Ongehoord: memento voor Nederlandse cassettecultuur

‘‘Muziek gaat voor mij over grenzen verleggen. Mijn eigen grenzen althans. Met die motivatie verzamel ik muziek.’’ Jeroen Vermandere (29) studeerde als geluidskunstenaar af aan de Gerrit Rietveld Academie. Sinds een aantal jaar verzamelt hij cassettebandjes van Nederlandse makelij, met speciale aandacht voor exemplaren uit de jaren tachtig. Muziek die vanwege het experimentele karakter niet alleen tot de verbeelding spreekt, maar ook een netwerk van vergeten muzikanten blootlegt. Op Ongehoord, een nieuw label, restaureert hij het materiaal dat op de tapes staat.

Voor ik vertel over Jeroens bijzondere collectie en dit project eerst even dit. Van alle muzikanten, dj’s en producers die ik voor DJBroadcast mocht interviewen, is Jeroen een van de meest speciale. Zelden ben ik iemand tegengekomen die zo zich zo monomaan op iets heeft toegelegd en er zo gepassioneerd over kan vertellen. Zijn obsessieve speurtocht leverde hem tot nu toe een pracht van een verzameling, een label en een sloot aan vergeten verhalen en muziek op. Voor dit soort antieke en obscure muzikale uithoeken geldt: als niemand het op een overzichtelijke wijze archiveert, gaat het verloren. Die cassettebandjes waren waarschijnlijk voor eeuwig op een paar stoffige zolders in Zwolle en Eindhoven blijven liggen.  

Wanneer Jeroen een cassette koopt gaat hij op zoek naar de makers. Zijn die overleden dan worden nabestaanden opgespoord. Zijn zoektocht bracht hem naar gepensioneerde muziekleraren en Rijksacademie-alumni. Om er achter te komen wie de producer van één specifieke tape was (DPP), greep hij naar het digitale telefoonboek en belde naar alle achternamen die op de cassettes waren vermeld. ‘‘Hallo, met Jeroen Vermandere, maakte u veertig jaar geleden experimentele elektronica?’’     

Zijn passie werkt aanstekelijk. Een half jaar voordat de tracklist van zijn eerste compilatie definitief was, kreeg ik een uitnodiging voor een luistersessie bij hem thuis. Eén van de kelders van broedplaats LELY, het oude Calvijn College in Amsterdam-West, de plek waar Jeroen woont en werkt, is door hem als een soort privéclub ingericht. Er is een dj-booth plus een tweetal torenhoge speakers waar een geluid zo en vol en rond als een goede rode wijn uitkomt. Die avond was er hasj en thee, stonden er twee comfortabele ‘‘luisterstoelen’’ in de sweet spot van de kleine ruimte opgesteld. Het werd een memorabele avond, en niet alleen vanwege de hypnotiserende muziek. Laat Jeroen over zijn passie vertellen, en je vergeet de tijd.

Zelf doet hij er niet te moeilijk over.

‘‘We moeten het ook niet mooier maken dan het is. Wat je hier ziet is het product van mijn persoonlijke obsessie. Mijn fascinatie voor de esthetische kracht van de cassette. Maar ik merk wel dat, nu ik die puzzel met mijn verzameling langzaam compleet maak, er een verborgen muzikale wereld zichtbaar wordt. Het is geen wereld gevuld met louter mooie klanken, maar wel met klanken op zich. Voor mij hoeft muziek niet ‘mooi’ te zijn.’’

Van cassettes die in een groenviscose autospons zijn verpakt tot handgeschilderd uitklap-artwork: ook grafisch valt er veel te ontdekken. Met fluwelen handschoenen laat Jeroen mij tapes van DPP, Marien van Oers en Narwal zien; Nederlandse artiesten die destijds een bestaan in de luwte ambieerden. Ze pasten hun geluid constant aan, zodat het geen massaproducten zouden worden.

De muziek varieert van new wave tot aritmische noise, van synth-pop tot EBM en ambient, maar genres zijn voor Jeroen van secundair belang. ‘‘Je kan de cassettecultuur van toen vergelijken met Bandcamp. Iedereen met een internetverbinding kan daar zijn of haar creaties zonder tussenkomst van smaak- of beleidsmakers aanbieden. Zo was het in de Nederlandse cassettescene van de jaren tachtig ook – alleen gebeurde het toen off-, in plaats van online. Do It Yourself. Van het spelen tot de geluidsopname, van het vouwen van het uitklapbare artwork voor in de plastic hoezen tot de distributie.’’  

Met behulp van Discogs en specifieke zoektermen extraheert hij zijn voorkeuren: experimentele elektronische muziek uit Nederland. ‘‘Ik zoek naar cassettetitels en oude radiostations, maar ook in boekenwinkels. Bij zo’n zoektocht ben je geneigd om met een genre te beginnen, maar bij cassettes ligt dat anders. In die scene dacht men niet in genres. Ik vind dat iets heel bijzonders. Ik denk dat dat door die DIY-mentaliteit komt, de onafhankelijkheid van de muziek. Een cassette is een goedkoop medium. Het is enkel door de artiest zelf goed genoeg bevonden voor uitgave. Dat is essentieel.’’

