Mattheis: trance van wereldklasse

Mocht je ooit door Zuid-Hollands laagland lopen, met stevige pas over de Hellegatsdam, langs dorpen als Middelharnis-Sommelsdijk en Dirksland, en hoor je dan tegemoetkomende voetgangers iets roepen als ‘‘oemoemenoe’’ vrees dan niet. Hier wordt, hoe onheilspellend het ook klinkt, in plaatselijk dialect enkel het eigen comfort uitgedaagd. Oemoemenoe. In goed Nederlands: wat gaan we nu doen?

Bloedserieus geintje van Nous’klaer, Rotterdams label met Zuid-Hollandse roots, van wie je de afgelopen jaren future classics van Tammo Hesselink en upsammy op je bord kreeg, en waar in 2017 de tofste Nederlandse compilatie sinds tijden van de band rolde. Nous’klaer bestaat pas vijf jaar, toch vonden ze het tijd voor een nieuwe uitdaging. Oemoemenoe? Nou, dit dus: een vers label voor ‘sedentary listening’, wat zich uit deftig Engels als ‘sedentair’, oftewel stilzittend luisteren laat vertalen. ‘‘A sedentary lifestyle is a type of lifestyle with little or no physical activity’’, aldus Wikipedia.

''Dit is nu al de mooiste track van 2018''

Wie Nous’klaer kent weet dat eigenlijk maar één producer het startschot voor zo’n nieuw muzikaal avontuur kan geven. Matthijs Verschuure is een van de meest ondergewaardeerde producers van Nederland, en iemand waar ik altijd een lans voor zal breken, want wat hij op de vierkante millimeter in zijn producties klaarspeelt is uniek. In 2013 zette hij zijn artiestennaam Mattheis onder de eerste release van Nous’klaer, twee jaar later gaf hij ze dit fenomenale album. 

Ook Oemoemenoe 001 is van Verschuure en met Thin Sections flikt-ie ’t weer. Mattheis maakt het soort trance waar grootmeesters als Donato Dozzy hoog over opgeven. ‘‘Je hebt goede en slechte trance,’’ zei de Italiaan in een interview met Resident Advisor ooit. ‘‘Veel mensen denken bij het horen van het woord ‘trance’ aan slechte producties, maar volgens mij is dat niet de juiste benadering.’’ Wat Dozzy bedoelt met goede trance, is het soort dat Verschuure als geen andere Nederlandse producer in de vingers heeft. Trance wars van ironie of parodie. Trance die nergens sentimenteel of bombastisch wordt, maar juist subtiel en hypnotisch blijft. Trance geproduceerd met fluorescerende synths en modulaire modules die los worden gelaten als lammeren in een wei. Het dartelt en dwarrelt en zwelt en zuigt.

In die zin vind ik het vrijwel onmogelijk om mijn sedentaire levensstijl vol te houden wanneer ik Thin Sections luister. Toegegeven, het is geen muziek waarmee je als dj op peak-time de tegels uit de dansvloer ramt, maar de producties van Mattheis hebben enorme ambivalente kwaliteiten – en juist dat maakt ze zo boeiend. 

Luister maar eens goed naar ‘Mica’. Wanneer je je verbeelding de vrije loop laat zie je de producer in zijn studio aan een batterij modulaire synths draaien. Nergens klinkt een beat, maar stilzitten is desondanks onmogelijk omdat er zoveel detail, zoveel positieve energie in wat een typische Mattheis-track is zit. ‘‘Godverdomme jáááá’’, denk ik telkens tijdens het luisteren, mezelf ondertussen aan de leuning van de stoel vastklemmend want hé, dit is sedentaire muziek hè!? 

Het geheim van de maker zit ‘m deels in het productieproces. Wanneer je zoals Mattheis live je muziek opneemt, ontstaan er onbedoeld geluiden die je van tevoren niet kan verzinnen. Machines hebben hun eigen, oncontroleerbare mores. Juist die onvoorziene klanken maken dat iedere seconde anders klinkt. Het opnemen van die geluiden, je synthesizers net zo lang tweaken tot de klankkleur je onderbuik laat rillen – in de studio van Mattheis gebeurt dat vóór er überhaupt een record-knop wordt ingedrukt. Het maakt dat je altijd de best mogelijke opname faciliteert, zo verklapte Verschuure in een eerder interview met DJB. ‘‘Ik loop nooit het risico dat ik de volgende dag wakker word en denk: misschien moet dat geluid toch nog een beetje anders.’’

Die inspirerende werkwijze maakt nummers als ‘Borrolan’ net zo onvoorspelbaar als rustgevend. Warme, over elkaar heen buitelende melodieën die hetzelfde effect als een kom Japanse noodles op een uitgeblust gemoed hebben. Trance wordt troostrijk. Los van elkaar stellen de ingrediënten weinig voor, maar stapel met aandacht laag op laag en ’t knalt.    

Een ander hoogtepunt op Thin Lines is het gierende ‘Ragunda’. Het nummer begint kalm met een springerige modulaire synth die ergens achter in het arrangement hangt, maar vindt dan plots tractie middels statisch geladen, digitale hi-hats die als een zwerm bijen in je oor zoemen. Een tweede synth zwelt aan tot epische proporties en verdwijnt na een apocalyptische climax net zo gracieus als-ie verscheen.             

Maar mijn persoonlijke favoriet is toch echt ‘Augite’, een nummer uit de categorie adembenemend mooi, armharen overeind. Draai dit maar op mijn begrafenis, kan daarna gerust de fik erin. Volgens mij kan je hier horen wat de maker bedoelt met die toevallige bijgeluiden. Na vier seconden (luister dit op goeie doppen of op een audiofiel systeem), valt opeens een gloed over het leidmotief, als een warme deken over rillende schouders. Het samenspel tussen een klassiek orgel en digitale synthesizers, die euforische melodie die nooit stampvoetend maar altijd sierlijk door de compositie trippelt, West-Afrikaanse drums die met een airbrush-effect in het geheel worden gefoefeld: dit is nu al de mooiste track van 2018.

Mattheis laat zien dat je met geduld, aandacht en een extreem oog voor detail unieke elektronische muziekkunst maken. Chapeau.

Oemoemenoe? Stilzitten en genieten.