‘‘Je muziek is shit, maar je baslijnen zijn geweldig’’

Na een dramatisch ongeluk stortte Varg zich op techno. Met als verbindende factoren de metrolijn van Stockholm en zijn mistroostige jeugd nabij de poolcirkel. Inmiddels is hij een van de actiefste Zweedse technomuzikanten met de Nordic Flora Series als voorlopig hoogtepunt.

“Ik ben een spuiter”, verklaart Jonas Rönnberg zijn fascinatie voor metro’s. Hij maakte als Varg al twee albums rond dat thema en ook op zijn nieuwe album Nordic Flora Pt. 3 Gore-Tex City duiken er geregeld metrolijnen in de titels of samples op. “Ik heb als graffiti-artiest zo’n zeventien jaar treinstellen bespoten. Ik houd van metrostellen maar ben tegelijkertijd bang van ze.” Daar heeft Rönnberg alle reden toe, blijkt tijdens het interview. Niet alleen verloor hij zijn beste vriend in de tunnels van de blauwe metrolijn van Stockholm, zelf was hij er bijna ook niet meer geweest.

Tijdens een nachtelijke beroving op een treinperron, kwam de jonge Zweed op de rails terecht en beschadigde daarbij zijn ruggengraat. Onbeweeglijk lag hij minutenlang in het donker op het spoor. Waarna een revalidatie van maanden volgde. “Dat was geen prettige tijd”, kijkt Rönnberg met gevoel voor understatement terug. “Ik kon niet eens zelfstandig naar het toilet. Daar moest mijn vriendin me bij helpen.''

Deprimerend dorp
Toch leverde het vreselijke voorval ook iets positiefs op. Tijdens zijn revalidatie had Rönnberg ineens alle tijd om zich te verdiepen in het maken van elektronische dansmuziek. Daar had hij tot dan toe nauwelijks interesse in gehad. In Skellefteå, een klein en deprimerend dorp nabij de poolcirkel waar hij opgroeide, luisterde Rönnberg voornamelijk naar black metal, hiphop en “Zweedse hardcore”.

‘‘Dat was het moment dat ik beroofd werd en weken op mijn rug lag’’

Met zijn lange haar, baard en tatoeages voldoet Rönnberg sowieso niet aan het clichébeeld van techno-artiesten. Pas nadat hij naar Stockholm verhuisde, werd zijn interesse in elektronische dansmuziek aangewakkerd. Met dank aan zijn boezemvriend Abdulla Rashim, met wie hij sinds 2013 samen het verbluffend actieve Northern Electronics bestiert. Op dat platenlabel is Varg in zijn eentje zo’n beetje verantwoordelijk voor de helft van hun discografie.

Minstens vijftien titels met albumlengte leverde hij de afgelopen vijf jaar af. “Ik vind het moeilijk om mijn verhaal te vertellen op een EP of een single”, zegt hij over dat grote canvas. Zijn productie is dusdanig voortvarend dat zijn tracks niet alleen verschijnen op labels als Northern Electronics en Semantica, maar ook op een veelheid aan obscure cassettelabels, daarbij gebruikmakend van allerlei pseudoniemen als Black Leather Harness, Flacid, Vargrav en Ulwhednar.

Die laatste naam is een project samen met Rashim. “Ik heb veel aan hem te danken”, bekent Rönnberg. “Doorgaans ben ik niet zo goed in het opbouwen van een echte vriendschap. Vooral met mannen vind ik het vaak lastig om de diepte in te gaan.” Ze ontmoeten elkaar in een park, waar Rönnberg een watermeloen aan het eten is en een vriend van Rashim een slok hoestdrank van een dakloze aangeboden krijgt. “Dat vonden we alledrie grappig. Daarna waren we vrienden.”

Rönnberg maakt op dat moment door Mala geïnspireerde dubstep. ‘‘Je muziek is shit’’, zegt Abdulla Rashim ronduit tegen hem. ‘‘Maar je baslijnen zijn geweldig. Misschien kunnen we samenwerken’’.

Rönnberg: “Aanvankelijk nam ik dat niet erg serieus. Ik had toen nog geen idee wat techno was. Ik vond het stomme muziek en riep dat ik zoiets ook makkelijk kon maken. Dat viel uiteindelijk nogal tegen. Toen realiseerde ik me dat er veel meer achter goede techno zit. Het werd een uitdaging. Dat was het moment dat ik beroofd werd en weken op mijn rug lag.”

“Tot een jaar geleden wist ik niet eens wie Aphex Twin was”

Aphex Twin?
Sindsdien heeft Varg een verbluffende muzikale ontwikkeling doorgemaakt. Zijn fluïde stijl van dystopische techno en zwartgeblakerde ambientdub klinkt de ene keer als een melancholieke Donato Dozzy en dan weer als Tin Man na een zen-retraite. Niet dat hij ooit van beide artiesten gehoord had. “Tot een jaar geleden wist ik niet eens wie Aphex Twin was.”

