Dj's en mentale problemen: de zelfkant van de industrie

Stel: je bent succesvol dj, brengt de ene plaat na de andere uit en reist kriskras over de aardkloot. Je maakt tijdens iedere gig nieuwe vrienden, slaapt in luxe hotels en verdient in een maand tijd een gemiddeld jaarinkomen. Leventje, toch? Dj als beroep is simpelweg een prachtig vak, maar kent ook een keerzijde.

Zo’n onbegrensd beroep brengt je naar nieuwe plekken, een natte droom voor iedere slaapkamerproducer of aspirant-dj. Toch zijn er veel artiesten die kampen met mentale problemen. Wel lijkt het steeds minder een taboe om daar in het openbaar over te spreken. Kijk maar naar Sandrien, Benga, Louisahhh en Jennifer Cardini bijvoorbeeld. Die laatste sprak er openlijk over in het ADE-panel Mental Health Vs. Hedonism. “Het was voor mij heel logisch om aan de drank en de drugs te gaan”, vertelde Cardini daar. “Ik werd er zelfverzekerder van en verloor mijn angstgevoelens. Ik moest het gebruiken om het podium op te komen. Dan word je op een dag wakker met een verslavingsprobleem.”

“Het ritme van een dj is heftig”, vertelt Pieter Ridder van We Are E Management. “Je weekend staat compleet op z’n kop; je werktijden zijn van twaalf tot zes in de ochtend. Vervolgens zit je van maandag tot en met vrijdag thuis op de bank en ga je het volgende weekend er weer vol tegenaan. Professionele dj’s besteden die vrije tijd aan marketing en studiowerk, maar jonge artiesten schrikken van die lege dagen. Ze weten niet wat ze met die vrije tijd aan moeten.” Wat Ridder benoemt zou de kiem van het probleem kunnen zijn. Het begint met argeloosheid die langzaam verandert in een patroon.

Depressies, burn-outs, angstaanvallen en onzekerheid komen niet alleen voor in de dj-wereld, maar zijn problemen van alledag. DJBroadcast schreef al eerder dat een op de vier mensen last krijgt van mentale problemen. Toch zijn er relatief weinig artiesten die er openlijk over spreken, hoewel dat er meer zijn dan een aantal jaar geleden. Desalniettemin staat de industrie bol van ego’s en haantjesgedrag die het taboe op geestesziektes niet verzwakken maar juist voeden.

Werkdruk
Angstaanvallen vormen een veelvoorkomend probleem bij dj’s. Die aanvallen worden o.a. gevoed door lange nachten, hoge werkdruk, perfectionisme en het omgaan met bekendheid. Een angstaanval is geen burn-out, maar ze zijn vaak wel een opmaat naar een conditie waar je serieus iets aan zal moeten (laten) doen. Jana van der Pennen kampte zelf met een burn-out en besloot een ''sociale onderneming'' op te zetten die zich bezighoudt met preventie van mentale problemen. Aan haar vroeg ik hoe mentale gezondheidsproblemen tot stand komen en welke leeftijdsgroepen hier gevoelig voor zijn.

Tijdens ons gesprek komt regelmatig het woord 'plaatjesmaatschappij' langs. Wat ze hiermee bedoelt is dat we leven in een (illusionaire) maatschappij die draait om het neerzetten en in stand houden van het ‘perfecte plaatje’ en het ‘perfecte leven’. Volgens Van der Pennen vergelijken we onszelf continu (onbewust) met anderen, terwijl we eigenlijk weten dat het niet de heersende norm is of zou moeten zijn. “We zijn immers allemaal uniek, met eigen behoeftes en voorkeuren, maar lijken dit soms te vergeten. Meedoen met de groep is nou eenmaal makkelijker dan authentiek zijn”, legt Van der Pennen uit.

