Lanark Artefax: tussen de zwarte gaten in

Keulen, afgelopen voorjaar. In een theaterzaal met de afmetingen van een vliegtuighangar hangt de Monolith, een lichtinstallatie van Lanark Artefax, pontificaal in de ruimte. De producer uit Glasgow staat aan de zijkant van de zaal onder een vierkante klamboe, zijn instrumenten voor hem op tafel binnen handbereik. De set is amper vijf minuten oud of een deel van het publiek rent richting uitgang. Wat de fuck is dit?   

Koesteren moeten we ze, artiesten die zogenaamde muzikale conventies omverblazen, vol overtuiging de weg naar onontgonnen muzikale landschappen plaveien. Calum MacRae (25) alias Lanark Artefax sleutelt op aanstekelijke wijze aan de toekomst van elektronische muziek. De nieuwe Aphex Twin werd-ie genoemd, zo jong nog maar zo goed al, en hoewel dat een oneerlijke vergelijking is zegt het iets over zijn potentie.

MacRae’s officieuze debuut als producer kwam in 2016 uit op het label van zijn held Lee Gamble, over wie hij verklapte dat-ie ‘m schaamteloos wilde kopiëren toen hij hem voor het eerst zag spelen. In datzelfde jaar volgde de doorbraak met een plaat die door veel van zijn leeftijdsgenoten wordt gezien als de soundtrack van een nieuwe generatie: het wonderlijke ‘Touch Absence (Intimidating Stillness Mix)’.

Producties van Lanark Artefax zijn miniaturen vol verbazing, ontroering en beklemming. Er klinkt net zoveel duisternis als hoop door nummers als ‘Flickering Debris’, een plaat die leunt op kinetische avant-R&B á la Klein en Mhysa, terwijl die andere, meer op de club gestoelde versie van ‘Touch Absence’ uit het briljante electro-brein van The Other People Place had kunnen komen. Ga je goed op Errorsmith? Check Lanark Artefax. Een zwak voor Jesse Kanda? Check Lanark Artefax. Oneohtrix Point Never in je playlist? Enfin.

Bovengenoemde referenties zijn, inclusief Lanark Artefax zelf, artiesten die zich in de absolute voorhoede van de elektronische muziek anno 2018 bevinden. Er zit een gemene deler in het werk dat uit al die non-conformistische breinen spuit. Alsof ze met elkaar af hebben gesproken dat ’t nu wel klaar is, die keurige vierkwartsmaten die altijd binnen de lijntjes kleuren. Nee, wij doen het anders, pakken elektronische muziek en draaien het 180 graden op z’n kant, laten drums met consumptie stotteren, bouwen composities waarin geen twee maten hetzelfde zijn, houden de pitch-bends van onze digitale synths constant in beweging, knippen sopraanstemmen net zolang op tot ze onverstaanbaar maar nog altijd hemels klinken. Daarbij blijven ze vaak aan de zonnige kant van de streep: geen experiment om maar te experimenteren, er wordt verdomme plezier gemaakt. Wanneer die kickdrums dan niet altijd recht bovenop de tel zitten zorgt dat in onze voorgeprogrammeerde hoofden voor chaos.

Als ik MacRae maanden later met de verwarring bij zijn Keulse publiek confronteer begint hij te lachen. ‘‘Ik maak dat eerlijk gezegd regelmatig mee. De ene helft van de zaal lijkt er compleet in te zitten, terwijl de andere niet weet waar ze het moet zoeken. Verwarring op de dansvloer, vanuit mijn positie gezien is dat een hele grappige ervaring, Ik probeer daar wel mee te spelen, ja.’’

Die muzikale consternatie wordt aangedikt door eerdergenoemde Monolith, een soort van zwart gat in de vorm van een opstaande rechthoek die boven de dansvloer lijkt te zweven. De randen zijn met laserlicht gearceerd, maar met zoveel detail dat je soms vergeet dat je naar een projectie kijkt. Het ontwerp is van Sean Murphy, kunstenaar uit Glasgow, oogappel van o.a. Hudson Mohawke en Aphex Twin. MacRae: ‘‘Dat hele live-aspect binnen de elektronische muziek is een beetje een wassen neus, saai om naar te kijken ook. Je draait aan een paar knoppen, meer is het niet. Die Monolith is een fictieve poort naar een andere dimensie, een object waarin je je, wanneer de zaal zwart als de nacht is en vol rook hangt, kan verliezen.’’

MacRae praat als een professor, met grote woorden en dito ideeën. Maar zijn verheven gedachten lijken soeverein aan modieus geblaat en hype. Voor hij aan een carrière als muzikant begon, studeerde MacRae literatuur in Glasgow. Lanark Artefax ontleent zijn alias aan Lanark, een boek van de eminence grise van de Schotse literatuur: Alaisdair Gray. De parallellen tussen het werk van de muzikant en de schrijver zijn evident. Net als de muzikant is de schrijver een multitalent. Gray is van oudsher illustrator die zijn boeken zelf van prenten voorziet (zie de coverfoto van dit verhaal). En net als in de muziek van MacRae staat ook in de literatuur van Gray niks op z’n plek.

‘‘Op de universiteit werden we verplicht om postmoderne literatuur te lezen, dan kom je onherroepelijk bij Gray uit. Het boek speelt zich af in Glasgow en met name op veel plaatsen waar ik ben opgegroeid en die ik goed ken, maar tegelijkertijd is het sciencefiction. Dat is zo tof aan Lanark: dat fictie en non-fictie zo achteloos in elkaar overvloeien.’’