Opvallend is de constante kwaliteit van zijn output. Er zit eigenlijk geen slechte release tussen zijn snel uitdijende discografie. Tegelijkertijd geeft Varg nauwelijks om hifi. Lange tijd nam hij zijn producties in mono op, soms gewoon aan de keukentafel van zijn moeder. Deel twee van zijn Nordic Flora-project maakte hij grotendeels in de wachtruimtes van luchthavens op zijn iPhone. “Pas sinds kort heb ik mijn eigen studio. Op aandringen van mijn vriendin. Ik heb de neiging om snel van stemming te wisselen. Ik word er namelijk gek van als dingen stilstaan. Dan moet ik onmiddellijk een track maken. Nu ben ik meer georganiseerd en klinken mijn tracks beter dan ooit.”

Yung Lean
Inderdaad is de Nordic Flora Series een flinke stap vooruit. Voor het eerst werkt Varg samen met vocalisten, waaronder de Canadese kunstenares/dichteres Chloe Wise, wiens ‘Forever 21 / Valium’ heerlijk verwarrend uitpakt. De Zweedse rapsuperster Yung Lean leende zijn stem aan ‘Red Line II’, wellicht het meest poppy nummer dat Varg ooit maakte.

Ook raakte hij bevriend met elektronisch producer Allesandro Cortini (Nine Inch Nails) met wie hij het ambientnummer ‘Fonus’ opnam. “Dankzij Alessandro leerde ik een wereld kennen waar ik toen nog niet thuis hoorde, vond ik zelf. De wereld van de experimentele muziek. Ik heb veel aan hem te danken. Belandde ik onverwacht op een feestje waar Brian Eno ook was, zonder op dat moment te weten hoe invloedrijk hij was.” De Nordic Flora Series behelst tot nu toe drie delen, een maxisingle, drie cassettes (op het Deense label Posh Isolation) en een album. Waar het eindigt, wil Varg niet onthullen. Wel dat het een heel persoonlijk project is. “Als je deze platen begrijpt, dan snap je mij ook. Dan beschouw ik je als vriend.”

De agressieve hond op de platenhoes van Pt. 3 Gore-Tex City is een rechtstreekse verwijzing naar het huidige politieke klimaat in Zweden. “Het begint hier steeds meer op een politiestaat te lijken”, bromt Rönnberg boven zijn imposante baard. Hij vertelt over de slechte ervaring die hij onlangs in de trein tussen Kopenhagen en Malmö had. Vroeger een treinreis van amper een halfuur, maar tegenwoordig vanwege de strenge grenscontroles een frustrerende ervaring. “Ik werd staande gehouden in de trein en publiekelijk gefouilleerd op drugs. Later herhaalde zich dat scenario op het perron waar ik door een drugshond werd gecontroleerd. Ondertussen stond de volle trein stil en kon iedereen me zien. Het was beschamend. Als blanke Zweedse mannen al zo slecht behandeld worden, dan kun je nagaan hoe vluchtelingen die de taal niet spreken worden benaderd door dat soort gasten.”

‘‘Daarom voelt het goed om af en toe terug te gaan naar mijn oude dorp en te zien dat ze langzaam wegrotten’’

Wegrotten
Gelijk kwamen zijn slechte jeugdherinneringen weer boven. “Skellefteå staat wat mij betreft voor corrupte politieagenten, verveling, dood en drugsmisbruik. Het was daar moeilijk om mezelf te zijn. Sommige jeugdvrienden die daar zijn blijven hangen, snappen helemaal niets van mijn nieuwe leven. Je maakt toch geen muziek, je maakt geluiden! Hoe kun je daar platen van verkopen en daarvan leven? vragen ze me. Daarom voelt het goed om af en toe terug te gaan naar mijn oude dorp en te zien dat ze langzaam wegrotten. Tegelijkertijd wonen daar een paar van mijn beste vrienden.”

Misschien zijn het wel die slechte ervaringen uit het verleden inclusief dat heftige ongeluk die Varg’s dansmuziek zo intens maken. Al ziet hij het zelf niet als iets negatiefs. “Weet je, positieve en negatieve gedachtes zijn eigenlijk hetzelfde. Alle gebeurtenissen waardoor je wat gaat voelen zijn bruikbaar als mens en artiest.”

Door zijn muziek op cassettelabels uit te brengen en op te treden in zweterige technobunkers worden Varg en ‘underground’ vaak in één adem genoemd. Geheel ten onrechte, vindt hij zelf. Hij schreef er een vlammend betoog over op de Instagram-account van muzieksite Resident Advisor, toen hij die een week onder zijn hoede kreeg. Daarop stak hij de draak met het underground-artiestenbestaan, door op vrijwel alle foto’s te poseren met champagneflessen of een roze jas aan te trekken. “Underground, dat is een noiseband die voor een publiek van vijf mensen en drie blaffende honden in een kelder staat te spelen. Of een kansloos gitaarbandje dat het jongerencircuit afgaat in een rammelend busje. Maar de meeste elektronische dansmuziek kun je onmogelijk underground noemen. Wij krijgen fees van honderden of duizenden euro’s en slapen in een warm hotelbed. Ik verdien nu meer geld dan toen ik nog leraar was.”