Seksuele intimidatie in clubs: eerder regel dan uitzondering

Uitgaan is een paradox. Je verlaat je huis, je privéruimte, voor een ervaring die je met je beste vrienden én met vreemden deelt. Maar in tegenstelling tot publieke ruimtes zijn clubs niet openbaar en bevinden ze zich soms letterlijk, soms figuurlijk onder de grond en uit het zicht van het alledaagse. Te gemeenschappelijk om privé te kunnen zijn, maar niet bedoeld voor publiek gebruik.

In een (enigszins geromantiseerd) verleden boden clubs onderdak aan gemarginaliseerde groepen die nergens anders zichzelf konden zijn: denk aan The Warehouse in Chicago en de RoXY in Amsterdam. Ondanks het feit dat clubcultuur steeds commerciëler wordt, vervullen clubs die functie in sommige gevallen nog steeds. Maar voor veel van die groepen zijn clubs steeds vaker een afspiegeling van de echte wereld. Net als op straat, word ik ook in de club met seksuele intimidatie geconfronteerd.

Dat heeft alles te maken met de regels die gelden in de publieke ruimte. Wanneer je als vrouw op straat wordt nagefloten is dat geen poging om een gesprek te beginnen – die tactiek heeft nog nooit gewerkt. Dat fluiten herinnert ons eraan dat de straat van oudsher aan mannen toebehoort, en dat de vrouw een onverwachte, ongenode gast is. ‘‘Hey schatje’’ betekent: ‘‘Wat doe jij hier?’’ ­

‘‘Seksuele intimidatie maakt dat vrouwen eerder naar huis gaan dan hun bedoeling was’’

Wanneer ik een club bezoek hou ik er, net als op straat, rekening mee dat mijn persoonlijke ruimte op een soortgelijke manier wordt verstoord. Mannen eigenen zich het recht van mijn gezelschap of een gesprek toe, of ze laten me niet met rust terwijl ik op alle mogelijke manieren uitstraal dat ik geen interesse heb. En laat je niet misleiden door het feit dat ik in de eerste persoon spreek: ik ben niet alleen. In die zin zijn clubs een verlengstuk van de ‘normale’ maatschappij die ze buiten de deur proberen te houden. En als onderdeel van de publieke ruimte heeft de club een geslacht: mannelijk. Dat is de standaard. Uiteraard zijn niet alleen vrouwen slachtoffer: ook mannen worden tijdens het uitgaan lastig gevallen. Maar over het algemeen staat dit niet in relatie met de hinder die vrouwen in publieke ruimtes ondervinden.

Dit is wat vrouwen in clubs meemaken: ze voelen iemands handen op hun lichaam nog voor ze überhaupt oogcontact met die persoon hebben gemaakt. Ze worden aan een spervuur van opdringerig vragen onderworpen, ondanks het feit dat ze kortaf antwoorden. Iemand staat er op een drankje voor ze te kopen, om daarna te horen dat de man in kwestie recht op haar gezelschap heeft. Er zit een subtiele boodschap in dit gedrag, vergelijkbaar met de boodschap die vrouwen ontvangen wanneer ze op straat worden nagefloten. Vrouwen horen niet in een club thuis, en als ze daar wel zijn, gaan ze er mee akkoord dat ze hun persoonlijke ruimte en grenzen opgeven.

Emilia kwam er onlangs achter dat ze onbewust een vreemde gewoonte heeft ontwikkeld wanneer ze in de club is. Ze blijft met haar rug tegen de muur staan, omdat ze meerdere malen door onbekenden vanachter werd betast. Dit soort compromissen worden op grote schaal van vrouwen verlangd terwijl ze eigenlijk, net als iedereen, uitgaan om een leuke avond te hebben.

Seksuele intimidatie in clubs is eerder regel dan uitzondering: het zit in de uitgaanservaring opgesloten. Maar normaal is het natuurlijk absoluut niet, en daarom moet en kan er verandering in komen. Over het algemeen zien we clubs als katalysator van maatschappelijke vooruitgang, toegankelijk voor iedereen. Maar op dat punt zijn we nog lang niet. Als we dat willen bereiken, moet onze clubcultuur rigoureus op de schop. 

