Dit maakt Le Guess Who? een subliem festival

Wat maakt een optreden subliem? In de filosofie mag je pas van subliem spreken, wanneer iets tweeledig is. Een sublieme ervaring moet een tegenstrijdigheid bevatten. Naast grote schoonheid, moet er iets gruwelijks in zitten. Sublieme ervaringen zijn niet alleen grandioos en luisterrijk, maar ook confronterend en pijnlijk.  

Meer vragen. Wat maakt een festival geslaagd? Moeten headliners leveren waar je op hoopte? Of gaat het erom dat je, afgezien van die persoonlijk gecureerde must-sees, verrast wordt door een vracht artiesten waar je nooit eerder van had gehoord? Hoe zwaar weegt de live-ervaring? Kan een artiest op het podium beter dan op plaat zijn? Hoe belangrijk is context? En wanneer al het bovenstaande samenvalt, kan je dan spreken van Het Perfecte Festival? Het perfecte festival stelt vragen, zoveel is zeker. En vragen stellen zit bij Le Guess Who? letterlijk in de naam.

‘‘De meest interessante noise wordt op dit moment door vrouwen gemaakt’’

Om bij die context te beginnen: die is bij het openingsconcert van Le Guess Who? niks minder dan perfect. Het altaar van de majestueuze Utrechter Domtoren wordt bezet door twee dozijn Bulgaarse stemkunstenaressen. Het Oost-Europese koor, door een Zwitserse muziekwetenschapper en hun ‘ontdekker’ omgedoopt tot Les Mystère des Voix Bulgares, om zo internationaal weerklank te vinden, schittert al voor er een eerste geluid uit de kelen ontsnapt. De klederdracht is charismatisch, de gezichten open en vol spelplezier. Een koor in een kerk is net zo logisch als een dj in een uitgewoond pakhuis. De schelle, staccato vrouwenstemmen beuken tegen het gotische interieur, en voor het eerst in ons leven voelen we ons in een kerk daadwerkelijk verheven.   

Mooi statement van Le Guess Who?, festival voor experimentele muziek, met veel aandacht voor niet-westerse varianten, om met zo’n onorthodoxe act te openen. Bij het bestuderen van het affiche kan je niet anders dan concluderen dat hier een paar obsessieve muzieknerds aan het werk zijn geweest. Als de mysterieuze Bulgaarse stemmen nog aan hun slotstuk moeten beginnen, haasten we ons naar TivoliVredenburg voor Sun Kill Moon.

Daar vormt zich wat context betreft meteen een eerste deceptie. Wie via Utrecht Centraal richting centrum loopt, moet verplicht de confrontatie met een van de meest smakeloze stukken Nederland aan. Maar als je vervolgens TivoliVredenburg binnenwandelt merk je, afgezien van het feit dat de verlichting is gedimd, nauwelijks verschil met de overdekte shopping mall Hoog Catharijne. Sfeerloos, megalomaan. Dan kan het geluid nog zo goed en het personeel nog zo vriendelijk zijn, een echt uitgelaten festivalsfeer ontstaat er nooit. Daarvoor is het epicentrum van LGW? simpelweg te steriel.

Maar LGW? bedient zich van meerdere locaties. Omdat Steven Warwick op ons verlanglijstje staat, spoeden we ons tussen de Sun Kill Moon-bedrijven door naar de sympathieke EKKO. Warwick ging tot voor kort door het leven als Heatsick, en maakte onder dat alias drie albums voor de elektronische muziekavant-gardisten van PAN. Maar op album nummer vier voor het label van Bill Kouligas, Nadir, brak hij met bijnaam én werkwijze. In plaats van ingenieuze Casio- en drumcomputerexercities, maakte hij met Nadir een gesamtkunstwerk dat het midden tussen een mixtape vol zelfgeschreven, inktzwarte elektronische songs en een visueel kunstwerk van foto’s en video’s houdt. Zelf noemt hij het een creatieve en emotionele reset. Wat bleef was Warwicks maatschappijkritische houding, maar zijn liedjes over de onwerkelijke realiteit van het stadsleven anno nu komen op het podium nauwelijks uit de verf. Warwick’s baritonstem geeft op plaat een gevoel van intimiteit, maar mist live gewicht.

