Elena Colombi: overleven in Londen

‘‘Je moet het leven nooit te comfortabel maken.’’ Vrijdagavond in Dalston, Londen. Elena Colombi loopt zonder aarzelen richting toog, legt haar hand op mijn onderarm en vraagt of ik graag bier drink. ‘‘Laat mij maar bestellen.’’ Met twee halve liter Pale Ale nemen we plaats op het terras van een café zoals er hier zoveel zijn. Neonverlichting tart de ogen, Premier League-voetbal op schermen zo groot als billboards, minstens acht verschillende bieren op tap.

Een compleet nietszeggende plek of, ‘non-plaats van de supermoderniteit’, zoals de Franse antropoloog Marc Augé dit soort inwisselbare dranklokalen pleegt te noemen. Augé bestudeerde een kwart leven lang luchthavens, supermarkten, snelwegen en bungalowparken: uniforme locaties die zich kenmerken door een gebrek aan sociale binding. Non-plaatsen zien er overal hetzelfde uit, iedereen is er tijdelijk. In Londen zijn ze alom aanwezig. Toch houdt Colombi van de stad. Met haar clubavond Abattoir (Frans voor slachthuis) probeerde ze non-plaatsen jarenlang te vermijden. Ze boekte Trevor Jackson, Andy Blake, Lena Willikens, October, Mark Seven, Ali Renault en Jane Fitz, vaak voor ze bij het grote publiek bekend werden, op allesbehalve standaard locaties – daarover later meer.

Inmiddels zijn haar organisatieambities verzwolgen door het zuigende moeras van het hyperkapitalisme. Voor kleine kunstenaars en dito feesten kent Londen geen genade. ‘‘Heb je daar nou heel netjes je vragen opgeschreven?’’, vraagt ze wijzend naar mijn laptopscherm, glimlach op het gezicht. Het is haar allereerste interview, geeft ze toe. Negen jaar geleden verruilde ze het Noord-Italiaanse Bergamo voor de Britse hoofdstad. ‘‘Ik voelde dat ik aan verandering toe was, zocht een uitdaging. Dat werd Londen. Ik boekte, zonder dat ik er iemand kende, een enkele reis omdat ik wist dat er qua muziek genoeg te halen viel. Het was vrij extreem, ik had nog geen woonruimte.’’  

‘‘Als je dit overleeft, als je Londen overleeft, gaat het je op iedere andere plek in de wereld ook lukken’’

Nog even over die non-plaatsen en het Abattoir van Colombi. Er is een link. Augé zegt: hoe meer van die plekken, des te ingrijpender onze samenleving verandert omdat ze menselijke interactie overbodig maken (zie die televisieschermen). Ze faciliteren een nieuwe vorm van eenzaamheid. Als er iets uit het interview met Colombi naar voren komt, is het dat menselijk contact voor haar essentieel is. Het is de reden dat ze feesten gaf, Italië verruilde voor Groot-Brittannië en artiesten en labels persoonlijk aanspreekt wanneer de muziek haar aanstaat.  

Ongemakkelijk
Wat trekt je aan in een dj? Feilloze mixcapaciteiten? Platenkeuze? De combinatie tussen beeld en muziek? Nadat iemand me Elena Colombi tipte luisterde ik een week lang obsessief naar haar show op NTS Radio. Open die pagina en zie gelijk dat het goed zit. Of het beeld van de Nederlandse modefotografe Vivianne Sassen legaal is verkregen weet ik niet, dat de ongemakkelijke poses van de modellen die ze in haar foto’s gebruikt bij de muziek van Colombi past, wel. Ik ontdek in haar radioshows veel nieuwe (en oude) muziek die beklijft. De pianokunst en Sun Ra-achtige jazz van de Poolse Kamil Szuszkiewicz, of de ijzingwekkend minimale synth-pop van Les Vampyrettes, een duo dat, zo verklaart Discogs, bestaat uit Neue Welle-pionier Holger Czukay en producer Conny Plank, de stille kracht achter een paar van de belangrijkste en meest invloedrijke Duitse groepen van de jaren zeventig, waaronder Kraftwerk en Neu! Colombi beaamt: ‘‘Je hoort in mijn show bovengemiddeld veel Duitse muziek. Ik heb er niet echt een verklaring voor. De taal vind ik, ondanks dat ik ‘m niet spreek, prachtig.’’

Zo staat het op de website van NTS:

Elena Colombi helps to keep Mondays weird - expect a diverse range of up-and-at-'em records: from techno to post-punk, through EBM, industrial and -wave...

Of ze niet begint te stuiteren van die ietwat vreemde omschrijving. Raar? In de oren van wie eigenlijk? Hoe kan muziek überhaupt ‘raar’ zijn? Zegt dat niet uitsluitend iets over je eigen perspectief? ‘‘Raar is een interessante manier om muziek te beschrijven, maar voor mij heeft het niet per se een negatieve connotatie. Weird staat bij mij voor het onverwachte. Dat is iets wat ik in mijn dj-sets probeer te doen. Ik wil niet het label van new wave of EBM of industrial dj opgespeld krijgen, ook al hou ik enorm van die genres. Ik draai net zo lief funk en soul. Dat is in Londen een beetje een probleem. Het publiek is verwend. Ze gaan er vanuit dat je brengt wat wordt verwacht. ‘She didn’t play dark enough’, hoor je dan.’’ Ze begint hardop te lachen. ‘‘Ik vind dat geklaag over dj-sets triest. Juist op het moment dat je met die verwachtingen kan spelen wordt het interessant.’’