‘‘Ik wilde mijn lichaam uittrekken’’
Floor* stond op de dansvloer toen een man haar halterneck vanachter los probeerde te maken (waardoor ze volledig in haar nakie zou komen te staan). ‘‘Gelukkig zag ik het op tijd en had ik de moed om hem een klap in het gezicht te geven. Boos schreeuwde hij dat het maar een grapje was, en dat hij zoiets nooit echt zou doen, terwijl hij daar net nog mee bezig was.’’ Zijn vrienden duwden hem tegen Floor en haar vriendinnen aan, en hij zat per ‘per ongeluk’ aan haar borsten. Toen de vrienden van Floor het feest wilden verlaten om ergens anders te gaan dansen, ‘‘greep hij hard mijn arm en trok me terug naar zijn groep.’’ Schrijnender wordt het wanneer vrouwen de schuld van seksuele intimidatie krijgen. In de Melkweg was Ayla haar veters aan het strikken toen ‘‘iemand mijn kont greep en een toeschouwer riep dat ik er om had gevraagd.’’

Tijdens het nieuwjaarsfeest van Breakfast Club werd Amanda* onophoudelijk geïntimideerd. Zonder dat ze op wat voor manier dan ook met hem had gecommuniceerd, greep een jongen Amanda bij haar heupen. Hij draaide haar om zodat hij haar beter kon zien. ‘‘Flikker op joh, riep ik tegen hem.’’ Toen ze later bij de bar stond om drinken te bestellen, pakte diezelfde jongen haar vanachter vast en zei: ‘‘O, jij bent het. Ik nam hem apart en probeerde uit te leggen waarom dit vervelend is, maar hij begreep het niet. Vier andere mannen gaven tijdens het feest ongevraagd commentaar op haar lichaam. ‘‘Waar ik ook danste, zat of stond, het werd opgevat als een uitnodiging tot commentaar. Ik werd maf, wilde mijn lichaam uitrekken om ongestoord te kunnen dansen. Dat is onmogelijk wanneer je als object wordt behandeld.’’  

Bovenstaande voorbeelden vormen het tipje van de ijsberg. Veel vrouwen die regelmatig uitgaan kunnen je dit soort verhalen vertellen. Ze ervaren ongevraagde, constante aandacht en ongepaste aanrakingen. Zoiets verziekt je avond. Ik herinner me een vriendin die, nadat ze was geïntimideerd door een man in De School, de rest van de nacht over haar schouder keek, bang dat hij in de buurt was. Seksuele intimidatie maakt dat vrouwen eerder naar huis gaan dan hun bedoeling was.

Dus voor iedereen die nog niet wist dat dit een probleem is: nu weet je weet het.  

Meisjes plagen, kusjes vragen
Nu vraag je je wellicht af waarom, als het dan werkelijk zo’n groot probleem is, je dit nooit eerder hebt gehoord. Of misschien denk je juist het tegenovergestelde: hoe kan het dat zo weinig mensen van dit probleem weten? Dat er zoveel wederzijds onbegrip is? Dat twee mensen dezelfde handeling zo extreem verschillend ervaren? Seksuele intimidatie in clubs wordt vaak aan drugs en alcohol toegeschreven, maar dit soort impulsen zijn ook zonder pillen of drank te verklaren.  

‘‘Flirten is iets anders dan betasten’’

Amanda* zegt dat vrouwen van jongs af aan wordt geleerd om te de-escaleren. ‘‘We krijgen te horen dat mannen gevaarlijk zijn, maar het praktische advies dat bij die boodschap hoort, zegt dat vrouwen zichzelf moeten beschermen door het conflict uit de weg te gaan. Wij zijn verantwoordelijk voor onze veiligheid en wanneer we niet veilig zijn, is dat onze eigen schuld.’’ Het voorval met Ayla laat zien dat het slachtoffer de schuld krijgt wanneer de verantwoordelijkheid bij degene die intimideert (en er niks aan kan doen want: dronken/high) wordt gelegd. Ook buiten de omgeving van een club krijgt de vrouw vaak de schuld omdat ze zich op een bepaalde manier kleedt, dronken is of vanwege het feit dat ze überhaupt uitgaat. Mede daardoor wordt seksuele intimidatie in clubs voor lief en allesbehalve serieus genomen. Het zorgt er ook voor dat vrouwen geen actie durven te ondernemen zodra ze geïntimideerd worden.

