Deze fotograaf laat je anders naar gabbercultuur kijken

Kale kop, trainingspak, strakke kaken, grote pupillen. Parelend zweet en opgeschoren koppies. Iedereen kent het clichébeeld van de gabber. Maar Boris Postma (30) kijkt met andere ogen naar dit oer-Hollandse, maar inmiddels internationale fenomeen. Hij volgde zijn fascinatie tot in Italië en Japan. Tijdens Amsterdam Dance Event zie je het resultaat in de expositie Planet Core, van 18 t/m 22 oktober in Melkweg Expo.

De unieke esthetische elementen uit de hardcorecultuur vormen voor fotograaf en kunstenaar Postma een onuitputtelijke bron van inspiratie. ‘‘Als je kijkt naar de vorm van de kleding, de haardracht, de kleuren, de schoenen: het lijkt net een Mad Max-film. Als ik in een creatieve dip zit, keer ik terug naar de gabbercultuur. Dan vind ik elementen die ik in mijn fotografie kan verwerken. Het voedt me altijd. Club- en ravecultuur vormen de rode draad in mijn werk.’’

Laat Boris over zijn liefde voor die cultuur vertellen en je bent verzekerd van een onderhoudende middag. Haarscherp weet hij elementen uit verschillende internationale hardcore scenes te duiden en verbinden, maar zijn interesse voor de mens achter de gabber staat centraal. ‘‘Mijn fascinatie zit ‘m voor een groot deel in de personen die de cultuur vertegenwoordigen. De verhalen van die jongens en meisjes zijn vaak heel genuanceerd. Tegelijkertijd wil ik met Planet Core de verschillen tussen de internationale scenes laten zien.’’

Zijn passie opent, vooral in de hardcorescene, deuren die voor anderen gesloten blijven. Omdat hij zelf een verleden als gabber heeft spreekt hij de taal en snapt hij de codes. Mede daardoor blijven zijn foto’s gespeend van ironie of clichés. Zijn portfolio focust niet enkel op de extreme en sensationele visuele identiteit van gabbercultuur, de sociale aspecten zijn minstens zo belangrijk. ‘‘Gabber dat was vroeger, maar zeker ook nu nog verbondenheid, liefde en zorg voor elkaar.’’


‘‘In Planet Core zie je gepassioneerde mensen die hun leven in dienst van een subcultuur stellen. Daar komt ontzettend veel liefde en passie bij kijken. Ze investeren enorm veel energie en tijd. Dan is het als buitenstaander makkelijk om daar lacherig over te doen. Kijk die gekkies. Gabber is wat dat betreft altijd een makkelijk doelwit geweest, maar ik vond het nooit helemaal eerlijk. Natuurlijk krijg je dwaze teksten wanneer je iemand met drugs op voor de camera trekt. Maar heel veel van die jongens en meisjes leefden in het moment. Zet daar iemand met een intellectuele achtergrond tegenover en het straatjoch komt er bekaaid vanaf. Dat is er tegenwoordig gelukkig wel een beetje vanaf. Na 25 jaar gabbercultuur is het tijd voor reflectie. De interesse en het draagvlak om objectief naar dit fenomeen te kijken is toegenomen.’’

Ordinair
Zijn fascinatie vindt zijn oorsprong in een verhaal dat veel kinderen van de vroege jaren tachtig zullen herkennen. ‘‘Ik volg de gabbercultuur sinds 1995. In Bloemendaal waar ik woonde, ik was acht jaar oud, zat ik bij een Amsterdamse jongen in de klas. Hij had muziek van zijn oudere broers meegekregen. Hardcore. Dat maakte enorme indruk.’’ Boris was als jochie een stripboekfanaat. Hij legde de link tussen Spiderman en snoeiharde gabber. Het geluid van de hardcore staat voor hem synoniem aan een sciencefictionwereld. ‘‘Er zitten veel samples en teksten uit films in de muziek verwerkt. Dramatische samples vaak. Omdat vrijwel alles digitaal geproduceerd is, klinkt het heel futuristisch. Comic books en gabber: die twee zijn voor mij onlosmakelijk met elkaar verbonden.’’

