Yves Tumor: zoete hits, bloedneuzenmuziek

‘‘I only want to make hits”, bekende Yves Tumor twee jaar terug in een onderhoudend interview met Pitchfork. Hij bedoelde het gekscherend. Niet van die radiohits a la Usher en Drake. Nee, tracks die je telkens opnieuw wilt horen. Omdat ze zich met scherpe weerhaken in je hoofd nestelen. Als een goedaardige tumor, zo je wilt.

Van een obscure noise-muzikant heeft Yves Tumor zich de afgelopen jaren ontwikkeld tot een van de interessantste elektronische vernieuwers. Iemand die met een rasp langs het R&B-genre rent en tegelijkertijd de wonderlijkste melodieën uit zijn allesetende samplers trekt.

Tamelijk onverwacht viel deze week Safe In The Hands Of Love uit de lucht, het derde album van Yves Tumor en zijn debuut op het Londense Warp Records, dat hem binnen hengelde na zijn bejubelde langspeler Serpent Music (2016, PAN). 

Tegelijkertijd maakte de uit Tennessee afkomstige maar nu (vermoedelijk) in Duitsland of Turijn wonende selfmade muzikant naam met explosieve, kortdurende liveshows waarin hij als een wervelwind door de zaal joeg. Zoals in 2017 op het Utrechtse festival Le Guess Who? en tijdens het afgelopen Dekmantel Festival in Shelter.

Diezelfde bloedneuzenenergie steekt ook op Safe In The Hands Of Love regelmatig de kop op. De productie is allesbehalve gelikt en de overstuurde beats komen van alle kanten. Wat Tumor’s muziek zo goed maakt is juist het contrast tussen die furie en zijn talent voor melodie en weemoed. Met het afsluitende ‘Let The Lioness In You Float Freely’ als beste voorbeeld. Te midden van een wolk vol Ministry-achtige gitaren klinkt een zoet, bijna R&B-achtig refrein. “Lemme be the one to hold you tight / No other girls gonna treat you right.” Ondertussen komt de hemel naar beneden.

Op de recente single ‘Licking an Orchid’ gebeurt hetzelfde, maar neemt Tumor een andere route richting de storm. Aanvankelijk denk je te luisteren naar een onderkoeld liedje over seks. Een lome Tricky-triphopbeat, een prettig koortje en daarover uitgestrooid een handvol lichte gitaarakkoorden. ‘‘Can I take you home?”, informeert Tumor voorzichtig. Maar dan zet gastmuzikant en geluidskunstenaar James K. de distortion op standje tien en grijpt iedereen subiet naar de reling om niet omver te worden geblazen. Seks? Prima. Maar bij Tumor zou het goed kunnen dat er dan een zweep en wat touwen aan te pas komen.

Vergeleken met het prachtige maar ook wat onevenwichtige Serpent Music is Safe In The Hands Of Love een compacter en sterker album. Met hits die als belangrijkste boodschap hebben dat zelfs in een dystopie af en toe de zon schijnt.