Grouper
Dat groter niet altijd beter is, bewijst het optreden van Grouper. Een paar jaar geleden maakte de Amerikaanse uit Portland diepe indruk met een intiem optreden in de Domtoren, waar haar buitenwereldse loops een honderdtal gelukkigen tot tranen toe wist te hypnotiseren. Dit keer staat ze aan de overkant van de iconische toren in Utrecht, in de enorme Domkerk, waar beatloze composities van beeld worden voorzien door filmkunstenaar Paul Clipson. Wie naast de projector zit heeft pech, want het ding maakt dusdanig veel geluid dat het een deel van Groupers breekbare tracks overstemt. Achterin de volgepakte kerk dringt de magie van Grouper sowieso nauwelijks door. 

Aan sterke vrouwen geen gebrek op vrijdagavond. Of ze nou Liu Fang, Kelly Lee Owens of Jenny Hval heten. Die laatste geeft verreweg het sterkste optreden op Le Guess Who?. Vooral omdat de Noorse kunstenares ons met haar twee bandleden een uur lang continu op het verkeerde been zet. Kijken we nu naar een performance of een concert? Het is een beetje van beiden. De androgyne Hval (pagekapsel, zwarte plastic overall) combineert de conceptuele aanpak van The Knive met de koele en creepy elektronica van bijvoorbeeld Chris & Cosey. Daarbij laveert ze voortdurend tussen humor en ernst. Als ze een prachtige zin als “my heartbreak is too sentimental for you” zingt, strooit haar vrouwelijke bandlid rozenblaadjes over het meegenomen tapijt en het publiek. Of smeert de handen van Hval in met fluorescerende verf terwijl die laatste gewoon doorzingt. Een nummer eerder lag de danseres nog op haar rug te luchtfietsen en even later filmt ze het publiek met een iPhone en zien we onszelf bibberig terug op het grote scherm. ‘‘I feel like I am in a very happy episode of Black Mirror", had Jenny Hval de volle Pandora-zaal aan het begin al toegelachen. Zo was het precies. Een magische kijk op de absurde werkelijkheid. 

De stem van Jenny Hval is ook te horen op het bejubelde debuutalbum van Kelly Lee Owens, die een uur eerder in de bovenzaal van Tivoli staat en haar langspeler vol dromerige elektronica vrijwel integraal speelt. De in galm gedoopte zang van Lee Owens klinkt ook live loepzuiver in tracks als ‘Arthur’ en ‘S.O.’. Maar echt spannend wil het optreden maar niet worden, ook al zoekt ze voortdurend de verbinding met de zaal. Pas als ze de albumversies een beetje loslaat zoals op het in dub gedrenkte ‘Bird’ waarop ze de percussie extra vet aanzet, weet ze te raken. 

Koning Pharoah
Op zaterdag hangt bij de ingang van de grote zaal van TivoliVredenburg een briefje waarin vriendelijk wordt gevraagd of je geen foto’s of opnames wilt maken van het concert. “Pharoah Sanders heeft graag dat je in het moment bent.” Wie de 77-jarige tenorsaxofonist even later voorzichtig naar zijn plek op het podium ziet schuifelen, realiseert zich dat de jazzlegende met de witte sik niet zoveel momenten meer over heeft. Sanders oogt kwetsbaar, fragiel en moet na iedere blaasbeurt even bijkomen op een stoel achter de drummer. Zo schuifelt hij voetje voor voetje en onvast een paar keer op en neer, luid aangemoedigd door een uitpuilende menigte. Bij de eerste noten op zijn instrument drijft de magie direct in dikke klodders van het podium af. Hier staat een man die het leerde van John Coltrane. Die jarenlang toerde met Sun Ra en in de jaren zeventig aan de wieg stond van de ‘spiritual jazz’-beweging. Artiesten als James Holden, Shabazz Palaces en Shabaka & The Ancestors kussen zijn voeten. Niet toevallig staan alle drie die namen zelf dit jaar ook op Le Guess Who?. Hoewel het leeuwendeel van het optreden door Sander’s bekwame driekoppige band wordt ingevuld, zijn de momenten dat de oude man de sax ter hand neemt en hem laat kreunen, grommen en fluiten onnavolgbaar mooi. Ook vergeet hij niet om zijn grootste hit 'The Creator Has A Master Plan’ te spelen. Wie er niet bij was, miste waarschijnlijk de laatste kans om de legende op een Nederlands podium te zien.

