Mr. Ties of Madame Ties?

Ik tref ‘t, Francesco de Nittis komt net terug uit Rome, zijn bagage vol plaatselijke delicatessen. Hij snijdt een stuk salami af en roert met een Pecorino kaas in een pot mierikswortel. ‘‘Die mierikswortel komt uit Puglia, mijn geboortestreek. Beter vind je niet. Hier, proef maar. Heb je honger?’’   

Het is een ijzig koude avond in Berlijn en op uitnodiging van De Nittis zit ik aan zijn keukentafel. Als Mr. Ties geldt hij al jaren als icoon van de Berlijnse gay- en underground scene. Zijn Homopatik-feesten, tot voor kort in de about://blank, nu bij Wilde Renate, zijn beroemd en berucht. De Nittis faciliteert er een vrijhaven voor excentriekelingen. De line-up en timetable blijven geheim, het feest duurt standaard minstens twee volle dagen. Onlangs werd bekend dat Homopatik van locatie is veranderd. The Resurrerection, staat er op de flyer. De Nittis is in zijn nopjes met de verhuizing. ‘‘Homopatik is niet te stoppen.’’ Glimlachend likt hij de roze vloei van een joint dicht. ‘‘Hier, proef een tomaat! Een Italiaanse hè?! Zo smaken ze hier niet.’’

De Nittis verwierf zijn cultstatus door zijn exceptionele manier van draaien. Hij noemt zichzelf liever geen dj, maar geluidskunstenaar. Klinkt pretentieus, maar hij heeft recht van spreken – daarover later meer. Qua grilligheid kan hij zich met de meest ongrijpbare kunstenaars meten. Bij De Nittis is het vaak alles of niets. Van de vier keer dat ik hem zag draaien, was het twee keer exceptioneel, een keer weinig bijzonder en een keer ruk. Bovendien schijnt hij een veeleisende reputatie te hebben. Hij is een audiofiel en een autodidact op het gebied van akoestiek en geluidsesthetica, en verwacht van audiotechnici dezelfde toewijding.

''Wat zij met een mixer konden, pfff''

‘‘Weet je wat het is,’’ zegt De Nittis als ik hem er naar vraag, ‘‘ik wil gewoon niet meer op plekken spelen waar men niet begrijpt dat het geluid perfect moet zijn. Aanstaande maandag (26 december red.) speel ik all night long bij Shelter in Amsterdam. Ik weet niet of je Brona kent?’’ Ik knik, ook de reputatie van de voormalig geluidsvrouw van de Studio 80 is haar vooruitgesneld. ‘‘Ze werkt nu voor Shelter,’’ vervolgt De Nittis,’’ en met dit soort mensen wil ik alleen nog maar werken. She knows her shit. We zijn dagen van te voren al bezig met het geluid. Hoe? Ze stuurt me tekeningen van het systeem en de specificaties van de mixer.’’    

En dan was er nog dat incident tijdens Amsterdam Dance Event. Mr. Ties speelde in de Disco Dolly, ‘‘een fiasco’’ volgens de collega’s van 3VOOR12. In een amateurfilmpje dat in het artikel is verwerkt, zien we De Nittis ruzie maken met een medewerker. ‘‘Hij zat aan me, toen werd ik gek.’’ De waarheid zal ergens in het midden liggen. Ik zeg dat ik me stoor aan de manier waarop het bericht wordt gebracht. Het begint met een feitelijke onjuistheid. ‘‘Electro-held’’ Move D heeft nog nooit een electro-plaat gedraaid laat staan geproduceerd - dan wordt het lastig om de rest serieus te nemen. Zonder enige context wordt De Nittis weggezet als een prutser. ‘‘Joh,’’ lacht hij,’’ ik kan me er echt niet druk om maken. Ik had een heftig ADE, heb een nacht op straat geslapen omdat ik had gevraagd of ze mij het geld voor het hotel cash wilden geven. Dat geld heb ik aan platen uitgegeven. Wat ik er van vind dat zo’n filmpje online staat? Mensen roddelen graag, laat ze.’’

Shelter-programmeur Kolja Verhage steekt zijn handen voor De Nittis in het vuur. ‘‘Meerdere mensen zeiden dat ik hem beter niet kan boeken. Ik ken Francesco nog uit mijn tijd bij Trouw. Ik vertrouw hem.’’ Dat vertrouwen lijkt wederzijds. ‘‘Kolja is een goed mens,’’ zegt De Nittis terwijl hij een hap van zijn zelfgemaakte, sublieme pasta naar binnen werkt.  

