De oneindige opties van Jlin

In de donkere kelder van De School zit je nooit verlegen om overweldigende geluiden, maar nooit hadden de trillingen uit de booth zoveel effect op de club als toen Jlin er vorig jaar haar liveshow deed. Niet alleen de booth en de bar maar iedere muur, de vloer, en mijn eigen lichaam trilden mee op de vibraties van haar live-set. Het werd een intiem uur dat in het teken stond van de herkomst van haar muziek en waar het naartoe probeert te gaan: recht naar je binnenste.

Jlin werd in 1987 geboren in Gary, Indiana, een stad een klein uur ten zuiden van Chicago. Daar groeide ze op, studeerde een tijdje wiskunde en werkte in een staalfabriek totdat ze in 2011 doorbrak met haar single ‘Erotic Heat’. Het nummer is overduidelijk een footwork track en om die reden wilde ze het eerst zelf niet uitbrengen. Als artiest is het vaak onmogelijk om uit dit soort hokjes te klimmen en dat bleek na de release van haar debuut in 2015, Dark Energy, ook voor Jlin het geval te zijn. Het album waarop de footwork-invloeden lang niet meer de boventoon voerden werd vaak alsnog in deze termen omschreven. Ook in de bovenste comment onder de YouTube-video van Black Origami, het album dat ze in 2017 uitbracht, staat enkel ‘footwork’. Terwijl haar muziek zeven jaar later nog steeds die typering meekrijgt, begrijpt Jlin haar werk zelf heel anders.

“Zelfs wanneer het niet goed gaat en ik me geblokkeerd voel blijf ik creëren. Omdat ik weet dat ik er overheen kom. Omdat muziek een wiskundige taal is: het is oneindig’’

Ze kwalificeert haar muziek het liefst als ‘kwetsbaar’ en het is tekenend voor haar proces en geluid om een emotie als omschrijving te gebruiken. “Ik stel me als ik componeer kwetsbaar op’’, vertelt ze nadat ik vraag waarom het woord kwetsbaar zo vaak naar boven komt in haar interviews. ‘‘Omdat ik me uit en omdat ik iets creëer. Het is kwetsbaar omdat het enkel een uitdrukking is van mezelf. En iedere persoon die ernaar luistert hoort dus alleen mij. Die hoort alles van mij.”

Dat haar muziek mag voelen als zo’n reflectie van haar diepste zelf is waarschijnlijk in grote mate te danken aan haar creatieve proces. Haar werkwijze is langzaam, voorzichtig, emotioneel en vindt in afzondering plaats. “Ik ben geen technische componist, ik ben intuïtief. Als ik wil werken dan werk ik, maar als ik niet wil werken dan werk ik niet. Als het er niet is dan forceer ik het niet, want dan raak ik alleen maar gefrustreerd. Ik moet voelen wat ik doe: letterlijk, voelen wat ik doe. Het weegt heel zwaar. Sommige mensen kunnen tien, vijftien nummers per dag maken maar ik kan dat niet. Ik heb geluk als ik vier maten weet te produceren. Mijn kinderen hebben zorg nodig, en dat is wat mijn muziek voor me is. Het zijn mijn kinderen.”

Het is interessant dat er een ouderlijke band naar voren komt in de manier waarop Jlin haar relatie tot haar muziek omschrijft, aangezien haar moeder een grote rol speelt in haar werk. “Ik werk thuis aan mijn muziek en zodra ik iets af heb, of denk dat ik iets af heb, dan komt zij mijn kamer binnen, gaat aan het uiteinde van mijn bed zitten en luistert ernaar. Deze routine hebben we sinds het eerste moment dat ik begon met produceren. Ze luistert en geeft me feedback.” De parallel tussen de relaties die moeders en dochters delen en de relaties tussen maker en muziek is evident voor Jlin. Het laat het intieme proces zien waar ze doorheen gaat wanneer ze creëert: een vrouwelijke band die voor eeuwige verbintenis zorgt.