De manier waarop mannen leren te ‘flirten’ creëert dit soort situaties. ‘‘Boys will be boys,’’ dat is wat ik soms te horen krijg wanneer ik over seksuele intimidatie spreek. Dit soort excuses hoor ik al mijn hele leven. Maar flirten is iets anders dan betasten. Toen een jongen op de kleuterschool aan mijn haren trok, werd me verteld dat hij dat deed omdat hij me leuk vond. Wanneer we jong zijn en leren om interesse voor de ander te tonen, is ‘‘meisjes plagen, kusjes vragen’’ een boodschap die blijft hangen. 

Maar zelfs volwassenen mannen lijken de signalen (korte antwoorden, vermijden van oogcontact, rug toekeren) van vrouwen die geen interesse hebben niet te begrijpen. Of ze hebben geleerd dat vasthoudendheid bij het flirten hoort. Ze denken dat vrouwen die niet reageren hard to get spelen en overtuigd moeten worden. Natuurlijk is flirten een (machts)spel. En flirten is, voor zowel mannen als vrouwen, vaak een onderdeel van het uitgaan. Maar niemand zal beamen dat flirten en aanranden hetzelfde zijn. Dat verschil is overduidelijk. Flirten draait om interactie. Er zijn twee partijen voor nodig. Wanneer het van één kant komt, klopt er iets niet. (Twijfel je en wil je checken waar we het over hebben? Speel de quiz: Are you being a dancefloor dickhead? in de zine van het Londense Siren-collectief.)

Nogmaals: al het bovenstaande wil niet zeggen dat enkel vrouwen in de club seksueel worden geïntimideerd – mannen hebben er net zo goed last van, al gebeurt het minder vaak. Om hele andere redenen ondernemen mannen vrijwel nooit actie zodra ze er last van hebben. Als man hoor je stoer te zijn. Je hebt er maar mee te dealen en kwetsbaarheid wordt gezien als teken van zwakte. Want zelfs wanneer mannen slachtoffer zijn, is in de meeste gevallen een man de dader. Mannen die geleerd hebben dat je pas echt een man bent wanneer je je iets toegeëigend, in plaats van het eerst te vragen. Mannen die hun behoeftes als iets zien waar ze recht op hebben en die hun kracht tonen door grenzen te overschrijden. Om het probleem op te lossen zullen we eerst toe moeten geven dat dit geen ‘normaal’ mannelijk gedrag is. Daar zit ‘m de crux.

Verantwoordelijkheid eisen
Gelukkig zijn er veel ideeën die zich niet enkel tot zelfreflectie beperken, maar ook met wat daarna moet gebeuren: oplossingen vinden en actie ondernemen. Catherine Hilgers alias DJ Ursula Xanadu stelde Rave Ethics samen, een handboek voor clubbers waarmee ze bewustzijn wil creëren. Hilgers werkt vanuit en naar een ideaal dat laat zien wat clubcultuur volgens haar kan en moet zijn. Zo zei ze tegen muziektijdschrift Dazed:  

‘‘Rave Ethics is geïnspireerd door de allerbeste raves: daar voel ik me comfortabel, vrij om te dansen, zie ik de lachende gezichten van mijn vrienden, euforie. Vanwege de slechte raves voelde ik de nood om het te schrijven: disrespectvol gedrag op de dansvloer, het betasten van lichaamsdelen, slechte drugs gebruikt door slecht geïnformeerde, knoeiende gebruikers –of erger, dronkenlappen– commercie, saaie, copy-paste line-ups, witte, mannelijke en wereldvreemde dj’s, promotors en clubeigenaren.’’ 