Dit is met name van toepassing op artiesten. "Het feit dat artiesten meer in de spotlights (willen) staan en een bepaald imago van belang is, maakt artiesten extra vatbaar voor mentale instabiliteit." Het in stand houden van het perfecte plaatje loopt parallel met het haantjesgedrag in de muziekindustrie. Het is een vrij harde (mannen)wereld waar artiesten, ook gezien de concurrentie, niet snel zullen klagen over lichamelijke of mentale pijntjes. “Ik denk dat kwetsbaarheid in die wereld eerder gezien wordt als zwakte dan als kracht. Combineer dat met de enorme hoeveelheid prikkels en druk uit de maatschappij en deze cocktail kan zomaar een burn-out tot gevolg hebben.”

De dj-generatie die volgens Van der Pennen het meest gevoelig is voor soortgelijke problemen zijn artiesten tussen de 25 en 35 jaar, de zogenaamde millennials. Van der Pennen: “Deze generatie is opgegroeid met de gedachte dat alles mogelijk is en je zelf je eigen leven creëert. Leven in de plaatjesmaatschappij verhoogt de druk om te presteren en succes te hebben. Hierdoor ziet het gras er bij de buren altijd groener uit, maar vergeten artiesten zich af te vragen of ze überhaupt wel gras in hun tuin willen.”

“Bovendien realiseert men zich minder gemakkelijk dat succes niks meer is dan een woord dat ieder van ons zelf kan definiëren”, vervolgt Van der Pennen. “De maatschappij, en met name de meer conservatieve beroepsgroepen, linkt deze term echter al snel met carrière, presteren, een hoog inkomen en een druk leven. Dat maakt het gemakkelijk om te denken dat dit de heersende norm is die we allemaal moeten nastreven zonder hierbij na te denken of dit wel aansluit bij iemands persoonlijke opvatting van succes.”

Uitkomen voor depressies en andere mentale problemen is niet iets wat je van een artiest verwacht. Een bekrompen denkwijze die door de industrie wordt gevoed. “Mensen denken dat je als dj alles voor elkaar hebt. Je maakt muziek en verdient er geld mee: het zou een droombaan moeten zijn. Daarom is het goed wanneer dj’s ervoor uit komen en zeggen: hey, ik ben een dj maar ook een mens”, vertelt dj Katie Otro in het ADE-panel. Ook Van der Pennen zegt dat we bewustwording over het risico op een burn-out of andere stressgerelateerde klachten moeten creëren, zowel binnen als buiten de creatieve sector.

“Bij een coach denkt iedereen aan mentale moeheid, overspannen zijn of een burn-out, terwijl mijn doel is dat een artiest optimaal presteert”

Bewustwording
Maar hoe staat het er op dit moment voor? Hoe noodzakelijk is het dat we deze problemen bespreken? Esther van der Poel is personal coach en artiesten consultant bij PACCT. Ze begeleidt artiesten en geeft hen adviezen. Ze hoopt dat de begeleider standaard in het pakket komt naast de manager en boeker en is daarbij van mening dat in alle lagen van de creatieve sector begeleiding de norm moet worden. “Vijftien jaar geleden gold hetzelfde voor managers, alleen de grote sterren hadden ze. Maar tegenwoordig gaat het om een belachelijk grote markt waar veel geld in wordt verdiend. Dat zorgt voor een hoge werkdruk en artiesten die de schijn ophouden dat het allemaal fantastisch gaat.’’

Van de Poel hamert op preventieve maatregelen. Managers en boekers trekken pas aan de bel als het kwaad geschied is. “Ik merk dat de industrie inziet hoe belangrijk coaching is, maar dat vooral managers het lastig vinden om zijn of haar artiest aan te dragen. Bij een coach denkt iedereen aan mentale moeheid, overspannen zijn of een burn-out, terwijl het mijn doel is om een artiest optimaal te laten presteren. Af en toe zak je door het ijs, dan heb je begeleiding nodig. Of een coach voor meer visie en focus.’’