In zijn boek introduceert Gray je zonder oordeel (maar met een sloot humor waar je om de zoveel pagina’s hardop om moet lachen) aan de meest krankzinnige, onvoorspelbare karakters. ‘‘De inspiratie voor mijn muziek komt niet rechtstreeks uit het boek, maar er zijn denk ik wel overeenkomsten. Ik heb een fascinatie voor dingen die niet in een hokje passen, voor het ondefinieerbare dat tussen zwarte gaten zweeft. Ik hou ervan wanneer bestaande constructies uit elkaar worden getrokken, zodat je vervolgens in kan zoomen op de ruimte die dan ontstaat. Ik wil weten hoe dingen écht in elkaar zitten, en hoe je ze vervolgens kan ontrafelen en transformeren tot iets anders. Lanark lijkt in eerste instantie een vormloos boek, maar gaandeweg begin je de diepere betekenis te snappen.’’

Lanark is een ode aan Glasgow én een surrealistisch verslag van een achtbaanrit door de hel én een coming-of-age roman. Kunst, het kunstenaarschap en welke verantwoordelijkheden daar wel of niet bij horen is een centraal thema. In hoofdstuk één krijgt de dan nog jonge titelheld Lanark carrière-advies van een zekere Sludden. ‘‘Ik zou nooit een kunstenaar kunnen worden’’, zegt Lanark. ‘‘Ik heb mensen niets te vertellen.’’ Sluden begon te lachen: ‘‘Je hebt geen woord begrepen van wat ik heb gezegd.’’ Lanark had een innerlijke terughoudendheid die hem ervan weerhield wrevel of kwaadheid te laten blijken. Hij perste zijn lippen op elkaar en fronste naar het koffiekopje. Sludden zei: ‘‘Een kunstenaar vertelt mensen geen dingen, hij drukt zichzelf uit. Als hijzelf ongewoon is, schokt of prikkelt zijn werk mensen. Hoe dan ook dringt het zijn persoonlijkheid aan hen op.’’

In het boek ontkom je niet aan de persoonlijkheid van Alaisdair Gray, in de muziek van Lanark Artefax lees je het signatuur van Calum MacRae: intelligent, complex, nieuwsgierig, kritisch. ‘‘Er komt zoveel muziek uit tegenwoordig, maar ik vind maar weinig echt interessant. Er zou wat mij betreft meer muziek mogen zijn die doet waar ik het eerder over had en wat je ook over het boek kan zeggen: het zit tussen verschillende genres in, het hoort nergens echt helemaal bij. Muziek bewandelt vaak dezelfde paden. Mijn lol zit ‘m juist in een hybride vorm, in het transformeren van de ruimte die er tussen de noten zit. Het is niet zo dat ik daar constant bewust mee bezig ben, maar dat zijn voor mij wel de momenten waarop het muzikaal spannend wordt.’’

‘‘Ik geloof niet dat het heel moeilijk is om je in mijn muziek te verliezen''

‘‘En uiteindelijk haal ik veel meer uit muziek dan uit literatuur. Muziek is, in tegenstelling tot alle andere kunstvormen, een hele directe kunstvorm.’’ Hij noemt literatuur anno nu ‘‘self-signifying, nebulous and obscure.’’ Vrij en plat vertaalt: alles is rotzooi, niks heeft meer een diepere laag.

‘‘Natuurlijk wordt er ook in de muziek veel rommel geproduceerd, maar muziek heeft de unieke eigenschap dat het heel direct binnenkomt. Het is het enige medium dat erin slaagt om emoties voor de volle honderd procent over te brengen. Literatuur is wat mij betreft een heel beperkte kunstvorm, ik word er niet meer enthousiast van.’’ Dan lachend: ‘‘Weet je, ik ben door mijn studie enigszins literatuurmoe. Wanneer je zo intensief met iets bezig bent en je komt er gaandeweg achter dat je een bepaalde urgentie mist, is het tijd voor een pauze.’’

Wie een uurtje over heeft zou de website van Lanark Arterfax eens moeten checken. Naast de prints die hij daar verkoopt (‘‘afdrukken van installaties die ik heb gebouwd’’), staat l-a-n-a-r-k.net vol verwijzingen en links naar online portals als Church of the Comos: Temple of Light (‘‘we are immortal timeless beings of light in an infinitely expanding omniverse filled with intelligent life’’) en documentaries over The Dark Side Of The Universe. Weer lachend: ‘‘Ook dat is een beetje een spel. Ik heb een fascinatie voor dingen die we niet helemaal kunnen verklaren.’’

‘‘Ik geloof niet dat het heel moeilijk is om je in mijn muziek te verliezen. Goed, het zijn misschien niet altijd hapklare brokken, maar uiteindelijk is het altijd dansbaar, krijg je er energie van wanneer je bereid bent om er iets langer naar te luisteren, zeker tegen het einde van mijn sets. Ik ben niet heel goed in het uitbrengen van muziek, ongeveer de helft van wat je in mijn livesets hoort staat alleen op mijn eigen harddisk.’’  

‘‘Weet je wat mijn probleem met het uitbrengen van muziek is? Het voelt als iets wat niet zo hoort te zijn. Dat je iets wat een deel van je is, niet op een fysieke geluidsdrager kan zetten. Als ik bij een dokter zit die bloed bij me afneemt denk ik: dat hoort in mijn lichaam, niet in dat buisje. Zo voelt het mijn muziek ook.’’

Lanark Artefax speelt op zaterdag 22 september op TodaysArt