‘‘Mijn ouders vonden het ordinair. Vooral die trainingspakken. Dat maakte het natuurlijk extra interessant. Ik verstopte mijn verzameling hardcore flyers in een plastic tas in de achtertuin. Later, toen ik met mijn vrienden naar die feesten ging, kreeg ik het gevoel ergens deel van uit te maken. Ergens bij te horen. De aantrekkingskracht zit ‘m voor een groot deel in dat groepsgevoel. Ik was een onzekere jongen, maar de gabbercultuur was sterk, saamhorig, macho. Het is een groep van outsiders die elkaar opvangt. Iedereen is je gappie. Dat sprak en spreekt mij nog steeds enorm aan.’’

 Gekkies
Jaren en heel veel hardcorefeesten later begint Boris zijn geliefde subcultuur te documenteren. Eerst in het noorden van Friesland. ‘‘We zochten er naar het dystopische element dat hardcore ook in zich draagt. Die hang naar (zelf)destructie. Friesland vormde het perfecte decor. Het was er muisstil, maar af en toe scheurde er een auto voorbij. De soundtrack van Friesland hoorde je dwars door de autoruiten heen. Reng-deng-deng-deng, boom-boom-boom.’’

Zijn liefde voor stripboeken en hardcore inspireerde hem eerder al tot de ‘Hard Corps’-serie. De beelden vormen een futuristische mix van Marvel en Thunderdome. Boris bedacht en creëerde een superheldencollectief bestaande uit archetypes uit de gabbercultuur. ‘‘De Hosselaar die altijd alles regelt, van je gastlijstplekkie tot je drugs. ‘Queen Core’, oftewel het ravemeisje. De Terminatorgabber, groot, gespierd, mechanisch bijna. Deze serie, gebaseerd op het Multigroove-publiek, het legendarische Amsterdamse hardcore feest waar de kledingstijl soms bijna casual was, is er een met een knipoog. Maar dat uitgemolken beeld van de gekke gabber is iets wat je in mijn werk nooit zal zien. Aan de andere kant vind ik dat we er ook om moeten kunnen lachen. Subculturen hebben de neiging zichzelf vaak iets te serieus te nemen.’’ Dan trots: ‘‘Queen Core heeft de trailer van 25 Year Thunderdome gehaald.’’ (Op 0:30 om precies te zijn).

In Nederland is gabber een fenomeen. Minder bekend is dat ook in het buitenland de hardcorecultuur nog altijd springlevend is. ‘‘Het is een internationale scene. Net na het millennium schreef ik voor een magazine over Japanse popcultuur. Ik kreeg cd’s te reviewen en hoorde dat er daar ook hardcore werd gemaakt, inclusief manga- en videogamegeluiden. Dat is altijd blijven hangen. Jaren later kreeg ik een filmpje uit Italië onder ogen. Op een hardcorefeest zagen mensen er fantastisch uit. Kleurrijk, als hipsters bijna. Tot in de puntjes verzorgd, heel Italiaans. Toen ik de kans kreeg om naar Japan te gaan kon ik die scenes met elkaar verbinden. Beide heb ik een maand lang gefotografeerd en samengebracht in de Planet Core expositie.’’

De hardcorecultuur van Japan en Italië zijn door Boris in beeld en video gevangen. Naast de foto’s vind je in Melkweg Expo een video-installatie en merchandise uit beide landen. In hoeverre verschilt de Italiaanse scene van de Nederlandse? ‘‘Een verschil van dag en nacht. Ze hebben hun eigen danspasjes, haarstijlen en uiterlijke kenmerken. Binnen de gabber kennen ze een eigen subgroep, de Hardcore Warrior. Er zit een punk-element in. Veel neonkleding, hanenkammen, broeken met wijde pijpen, grote piercings. Japan is weer een ander verhaal. De raves zijn daar overdag want dat is goedkoper. Het is een kleine, maar hele toegewijde scene. De kleding is heel ingetogen met skate- en hiphopinvloeden. Je ziet er T-shirts van Nederlandse hardcorefeesten als Dominator en Masters of Hardcore, maar bijvoorbeeld ook jongens in een rok.’’

Planet Core, Melkweg Expo, Marnixstraat 409, Amsterdam. Toegang is gratis