Le Guess Who? is op zaterdagavond ook Le Mini Who?. Op verschillende plekken in de binnenstad spelen aanstormende talenten, in de hoop ooit de oversteek naar de grote broer te kunnen maken. In Het Kapitaal dansen we de nacht weg bij een ‘all female’ line-up gecureerd door Subbacultcha.

Op de vierde en laatste avond belanden we na een tip van Le Guess Who?-programmeur Bob van Heur bij Linton Kwesi Johnson. Het podium is overladen met instrumenten, maar muzikanten zijn nergens te bekennen. Johnson staat solo op het podium. Colbert om de afhangende schouders, stropdas over de ietwat wijd uitgevallen blouse. In zijn hand een dichtbundel. Zijn dichtbundel. ‘‘Ik wil graag iets rechtzetten’’, zegt de Brit met vette Jamaicaanse tongval. Kwesi Johnson (65) compenseert zijn schriele voorkomen met een magnifieke stem, diep en zwaar als een Fender Reggae Bass. ‘‘Ik word aangekondigd als een spoken-word artiest, maar ben poëet en reggae-muzikant.’’ Gejuich uit de zaal. Ruim een uur draagt hij voor uit Selected Poems, zijn bundel die door het gerenommeerde Penguin werd uitgegeven. Het is indrukwekkend om te zien hoe de dub-dichter met poëzie over politiegeweld en etnische zuiveringen de zaal muisstil krijgt.
 
Kwetsbaar
Eerder die avond imponeert ook Sevdaliza. De Rotterdamse zangeres trapt haar Europese albumtour af met een show die tot in de puntjes is verzorgd. Een strijkkwartet, feilloze lichtshow, drummer en een dj slash toetsenist vormen het fundament, de toef op de taart komt van de excellente danser Gil. Sevdaliza is naast muzikant een performer pur sang. Elementen die ze zelf minder goed beheerst, voegt ze aan haar ensemble toe. Het is een betoverende performance, maar niet omdat de liedjes en zang per se excellent zijn. En toch grijpt Sevdaliza je bij de strot. Omdat het zo kwetsbaar, zo breekbaar, zo bijna plaatsvervangend schaamtevol en daardoor empathisch is. De onzekerheid straalt er bij momenten vanaf, en lang niet alle hoge tonen zijn zuiver. Maar precies dat maakt het interessant. Die imperfectie herkent iedereen bij zichzelf, maar Sevdaliza is niet bang om het te tonen. Het maakt haar performance menselijk.

Het toffe aan Le Guess Who? is het besef voortdurend verrast te kunnen worden. Wie wegloopt bij het drukbezochte concert van Weyes Blood vanwege te braaf en te zoet, wordt even later verrast in Herz, waar componist Patrick Higgins met vier strijkers van het Nederlands Kamer Orkest net is begonnen aan de Europese première van Hyperborea, een intens en zwartgallig stuk dat erg aan het werk van Mica Levi doet denken. 

Soms zijn de verrassingen letterlijk. Zo staat er in het blokkenschema elke dag een vraagteken. Een verrassingsoptreden waarbij je moet vertrouwen op de goede reputatie van het festival. Vrijdag werd dat vraagteken ingevuld door The Residents. Een illustere Amerikaanse band uit de jaren tachtig wiens gezichten een goed bewaard geheim zijn. Maar wie na drie oubollige nummers een geeuw niet kan onderdrukken, blaast zijn oren even later schoon bij Dedekind Cut, het alias van de Amerikaanse geluidskunstenaar Fred Warmsley, die de extreme geluidsexplosies van Oneohtrix Point Never combineert met soulklassiekers en vergeten discoplaten. Hij treedt op in het pikkedonker en de helft van het publiek verlaat voortijdig de zaal. Warmsley tilt er niet eens zijn zonnebril voor op. Fantastisch in al zijn compromisloosheid. 