Want wie bepaalt welke muziek mag worden uitgebracht? Dat zijn, voor het overgrote deel nog altijd de labels. Of het nou gekende instituten of talentvolle nieuwkomers zijn: er is altijd een externe partij die zijn of haar fiat moet geven. Dit is goed genoeg voor ons. En dit niet. Maar of iets ‘goed’ is blijft natuurlijk arbitrair. ‘‘Dat je als artiest kan zeggen: ik vind dit goed genoeg, ik breng het uit. Dan hoef je er geen genre op te plakken.’’

‘‘Ik heb cassettes waar ik niet met plezier naar luister. Het is moeilijk om te bepalen of deze muziek waarde heeft, en wat die waarde dan precies is. Voor mij gaat muziek over grenzen verleggen, mijn eigen grenzen althans. Met die motivatie verzamel ik muziek. Als ik muziek koop, is dat altijd iets wat ik nog niet ken. Ik heb hier de mooiste pareltjes, maar ook de grootste rotzooi liggen.’’

Hij wijst naar een vitrine vol cassettes. ‘‘Die groene daar van Colonial Vipers is mijn allereerste cassette. Niet in een studio opgenomen, maar gewoon bij iemand thuis. De muziek wordt dus vanuit de woonkamer aan ons, de luisteraar, gepresenteerd. Dat levert een intieme luisterervaring op.’’

‘‘Er zit zoveel aandacht en liefde in zo’n tape''

Kortom: Jeroen is een mierzoete cassetteromanticus. Met eerdergenoemde witfluwelen handschoenen pakt hij de tape van Colonial Vipers uit een vitrine. We moeten er allebei om lachen. ‘‘Er zit zoveel aandacht en liefde in zo’n tape. Ik weet zelf hoeveel werk het kost om cassettes te distribueren. Wie in de jaren tachtig elektronische muziek maakte was een beetje een nerd.’’

Gaandeweg ontrafelde zich een netwerk van Nederlandse muzikanten met De Fabriek, een collectief van ‘zelftapers’ uit Zwolle, als verbindende factor. Jeroen laat me een handgeschreven brief zien. Afzender: Richard van Dellen, een van de oprichters van De Fabriek. ‘‘Voor het geval je ook nog eens contact zou willen hebben buiten De Fabriek om, is het misschien handig om dit langs ouderwetse kanalen te laten lopen. Ik werk niet met het internet en ben ook niet aangesloten, dus briefjes schrijven of telefoontjes plegen wordt het dan. Bij deze stuur ik alvast onze laatste CD-R.’’ Jeroen: ‘‘Dit is kenmerkend voor deze wereld. Veel van die artiesten zijn een beetje wereldvreemd en wars van innovatie.’’

‘‘Weet je wat het is? Als ik een cassette koop van muziek die niet online staat, neem ik een gok. Mijn duurste cassettes zijn zeker niet de beste. Ik heb weleens 40 euro voor een cassette betaald waar enkel aritmisch lawaai op stond. Dat er lang geleden iemand met een synthesizerfetish in zijn woonkamer bedacht dat het misschien aardig zou zijn om white noise op te nemen, tsja, dat zit er ook tussen. Het gaat om die spanning. Je weet niet wat je gaat horen. Niemand kan je vertellen hoe goed of slecht het gaat zijn. Dat verrassingseffect is waar ik het voor doe.’’

Aan de band Narwal de eer om Ongehoord te inaugureren. Nirvana is de naam van de door hem gecureerde LP, een retrospectief dat precies laat horen waarom die jaren tachtigmuziek zo interessant is. ‘‘Regels: geen regels’’ was het devies van artiesten die niet bang waren om hun experimenten in het extreme door te drijven. 

Narwal is een band waarvan de samenstelling altijd een mysterie is gebleven. Door lettertypes en blogs te analyseren kwam Jeroen er achter dat ze een connectie met De Fabriek hadden. Bij De Fabriek was iedereen welkom, zolang je als muzikant bereid was om uit je comfort zone te stappen. ‘‘Als je gitaar kon spelen was dat prima, maar dan werd er bijvoorbeeld gevraagd om dat onder invloed van LSD te doen. Of je moest je instrument eerst ontstemmen. Het experiment stond bij De Fabriek voorop.’’ In het geval van Narwal leverde dat een indrukwekkend resultaat op. Nirvana is de perfecte soundtrack voor een psychedelische trip.

Rest nog de vraag waarom Jeroen er voor kiest om de muziek zowel digitaal als op vinyl uit te brengen, in plaats van op cassette. De reden is een praktische. ‘‘Niet veel mensen hebben een cassettedeck. Er zijn op dit moment weinig betaalbare opties die kwalitatief van enig niveau zijn. De Technics onder de cassettedecks kost 500 euro.’’

De plaat van Narwal ligt nu in de winkels, in 2018 volgen meer releases, onder anderen van DPP.  

Ongehoord 001 – Narwal is te koop via Bandcamp, Clone.nl en Red Light Records in Amsterdam