“Sommige mensen vergeten dat gewoon, die gaan helemaal op in het nachtleven”

Ook bij drank- en drugsproblemen grijpen managers en artiesten pas op het laatste moment in. Volgens Pieter Ridder is het goed om experts in te schakelen, maar dan wel vroegtijdig. Hij noemt Jennifer Cardini als voorbeeld. “Jennifer moest behoorlijk aan de bak met een heftig tourschema. Dat moet je aankunnen en je moet er zin in hebben. Gelukkig heeft ze al jaren geen drank of drugs meer aangeraakt en gaat het erg goed met haar. Ze eet gezond, sport regelmatig en is bewust met haar gezondheid bezig. Ze heeft een stabiel ritme, ook dankzij de twee labels die ze runt. Zo’n weekschema is heel belangrijk voor artiesten. Sommigen vergeten dat gewoon. Die gaan helemaal op in het nachtleven.”

Duidelijk is dat artiesten begeleiding en sturing kunnen krijgen van buitenaf, maar in hoeverre heeft de artiest zelf invloed op zijn of haar mentale gemoedstoestand? En tot op welke hoogte kan onderwijs daarop inspelen? Tijdens het onderzoek naar eventuele oplossingen die aanhaken op dit probleem stuitte ik al snel op de Herman Brood Academie (HBA). De mbo-opleiding leidt (aspirant)artiesten op tot professioneel muzikant, dj of producer. De academie maakt binnen het curriculum ruimte vrij voor mentale begeleiding.

Implementatie in het onderwijs
Ik spreek met Ramon Staf en Marcella Suring, allebei werkzaam als HBA-docent. Ramon als studieloopbaanbegeleider, Marcella o.a. als docent dance producer. Staf toont het curriculum voor het aankomende blok, met daarop de les Career Development. Onderwerpen die aan bod komen zijn onder andere depressies, angsten en fysieke problemen zoals tinnitus en repetitive strain injury (RSI). Naast het lesaanbod biedt de HBA individuele begeleiding door middel van een studieloopbaanbegeleider, eventueel ondersteund door maatschappelijke werkers of een psycholoog. Maar na het behalen van het diploma vallen al deze vormen van begeleiding weg. “Als een artiest eenmaal in de lift zit raden wij hem of haar aan een management- en boekingskantoor in dienst te nemen, zodat het onze taken kan overnemen’’, vertelt Staf.

“Bereid ze voor op alle facetten van ondernemerschap, ook op het psychosociale”

Het bieden van goed onderwijs en coaching helpt en ondersteunt, maar is niet de oplossing voor alle problemen. “We zien vrij snel als er iets aan de hand is. Indien we merken dat hij of zij regelmatig afwezig is en mindere kwaliteit levert dan we van deze persoon gewend zijn, trekken we op tijd aan de bel door met hem of haar in gesprek te gaan. Mocht het een dieper onderliggend probleem zijn, schakelen we onze schoolpsycholoog of vertrouwenspersoon in”, vertelt Suring.

Volgens Van der Poel is het wellicht nog te vroeg om radicale veranderingen door te voeren in het onderwijs. “De industrie is relatief nieuw en bestaat nog maar twintig, dertig jaar. Het heeft tijd nodig, zoiets implementeer je niet in een jaar.” Volgens de coach zal het educatieve aspect uiteindelijk in moeten haken om dergelijke problemen te voorkomen. “Bereid ze voor op alle facetten van ondernemerschap, dus ook op het psychosociale. Wat ik daarmee bedoel: een writersblok, faalangst, omgaan met interne en externe druk en het vinden van een balans tussen privé- en werkomstandigheden. Dat is belangrijk om bewustwording te creëren.”

Van der Poel en ik sluiten ons gesprek af met een vervolgafspraak. “Ik hoop dat we elkaar over tien jaar weer spreken en ik kan zeggen dat de coach net zo geaccepteerd is als de manager. We gaan het zien.”