Hollaback Londen, een aftakking van de International Hollaback! Organization die zich inzet om aanranding op straat tegen te gaan, lanceerde de Good Night Out-campagne. Resultaat: verschillende Londense clubs tekenden een overeenkomst en beloofden een zerotolerancebeleid op het gebied van seksuele intimidatie. Werknemers kregen training in hoe ze seksuele intimidatie kunnen signaleren en hoe ze er tegen op moeten treden. In de clubs hangen posters met teksten als: "If something or someone makes you feel uncomfortable, no matter how minor it seems, you can report it to any member of our staff and they will work with you to make sure that it doesn't ruin your night." De overeenkomst kwam deels tot stand dankzij onderzoek van de National Union of Students (NUS) naar seksuele intimidatie in clubs, waarbij een groot deel van de aandacht uitging naar de zogenaamde ‘lad culture’.  

Naar aanleiding van een onderzoek dat is uitgevoerd door Rutgers, een kenniscentrum gespecialiseerd in seksualiteit dat concludeerde dat vier op de tien jonge vrouwen tijdens het uitgaan ongevraagd worden betast of gezoend, tekenden zes politieke partijen – 50Plus, D66, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en de SP – een convenant dat seksuele intimidatie op de kaart moet zetten. De gemeente Amsterdam heeft intimidatie op straat –niet alleen op basis van geslacht maar ook vanwege religie en seksualiteit– strafbaar gesteld. Maar over het algemeen blijft de aandacht voor seksuele intimidatie in Nederland achter in vergelijking met landen als Canada, de VS, Groot-Brittannië en Duitsland. Hoe komt dat? En wat is het beleid van Nederlandse clubs?

‘‘Huisregels zijn wel degelijk een middel om als club je grenzen aan te geven maar ook sfeerbepalend’’

Beleid in Nederlandse clubs
Ik bekeek de websites van een aantal vooraanstaande Nederlandse clubs om te kijken of er iets over dit onderwerp in de huisregels staat. Alleen OT301, Marktkantine en De School specificeren dat seksuele intimidatie niet wordt getolereerd. Over het algemeen zijn huisregels weinig specifiek. In dat geval kunnen ze op verschillende manieren worden geïnterpreteerd. Shelter, Paradiso, Melkweg en Bitterzoet stellen in de huisregels dat intimidatie, agressie en geweld niet worden getolereerd, terwijl Radion geen enkel beledigend of bedreigend gedrag op straffe van verwijdering accepteert. AIR claimt dat het een divers publiek verwelkomt: jong, oud, gay, straight. ‘‘Tolerantie en openheid staan bij ons hoog op de agenda’’, maar hoe ze dat precies in praktijk brengen wordt niet duidelijk. De huisregels van Doornroosje reppen niet over gedrag, maar over het meenemen van alcohol en wapens. Claire, Chicago Social Club, Disco Dolly, OOST en Paradigm publiceren geen huisregels op de websites. Ik vroeg al deze clubs naar hun beleid, maar kreeg niet altijd een antwoord. Ook wilde een aantal clubs niet aan dit artikel meewerken.

Maar los van het feit of een club ze publiceert zijn huisregels in de meeste gevallen een lege huls. In plaats van de bezoekers bescherming te bieden, lijkt het de clubs in de eerste plaats om bescherming van hun eigen organisatie op juridisch en financieel gebied te gaan. Luc Mastenbroek, programmeur van De School zegt: ‘‘Volgens mij is het probleem met huisregels dat je weet hoe ze gaan klinken, als een lied dat je kan meezingen. Geen wapens, geen drugs, geen racisme of seksisme.’’ Hij twijfelt of je op die manier seksuele intimidatie tegen kan gaan.

Maar huisregels zijn wel degelijk een middel om als club je grenzen aan te geven maar ook sfeerbepalend. Spreek de intentie uit dat je het voor al je bezoekers comfortabel en veilig wil maken en je bent al een heel eind. Omdat de meeste gevallen van seksuele intimidatie nooit worden gerapporteerd, moet de focus op preventie liggen. Maar ook als er wel rapport van wordt gemaakt heeft de intimidatie plaatsgevonden, en kan het nooit meer ongedaan worden gemaakt of uit het geheugen worden gewist. 