Op zaterdag is Princess Nokia de grote surprise. Het getuigt van lef om de piepjonge New Yorkse rapper zo prominent op de laatste festivalavond te programmeren. Destiny Frasqueri (echte naam) heeft alles wat een rapper goed maakt. Een ijzersterke delivery, tekstueel engagement, fenomenale wordplay. Maar zo nonchalant als haar flow is, zo confronterend zijn haar onderwerpen. Princess Nokia, vernoemd naar het mobieltje waar ze als uitkeringsgerechtigde dankzij het Obama Phone-programma gebruik van kon maken, rapt over bloedserieuze onderwerpen. Vanavond, wanneer iedereen klaar lijkt voor het slotfeest, spit ze met opgestoken middelvinger over witte mannen die onze maatschappij én concertzalen domineren. Lang niet al het publiek – het overgrote deel blank en van middelbare leeftijd – zit daar op te wachten. Na een half uur is de zaal aanzienlijk leger dan bij aanvang, maar wie blijft ziet een toekomstig fenomeen.

Pharmakon is al een fenomeen, zo bewijst Margaret Chardiet (27) in EKKO. De meest interessante noise wordt op dit moment door vrouwen gemaakt (Puce Mary, Body/Head, Zaimph), met Pharmakon als prominente bruggenbouwer tussen de underground en alles wat daar net boven zweeft. Net als bij Sevdaliza, draait het bij Chardiet voor een groot deel om empathie. Dat schreef ze in het persbericht van het album Contact (2017). Haar instrumenten op het podium zijn, naast snoeiharde maar gelaagde post-noise, lichamelijke power en expressie. Voor er muziek klinkt staat ze eerst een minuut lang op een hoek van het podium, haar gewicht van tenen naar hak heen-en-weer wiegend, alsof ze in de zwaartekracht naar concentratie zoekt. Dan sprint ze plots richting drumcomputers, om met een snoeiharde kick de muziek te starten. De zaal schrikt zicht kapot maar tijd om naar adem te happen is er niet, want het volgende moment kruipt Chardiet al hissend en schreeuwend tussen het publiek. Ze baant, nee kruipt zich een weg door een verbouwereerde menigte. Pharmakon mept je met haar muziek bijkans tegen de grond. Het is punk in een modern jasje. Je voelt de woede en urgentie. En die woede moet uit haar systeem. Als een laatste schreeuw wegsterft, zakt ze in een donker hoekje van het podium uitgeput door de knieën. Ook het publiek moet op adem komen, maar geeft Chardiet vervolgens een open doekje.

''Jenny Hval, Pharmakon, Princess Nokia, Linton Kwesi Jonhson, Sevdaliza: vijf sublieme optredens waarbij je zowel pijn als schoonheid voelt''

Jenny Hval, Pharmakon, Princess Nokia, Linton Kwesi Jonhson, Sevdaliza: vijf sublieme optredens waarbij je zowel pijn als schoonheid voelt. Een festival is geslaagd als het die tegenstrijdigheden een podium durft te geven. Als het de confrontatie aan durft te gaan. De confrontatie met de misvatting dat een festival slechts moet leveren waar je op hoopt, of een ‘gezellig’ avondje uit dient te zijn. De confrontatie met het sociaal construct waarin we leven. De confrontatie met de status quo. De confrontatie met saaie, eenvormige programma’s.

Een subliem optreden blijft je niet alleen vanwege grote schoonheid bij, een subliem optreden blijft je bij omdat een artiest empathie richting zijn of haar publiek toont (Pharmakon), omdat hij of zij zich kwetsbaar op durft te stellen (Sevdaliza), kritisch (Linton Kwesi Johnson), non-comformistisch (Princess Nokia) of ontregelend (Jenny Hval) durft te zijn. En precies dat soort artiesten vind je op Le Guess Who?.