Homopatik
Toen ik vier jaar geleden in Berlijn kwam wonen, was Mr. Ties the talk of the town. In de about://blank zou een dj draaien zoals je er nog nooit een gezien had. Een timetable was er niet, dus ging ik op een zondagmiddag op goed geluk naar Homopatik. ‘‘Je weet wat voor een soort feest er vandaag is?,’’ vroeg de vrouwelijke uitsmijter met stalen gezicht. Ik blufte dat ik geen Homopatik-feest oversloeg en liep zo cool mogelijk naar binnen. Om er niet veel later achter te komen dat ik behoorlijk overdressed was: ik had kleren aan.

Het was hartje zomer en de tuin krioelde van de menselijke schilderijen. Ik liep de dansvloer op, werd staande gehouden door een jongen met de vraag of ik zijn handen wilde masseren. Hij droeg een leren korte broek met daarin, precies op de plaats van zijn bilnaad, een gat in de vorm van een hartje. Twee prachtvrouwen stonden elkaar zonder gene van top tot teen af te likken, mannen oefenden op verschillende exemplaren hun tongzoenen. Iedereen leek het doodnormaal te vinden. Na een dikke vier uur verscheen De Nittis op de bühne. Met glanzende zwarte baard, bloot bovenlijf en in overal. Of het vijf, zes of zeven uur heeft geduurd ben ik kwijt, maar ik ben alleen van de dansvloer geweest om te pissen en wodka-mate te bestellen. De Nittis mixte, vaak zonder hoofdtelefoon, pianosonates aan beatdown house en Moodymann aan obscure disco. Niet lang daarna verschijnt er een veelgelezen artikel op Resident Advisor waarin hij zijn eigen mythe in stand houdt.

Ik vraag hem waar die avontuurlijke manier van mixen vandaan komt. De Nittis pakt een plaat van een geïmproviseerd keukenaltaar. Ik herken de beroemde hoes van Easy Going. Het artwork is een tegelmotief van twee gespierde, halfnaakte mannen die als worstelaars zijn afgebeeld. Het is het logo van de gelijknamige, wijlen italo-disco club in Rome. ‘‘Marco Trani en Gino Bianchi waren er resident dj,’’ zegt De Nittis enthousiast. Wat zij met een mixer konden, pffff. En pas op hè, dat was een outline mixer, met van die gigantisch lange faders erop. Zij draaien altijd drie platen door elkaar heen. Fantastisch.’’

Voor de avond in Shelter nam De Nittis als Madame Ties een promofilmpje op. Omdat zo’n beetje ieder ander interview ingaat op zijn uitgesproken visie over gender (‘‘man of vrouw, voor mij is er geen verschil, laten we stoppen met onderscheid maken’’), laat ik het onderwerp vanavond rusten. Maar hoe zit het precies met Madame Ties? ‘‘Het is mijn alias voor de live-sets die ik wil gaan doen.’’ En het Shelter-filmpje waar Madame Ties als een krolse kerstkater een Mariah Carey-imitatie doet? ‘‘Malaria Currey hè!,’’ verbetert hij mij. ‘‘Ik wilde iets grappigs opnemen. Deze wereld is al zo serieus.’’ Over een bruin suikerklontje giet hij een Italiaanse likeur en topt het af met percolatorkoffie. ‘‘Proost.’’

Ruim twee uur later berg ik mijn recorder op en zeg dat ik moet gaan. ‘‘Maar we hebben nog geen muziek geluisterd!,’’ veert De Nittis uit zijn keukenstoel. ‘‘Eén nummer!,’’ en hij sprint de kamer uit. Om terug te komen met een USB-stick en een Robert Hood-cd. De Nittis draait ‘Spring Rain’, een discoplaat uit 1976 van Bebu Silvetti, pitcht het tempo omlaag tot -16 en jast er minutenlang en zonder hoofdtelefoon een Hood-track door. Met de mixer snijdt hij de vocalen uit een derde nummer, laat ze over de twee andere platen lopen en begint in de keuken te dansen. ‘‘Uiteindelijk gaat het om de muziek, toch?’’