Aan de deur van de Double Double Land club in Toronto bijvoorbeeld, hangt een bord met de tekst: "No racism. No sexism. No homophobia. No transphobia. No violence. No sexual violence. No emotional violence. No ableism. Yes respect. Yes you." Eigenaar Joe McCurley zei tegen THUMP dat de tekst intimidatie de kop in drukt en dat potentiële raddraaiers worden ontmoedigd. Maar alleen zo’n bord zal nooit honderd procent effectief zijn. Huisregels moeten nog altijd in de praktijk worden gebracht. De volgende cruciale stap is dat het personeel de veiligheid van haar bezoekers prioriteit maakt, en er adequaat mee omgaat. Dat wil zeggen: signaleren, interveniëren en handelen.

‘‘Regels hoeven niet autoritair te voelen maar kunnen–zeker voor bepaalde groepen—juist uitnodigend zijn’’

Tijdens een Gender Bending Queer Party bij Performance Bar in Rotterdam waren niet alleen ‘safe space’ regels zichtbaar, ook werden we begroet door de organisatie die ons welkom heette en de regels nog eens uitlegde. Dat is het punt: regels hoeven niet autoritair te voelen maar kunnen—zeker voor bepaalde groepen—juist uitnodigend zijn. Dat was tijdens Performance Bar wat ons betreft zeker het geval. De organisatoren deden er alles aan om ons een fijne tijd te bezorgen, zonder enige vorm van intimidatie, op een manier die ik nooit eerder heb meegemaakt.  

Cindy Li, medeorganisator van It’s Not U It’s Me uit Toronto stelt dat ‘‘de meeste beveiligers zich vooral druk maken over rokers op de dansvloer, of publiek dat alcohol meeneemt. Maar wanneer vrouwen worden geïntimideerd nemen ze dat niet serieus. Dat komt omdat clubs vaak uitsluitend door mannen worden gerund.’’ Tijdens It’s Not U It’s Me houden vrijwilligers die je kan herkennen aan groene bandanas een oogje in het zeil. Ze communiceren via een groepsapp. Door de vrienden van mensen die zich misdragen aan te spreken, moedigen ze iedereen aan om verantwoordelijkheid te nemen.  

Clubs kunnen hun personeel, van beveiliging tot glazenhalers, trainen om waakzaam te zijn als het gaat om mensen die zich ongemakkelijk voelen. Zo gebeurt het in De School bijvoorbeeld ook, zegt Mastenbroek: ‘‘Ieder personeelslid krijgt instructies. Op de dansvloer zijn de runners en het barpersoneel onze ogen.’’ Je personeel leren multi-tasken om zo de veiligheid van je bezoekers te waarborgen kost weinig moeite, maar het kan een wereld van verschil opleveren. Op die manier weten bezoekers dat iemand ze in het oog houdt, en dat ze er voor gekozen hebben om naar een club te komen die begaan is met het lot van haar bezoekers. De club stelt grenzen, zelfs op de dansvloer, en zeker in het pikkedonker. Maar, geeft Mastenbroek toe, ‘‘het feit dat er niet over seksuele intimidatie wordt gerapporteerd wil niet zeggen dat je je werk goed doet.’’ Het kan zijn dat je personeel niet zichtbaar genoeg is of dat bezoekers geen idee hebben dat ze dit soort misstanden überhaupt kunnen melden. ‘‘We kunnen op dit gebied nog veel stappen maken.’’

‘‘De verantwoordelijkheid ligt net zo goed bij onszelf’’

Ondanks het feit dat clubs een verantwoordelijkheid richting haar publiek hebben, worden dit soort problemen zelden door het management aangepakt. Zelfs wanneer het personeel wordt getraind zien ze lang niet alles. Maar de verantwoordelijkheid ligt net zo goed bij onszelf: wanneer je iemand ziet, of het nou een vriend of een vreemde is, die in de hoek wordt gedreven: check hoe het met hem of haar gaat. Wanneer je vriend of vriendin te dronken is om nog respectvol met anderen om te gaan, neem hem of haar apart. Clubs hebben niet alleen een verantwoordelijkheid naar ons toe, omgekeerd geldt hetzelfde. Wij zijn net zo goed verantwoordelijk voor de ander. Of, zoals Emilia tegen me zei toen we de donkere kelder van De School bespraken: ‘‘Een dergelijke ruimte gedijt alleen in een zee van vertrouwen.’’

