Loradeniz: een van ’s werelds 61 meest veelbelovende talenten

Jaarlijks publiceert The Guardian een lijst met de zestig beste jonge internationale voetbaltalenten. Van zo’n niemendalletje krijgen liefhebbers schuim op de mond, want er is weinig leuker dan je verkneukelen omwille van nieuwe helden, spelers die de fakkel van wereldsterren met grijze haren over kunnen nemen om zo het spel nieuw leven in te blazen. Binnen de elektronische muziek bestaat er een dito gezaghebbende lijst vol potentiele toppers: die van de Red Bull Music Academy.

De Red Bull Music Academy (RBMA) is een soort mini-Harvard voor de meest veelbelovende muzikanten binnen de elektronische muziek. Jaarlijks slaat het Oostenrijkse energiedrankconcern haar tentenkamp in een andere stad op, om vanuit iedere uithoek van de wereld 61 deelnemers - producers, dj’s, muzikanten, componisten, vocalisten – in te vliegen voor een veertiendaagse masterclass extraordinaire – in Parijs was ik in 2013 getuige van die indrukwekkende machine.

Voorafgaand aan iedere Academy wordt de lijst met 61 deelnemers gepresenteerd. Nederlandse RBMA-alumni zijn o.a. Sevdaliza, Jameszoo en Roberto Auser, internationaal hangen er namen als Pan Daijing, Courtesy en Objekt in de hall of fame. Die lijst uitpluizen voelt een beetje alsof je in de platenzaak voor de bak met ‘new releases’ staat, maar dan wel alleen geproduceerd door artiesten waar je nog nooit van hebt gehoord. Feest dus. Persoonlijke favorieten van 2018: de ‘messy Greek folk’ van Anna Papaioannou alias Anna Vs June, de rave kicks van FAKETHIAS uit Noorwegen en de engelenzang van Loradeniz.

Die laatste komt (via Istanbul) uit Amsterdam, is klassiek geschoold als pianist en gezegend met het vermogen om klasse-songs te schrijven. Op de EP Mara (2017) zong ze in het Turks, op ‘Jello’, haar meest recente werk, hoor je een Engelse tekst geleend van schrijver Bukowski. Het klinkt als het logische vervolg op het veelbelovende maar conservatievere Mara: op ‘Jello’ is de elektronica avontuurlijker, spannender. 

Die spanning zit ‘m in de balans tussen progressieve elektronica en de orthodoxe zang van Loradeniz. Baslijnen gedrenkt in UK garage en R&B kolken rond een breekbare stem. Liefhebbers van de experimentele elektronische pop van Tirzah of Lana Del Rey checken de experimenteerdrift van Loradeniz, want ook hier wordt vanuit een fundament van elektronische muziek gezocht naar frisse manieren om een song in elkaar te knutselen, zonder dat refreinen of coupletten daar staan waar ze zogenaamd ‘horen’ te staan.

‘Jello’ is muzikaal elegant en trippy tegelijk. Loradeniz speelt prachtig subtiel op een Fender Rhodes en kopieert bijna een-op-een een tekst uit het werk van schrijver Charles Bukowski, maar wijzigt een nogal cruciaal woord uit zijn gedicht She Was Really Mad. Waar Bukowski ‘shit in a bowl of jello, put it in the refrigerator [..] you can eat this later tonight’ dichtte, lijkt Loradeniz ‘spit in a bowl of jello’ te zingen. Een subtiele aanklacht tegen de testosterontaal van Bukowski?

Met elektronische popmuziek is het zoals in ieder ander genre: het overgrote deel is inwisselbare rommel. Maar net zoals in ieder ander genre wordt er in de voorhoede retespannende muziek gemaakt. Die plaat van Tirzah (mede geproduceerd door Mica Levi die o.a. de schitterende soundtrack van de film Under The Skin schreef), fenomeen LAUREL (‘‘het Londense antwoord op Lana Del Rey’’), het aanstaande album van Amsterdams’ fenomeen BEA1991 of de EP (ook binnenkort) van Maan Jitski op FALA: 2018 is nu al een prima jaar voor spannende elektronische popmuziek, met artiesten die origineel en gedurfd werk maken. Voeg daar Loradeniz maar alvast voorzichtig aan toe.