Eli Keszler: gestructureerde chaos

Onlangs kon je Eli Keszler nog op het podium naast Oneohtrix Point Never zien, in wiens ensemble hij de drummer is. Of noem hem maar percussionist, want zijn razende ritmes zijn simpelweg te vrij om in een keurslijf achter een kickdrum vast te zitten. Ook werkte de in New York woonachtige Keszler mee aan de recente Laurel Halo-EP Raw Silk Uncut Wood.

Beide artiesten zijn ook te horen op Keslzers nieuwe album Stadium. Een plaat die evenveel gemeen heeft met avant-garde jazz als met moderne elektronica en twaalf nummers lang behendig langs de randen van beide genres laveert. Bovendien voeden zijn vrije composities volop de verbeelding. Neem ‘Lotus Awnings’, dat met al zijn piepen en ratels doet denken aan een verlaten kinderspeeltuin uit de vorige eeuw, waar roestige schommels en versleten wippen wachten op betere tijden. 

''De virtuositeit van iemand als Han Bennink, maar de warmte en toegankelijkheid van een stijlgenoot als Jan Jelinek''

Met schijnbaar geïmproviseerde roffels, tikjes en vegen schetst Keszler een complex maar transparant raamwerk waarin hij vervolgens houten blaasinstrumenten, een Rhodes-piano en koperwerk hangt. Daarbij beweegt de Amerikaan voortdurend op en neer tussen nervositeit en rust; tussen energie en sereniteit. Na de gekte van ‘Simple Act of Inverting The Episode’ volgt het slaperige ‘Which Swarms Around It’, waarin alleen wat bekkens en een Rhodes zitten, om vervolgens een nummer verder weer vol op de toms te gaan.

Het knappe is dat Stadium weliswaar een moeilijke plaat is, maar nergens zwaar aanvoelt. Het album heeft de virtuositeit van iemand als Han Bennink, maar de warmte en toegankelijkheid van een stijlgenoot als Jan Jelinek. Gestructureerde chaos waarin het prima toeven is. Wie zijn platenkast vol heeft staan met techno en elektronica en voorzichtig eens aan jazz wil beginnen, heeft aan Eli Keszler een goede.