Kondo, een tijdelijke culturele ruimte in Amsterdam-Oost, communiceert duidelijk haar intenties. Ongepast gedrag roei je op die manier nooit helemaal uit, positieve effecten heeft het wel. Door het verplichte lidmaatschap prevaleert verantwoordelijkheid over anonimiteit. Na je inschrijving word je, naast andere praktische zaken, onmiddellijk geïnformeerd  over het zerotolerancebeleid wat betreft racisme, seksisme, homo- en transfobie. Een bord bij de deur herinnert leden aan de regels. Ramon de Lima en Lars van Broekhuysen, oprichters van Kondo, denken dat de programmering voor een groot deel bepaalt welk publiek je trekt. 

“We denken dat een goede afspiegeling van mannen en vrouwen onder het personeel, maar zeker ook in het programma, bijdraagt aan een vrouwvriendelijke sfeer. Kondo is daarnaast een plek waar de LGBTIQ-gemeenschap goed vertegenwoordigd is. Veel van onze bezoekers zijn queer - met een bont gezelschap op de dansvloer krijgt intimidatie vrijwel geen kans. Bezoekers met minder zuivere bedoelingen worden afgeschrikt of verliezen hun interesse.”

Onbeperkte euforie
Seksuele intimidatie en scheve man-vrouw verhoudingen in clubs: het is deels een kip-ei probleem. Omdat clubs door mannen gedomineerd worden, wordt seksuele intimidatie genormaliseerd en niet serieus genomen. Een van de redenen waarom er minder vrouwen in clubs zijn, is omdat ze seksuele intimidatie tijdens het uitgaan incalculeren en daarom vaker thuis blijven. En omdat er minder vrouwen in clubs zijn…enfin, je snapt mijn redenatie.   

We moeten een weloverwogen en collectieve inspanning leveren om iets te kunnen veranderen. Wanneer we onderkennen dat seksuele intimidatie ervoor zorgt dat niet iedereen het even prettig vindt om in een club te zijn, is dat een begin. In Nederland twijfelen we geen moment aan onze progressieve inborst, maar wellicht is dat juist het probleem. Wellicht wordt er daarom in andere landen juist wél over gediscussieerd: daar rusten ze minder snel op hun verwende lauweren. Onze zelfgenoegzaamheid is (te) groot. Met als gevolg dat allerhande ongelijkheden in stand worden gehouden.   

''Nu ervaren we in het Nederlandse clublandschap juist het tegenovergestelde: een status quo''

Het veel gehoorde ‘‘als het je niet bevalt moet je maar niet moet uitgaan’’ is flauwekul. Iedereen die clubcultuur een warm hart toedraagt zal beamen dat clubavonden een unieke ervaring kunnen bieden. De relaties die we met elkaar en met de muziek aangaan: dat maak je nergens anders mee. Dat is waarom we naar clubs gaan. In hun safer space policy schrijft Not U It’s Me dat: ‘‘Live muziek het beste binnenkomt wanneer bezoekers zichzelf erin kunnen verliezen. Intimidatie, discriminatie en misbruik ondermijnen deze momenten van ultieme euforie.’’ Maar daar is in Nederland weinig aandacht voor.

‘‘Als ik niet mag dansen, wil ik geen onderdeel van jullie revolutie zijn.’’ Het zijn de inmiddels gevleugelde woorden van Emma Goldman, een beroemde feminist en anarchist uit de jaren twintig. In haar biografie beschrijft ze hoe ze wordt uitgekafferd wanneer ze op een anarchistisch feest wil dansen. Nu ervaren we in het Nederlandse clublandschap juist het tegenovergestelde: een status quo. Activisme in clubs wordt gezien als ongepast of overbodig want ‘‘hier in Nederland hebben we die problemen allang opgelost.’’ Maar zolang er mensen gehinderd worden in het bereiken van die ultieme euforie, hebben we juist wel een revolutie nodig.

*Naam gefingeerd maar bij de redactie bekend