‘‘Ik zou niet weten hoe ik mijn muziek zou omschrijven. Wanneer ik structuur probeer aan te brengen gaat het meestal verkeerd. Ik verzamel muziek die ik te gek vind. Afhankelijk van mijn gemoedstoestand vertaalt dat zich op een bepaalde manier naar mijn radioshows. Misschien dat anderen een verhaal of een lijn in mijn sets horen. Muziek is iets heel persoonlijks, het kan op zoveel verschillende manieren speciaal voor iemand zijn. Mijn vrienden zeggen vaak dat ik goed ben in het neerzetten van een bepaalde sfeer. Wat dat betreft komen mijn radioshows en dj-sets overeen. Maar het ontbreken van structuur heeft een keerzijde: voor elk optreden schiet ik enorm in de stress, blinde paniek overvalt me een half uur voordat ik moet beginnen. Maar op het moment dat ik de eerste plaat draai valt het van me af en gaat het bijna vanzelf. Als ik het publiek zie reageren op mijn muziek, kom ik in een soort flow en lijk ik wel een ander persoon.’’

‘‘Wanneer ik goede muziek vind, of een nieuwe artiest ontdek, vind ik het leuk om hem of haar rechtstreeks te mailen. Ik vertel ze dat ze me inspireren en bedank ze voor de muziek. Het is ook hoe ik in het echte leven met mensen omga, dat rechtstreekse contact is me veel waard. Je hoeft niet altijd op social media te roepen dat je die of die plaat zo sick vindt. Daar komt altijd een zekere mate van ijdelheid bij kijken vind ik. Waarom vertel je het niet rechtstreeks aan de artiest of het label? Zo zit ik in elkaar. Op die manier leer je bovendien die mensen rechtstreeks kennen.’’

Bergamo
‘‘Italië is voor mij een vakantieland,’’ zegt ze nadat we op onze kennismaking hebben getoost. ‘‘Alles in Londen is duur, een huis huren haast niet te doen maar toch, er is geen andere stad in de wereld waar ik liever ben. Ik voel me hier thuis en ook mijn ouders zijn naar Groot-Brittannië verhuisd. Ik hou van Londen, ook al is het hier als artiest bijna onmogelijk om te overleven. Ik wil er graag voor vechten.’’

Wat is dat toch met artiesten? ‘‘Het is een beetje een cliché ja, eens. Maar comfort vind ik niet interessant.’’ Ik vraag of het niet vermoeiend is, dat eeuwige gevecht met, ja, wat eigenlijk? Lachend: ‘‘Dat is heel vermoeiend, het verklaart waarschijnlijk mijn voortdurende hoofdpijn. Ik zie het zo: als je dit overleeft, als je Londen overleeft, gaat het je op iedere andere plek in de wereld ook lukken.’’ Ze benadert haar woonplaats haast als concept. ‘‘Als een andere stad me in de verleiding brengt stap ik direct op het vliegtuig. Dan begin ik een nieuw project. Maar het is me tot nu toe nog niet overkomen.’’

Poolse kelder
Een rondje door de stad lopen, een toffe locatie vinden, aanbellen en aan de manager vragen of je een feest mag geven. Toen Elena Colombi negen jaar geleden in Londen arriveerde besloot ze kort daarna feesten te gaan organiseren op intieme, onorthodoxe plekken. ‘‘De middelgrote clubs die Londen toen had en nu heeft: ik heb er weinig mee. Het zijn plekken voor de rich kids, die precies willen horen wat ze van je verwachten. Zij kunnen de entree en de drank betalen. Maar die clubs zijn voor mij compleet inwisselbaar, karakterloos.’’

Zelf belandde ze met Abattoir ooit in de kelder van een Pools restaurant. ‘‘Het is in het Londen van vandaag ondenkbaar, maar mijn eerste avonden organiseerde ik in een kelder in het westen van de stad. We moesten zelf een geluidssysteem naar binnen sjouwen en heel vroeg beginnen en stoppen. Ik kwam er al snel achter dat West-Londen helemaal niet de plek is voor dit soort feesten, maar een avontuur was het zeker.’’

‘‘Wat ik het mooie aan muziek, poëzie en literatuur vind, is dat de boodschap heel persoonlijk binnen kan komen’’

‘‘Extreme situaties brengen het beste in me naar boven, het is mijn manier om gemotiveerd te blijven. Toen ik naar Londen verhuisde was ik er van overtuigd dat ik vanzelf met de juiste mensen in contact zou komen. Het was een rare, maar ook een hele toffe ervaring. Soms moet je gewoon doen. Ik vond een baantje en in het eerste jaar dook ik in de plaatselijke clubscene. Het was, vergeleken met Italië, een schok. Daar is alles op clubgebied heel erg gemaakt en gestileerd, hier was alles goor en onaf. Een jaar lang besteedde ik vrijwel al mijn geld aan uitgaan en platen, daarna begon het organiseren.’’

Of ze wel genoeg publiek zou trekken was voor haar nooit een dilemma. ‘‘Het gaat mij niet om het aantal mensen dat op de dansvloer staat. Wat ik het mooie aan muziek, poëzie en literatuur vind, is dat de boodschap heel persoonlijk binnen kan komen, al is het maar bij een enkeling. Dat het je als mens kan veranderen en er voor kan zorgen dat je anders over dingen na gaat denken. Muziek kan je perspectief op de wereld verbreden. En nog een bijkomend voordeel van kleinschalige feesten: je leert je publiek persoonlijk kennen. Intieme locaties zijn wat mij betreft essentieel voor een gezond nachtleven. Nieuwe artiesten ontdekken, nieuwe mensen leren kennen, dat is voor mij de charme van onze scene.’’

Elena Colombi speelt op 27 mei op Lente Kabinet