Net als kinderen verlaat ook muziek ooit de veilige omgeving van de maker. Muziek leeft een eigen leven, gaat zelf op pad. Muziek gaat uit in de nacht. Vibreert in donkere clubs en op radiozenders. Of in het geval van Jlin: in het Londense Koninklijke Ballet, in de soundtrack van de HBO-serie Atlanta of op de catwalk van Rick Owens. Hoewel het produceren van muziek Jlins moment van “ultiem geluk” is, heeft ze haar werk ook op veel verschillende plekken live laten horen. Haar grootste droom? De soundtrack maken voor Black Panther II. Maar over haar liveshows is ze nuchter: “Er is niks dieps aan mijn liveshows. Ik zet mijn muziek opnieuw in elkaar en dat doe ik live. Omdat ik de muziek zo goed ken - omdat het een directe representatie is van mezelf - doe ik alles uit herinnering. Ik word gevoed door de vibraties van het geluid, die kan ik voelen terwijl ik speel. Soms luister ik dan ondertussen naar iets heel anders, Missy Elliott bijvoorbeeld.

Als een andere artiest me dit had verteld dan had ik het waarschijnlijk niet opgenomen in het interview. Het klinkt onwaarschijnlijk en extreem afstandelijk. Maar in het geval van Jlin, en met mijn eigen herinneringen van haar liveshow in mijn achterhoofd, is het misschien juist heel logisch en allesbehalve afstandelijk. Het is muziek die vooral met het gevoel te maken heeft. Dat dit vervolgens een lichamelijke ervaring wordt en niet enkel om luisteren gaat, is dan waarschijnlijk juist precies het beoogde effect. En als dat op mij onconventioneel overkomt, dan moet ik eigenlijk vooral denken aan het gesprek dat ze twee maanden terug met Klein voor interview magazine had. Daarin heeft ze het over de mensen die haar na optredens vertellen dat het “het beste is dat ze ooit gehoord hebben.” Daarop reageert ze stellig ontkennend: “Nee, dat is het niet. Wat er gebeurd is dat de vijf mensen voor mij dezelfde beat hebben gespeeld. Ik ben niet het beste dat je hebt gehoord, je hebt tijdens de optredens voor mij gewoon de hele tijd naar vierkwartsmaten geluisterd.”

Van Jlin hoef je geen oneindige reeks vierkwartsmaten te verwachten. Dat is misschien (helaas) ook de reden dat ze nog steeds als footwork-artiest gecategoriseerd wordt. Gelukkig zijn Jlin’s experimenten met ritme en snelheid niet gericht op het overtuigen van een publiek: “Ik neem geen risico’s voor een publiek of om bevestiging te vinden. Ik neem risico’s omdat ik wil groeien als artiest. Risico’s leiden soms tot mislukkingen, dat klopt. Je zult vaak tegen een muur aanlopen en dat overkomt mij ook. Dat overkomt me eigenlijk best vaak. Maar ik zal voor altijd een leerling blijven. Dat eindigt pas wanneer ik doodga en gaat weer verder zodra ik herboren word.”

Hoewel ze hier spreekt over de toekomst omschrijft het ook haar carrière tot nu toe. Met de formule van ‘Erotic Heat’ had ze waarschijnlijk op een helder en succesvol pad kunnen blijven, maar het zou haar luisteraars niet hebben uitgedaagd. Nieuwe lagen, zoals verwijzingen naar het heilige op 'Holy Child' , of de marcherende geluiden op 'Hatshepsut' zijn dan interessanter, hoewel ze niet altijd even makkelijk te verteren zijn.

De zoektocht naar productieve fricties legt haar pad als eeuwige leerling perfect bloot. Het laat zien waar ze haar motivatie vindt om verder te gaan: “Zelfs wanneer ik gefrustreerd ben hou ik van produceren. Zelfs wanneer het niet goed gaat en ik me geblokkeerd voel blijf ik creëren. Omdat ik weet dat ik er overheen kom. Omdat muziek een wiskundige taal is: het is oneindig. Er zijn zoveel wisselwerkingen en combinaties in de structuur van muziek. Zodra ik uitvind hoe ik daarmee om moet gaan kan ik voor altijd doorgaan'', zegt ze vol enthousiasme.

Waar het oneindige van de wiskunde er juist voor zorgt dat veel studenten benauwd worden van nieuwe combinaties en connecties, neemt Jlin precies die angst als een voedingsbodem voor haar werk. “Ik weet dat het soms kan voelen alsof onbegrensde opties er juist voor zorgen dat je helemaal geen opties meer hebt. En het is oké om daarvan weg te willen lopen en even diep adem te halen - zolang je maar terugkeert.”

Terugkeren, oneindig terugkeren en het lef hebben om recht in die oneindigheid te staren: dat is precies wat we van Jlins muziek mee kunnen krijgen.