, wiens idee het was om deze helden samen te brengen. 

Wie zondagmiddag in de studentendiscotheek Poema landt, denkt waarschijnlijk al snel dat-ie in een parallelle dimensie is beland. Is de dansvloer normaal gesproken een bezwete kluwen springende mensen, nu liggen ze horizontaal te chillen op dikke bean bags. Sommigen hebben zelfs een dekentje over zich heen. Het Amsterdamse ambient-platenlabel Moving Furniture is vanmiddag gastheer en ze bedienen mensen die liever zweven dan dansen. 

Luisteren gaat inderdaad prima met je ogen dicht, blijkt bij het concert van Philipp Bückle. De langzaam glijdende akkoorden van de Duitser doen denken aan iemand als Wolfgang Voigt en krijgen in de Poema af en toe gezelschap van omgevingsgeluiden zoals een rinkelende kassa aan de bar of een piepende deur die nieuwe bezoekers aankondigt. Het maakt de luisterervaring er alleen maar mooier door.

Ook in nachtclub WAS wordt je zondagmiddag uit je comfortzone getrokken. Daar staan alleen maar punk- en rockbandjes in plaats van hippe dj’s. Omdat een podium ontbreekt, kunnen alleen de voorste rijen zien dat Mudhoney nog altijd een enorme bak herrie kan maken.

Het zondagavondprogramma speelt zich in tegenstelling tot de rest van de festivaldagen hoofdzakelijk af in TivoliVredenburg. Die compactheid is eigenlijk wel prettig na drie dagen van hot naar her rennen om maar niks te hoeven missen. De chique Hertz-zaal blijkt groot genoeg voor de 74-jarige transgender-artiest Beverly Glenn-Copeland, die na de heruitgave van een album uit 1970 eveneens een tweede jeugd lijkt te beleven. Zijn vocale bereik is nog altijd indrukwekkend, maar op Le Guess Who? pakt Copeland de zaal ook in met een uitstekende band en zijn charmante en ontwapenende persoonlijkheid. Prachtig is zijn intieme vertolking ‘Deep River’, een oud slavenlied met een dubbele boodschap, zo vertelt hij. 

Is Le Guess Who? normaal gesproken al een festival van contrasten, op zondagavond voel je je af en toe bijna een schizofreen. Van de warme charme van Copeland naar de extreme stem- en lichaamsbuigingen van de Amerikaanse Eartheater, die met een zaklamp haar publiek onderzoekt. Alsof ze zekerheid wil dat ze straks veilig topless kan gaan. “There is so much stuff coming out of my skirt”, klinkt het terwijl ze een yoga backbend doet en steeds meer monden doet openvallen. 

Ook Pan Daijing zoekt het in het fysieke. Een roerloze worstelwedstrijd in een ring van licht terwijl op het videoscherm rode zijden gewaden in slow-motion voorbijschieten en zoemende elektronica verbinding zoekt met sopraan-zang. Het is meer performance dan concert terwijl het een uur eerder bij Lucrecia Dalt precies andersom was. Haar ingetogen synthesizersmanipulaties kwamen echter veel harder binnen.

Met een footwork-dj een festival afsluiten, je moet maar durven. Toch gaat het vanaf de eerste minuut los bij RP Boo, die het genre zo’n beetje uitvond. Supersnelle snares, opgeknipte zang en allesverwoestend laag in een draaikolk van 140+ bpm. Dat de uit Chicago afkomstige legende af en toe meer bezig lijkt met zijn eigen vlog dan met de dansende mensen voor hem, boeit uiteindelijk niet. Iemand die zoveel hart voor de scene heeft dat hij overal het footwork-virus wil verspreiden, is perfect op zijn plek op Le Guess Who?. 

Het niveau van dit festival is muzikaal gezien extreem hoog. Juist daarom is het zonde dat het zo’n egalitair en vaak ongeïnteresseerd publiek trekt. Het aloude adagium dat je als festival bent wat je programmeert, lijkt voor Le Guess Who? niet op te gaan, en een andere verklaring dan locatie en prijs hebben we niet. Een festival wordt voor vijftig procent gemaakt door wat het te bieden heeft, en voor de andere helft door wat er over de vloer komt: samen ben je verantwoordelijk voor iets wat een ‘gezellig avondje uit’ zou kunnen overstijgen.  

Niet alleen muziek zelf kan verbinden, de Le Guess Who?-programmeurs zetten duidelijk net zo hard in op het verhaal áchter de muziek. Ze laten met hun affiche zien dat je barrières kan slechten. Dat nationaliteit, afkomst of gender geen rol spelen, dat het scenario dat artiesten schetsen, de historie die ze hebben, minstens net zo kan beklijven als de muzikale extase.

Le Guess Who? lijkt, ook afgaande op de vele subsidiepartners, geen festival met winstoogmerk, en laat dat vooral zo blijven. Maar is het dan teveel gevraagd om ook kritisch te kijken naar wie er toegang tot je festival hebben? Qua muziek blijft er niks te wensen over. Als we in de toekomst ergens op mogen hopen, dan is het op minder theekransjes en meer moshpits en middelvingers.