Grouper: lucide dromen, krakende kerkbanken

Wie graag droomt met zijn ogen open, heeft aan Grouper een goede. Dinsdag trad ze op in de Rotterdamse Arminiuskerk, waar ongemak en bewondering hand in hand gingen. 

Concerten van Grouper hebben altijd iets mystieks en unheimisch, gezellig is het nooit. Maar de Amerikaanse Liz Harris heeft wel een neus voor bijzondere locaties. Ik zag haar de afgelopen jaren optreden in de Domtoren, in een Haagse energiecentrale en verschillende kerken. Afgelopen dinsdag stond ze op uitnodiging van Rotown en Motel Mozaique in de Rotterdamse Arminiuskerk, een imposant gebouw waar hout en baksteen een onbeslist gevecht leverden, en waarin je vanzelf stil wordt zodra je binnenstapt. De perfecte plek voor haar sobere muziek.

Maar laten we het eerst over het voorprogramma hebben. Vaak een voetnoot, maar vanavond goed voor verwarring en verwondering.  Dat Nicolas Jaar fan is van John Bence en twee jaar terug zijn debuutplaat Disquiet uitbracht, kun je zien als aanbeveling. De eerste minuten dreigt desalniettemin een saai laptopconcert. Bence, die er uitziet als een derdejaars TU-student met een matige kapper, staat voorovergebogen en trekt wat orkestrale klanken uit zijn computer. Maar dan draait hij weg van het apparaat, slaat de handen voor het gezicht, opent zijn mond en playbackt zijn eigen sacrale zanglijnen mee. Terwijl hij met zijn armen steeds wilder om zich heen slaat. Een microfoon is niet in zicht. 

Die twist in het optreden werkt zowel verbijsterend als verwarrend. Mag hij dit doen? Toegegeven, hij speelt zijn eigen muziek, het zijn z’n eigen composities, die hij overduidelijk noot voor noot uit het hoofd kent. Bovendien zijn de nummers prachtig en bombastisch, als Dead Can Dance in hun beste dagen. Zelfs Arvo Pärt schiet te binnen. Maar het is meer performance dan concert en overduidelijk zo bedoeld. Ongemakkelijk en gek. Een kleine twintig minuten later krijgt Bence van de nagenoeg volle kerk het voordeel van de twijfel en luid applaus.

Spartaans
Qua podiumpresentatie kan Grouper veel van antiheld Bence leren. Hoewel ze al een decennium optreedt, straalt ze in alles uit dat ze liever in haar Spartaans ingerichte huisje in Oregon was gebleven. Ze brengt nieuw werk mee. Deze week verscheen haar elfde album Grid Of Points, waarop een piano voor het eerst de hoofdrol speelt en haar liedjes weer zo klein zijn dat een windvlaag ze op zou kunnen tillen. 

Zat Harris voorheen vaak op de grond tussen delaypedalen, gitaren en cassettewalkmans, nu gaat ze voor een deel van het publiek schuil achter een opengewerkt klavier. Contact met het publiek maakt ze geen moment. Toch moet je een hart van steen hebben om niet geraakt te worden door de sobere pracht van Grouper. Ze stapelt haar engelenzang laag op laag, verdrinkt een gitaaraanslag in reverb en delay en speelt de sobere pianoakkoorden van ‘Birthday Song’ met haar vingers in slow-motion. 

Tussen de nummers door is het muisstil, op krakende kerkbanken na. Die ene jongen die halverwege het concert ‘YEAH’ durft te roepen wordt met gefronste wenkbrauwen stil gekeken. Een goed Grouper-concert brengt je in een staat van halfslaap, waarin je droomt over traag over elkaar heen glijdende ijsschotsen in smeltwater. Over maanloze nachten met duizend sterren. En over hoe het zou zijn als je in de bossen van Oregon zou verdwalen met een Grouper-tape in je rugzak.