Lowlands en de stront der vergankelijkheid

Lowlands is een minisabbatical van de prestatiemaatschappij. Hoe je die invult? Dat bepaal je zelf. Geef je je over aan ultiem escapisme of zoek je tools die je leven weer in balans brengen?

Huizenprojecten in South Bronx, klaar om gesloopt te worden. De LA skyline gezien door smog. De maan. Een timelapse van Times Square, advertenties die voorbijschieten als 24mm kogels: ‘Have a barrel of fun’, ‘Pizza’, ‘Real’, ‘Kentucky Fried Chicken’. Bommen die doelwitten raken. Nog meer explosies. De Niagara Falls. Wolken. Golven. Valleien en rotsformaties.

Het is amper zondagmiddag, regen en storm domineren het festival. Buiten de Bravo althans, binnen is het publiek in de ban van Koyaanisqatsi, een apocalyptische film uit 1982. De plankengrond is bezaaid met mensen en regenjassen. Alle ogen zijn gericht op het scherm en het orkest dat live de originele filmsoundtrack ten gehore brengt: het Phillip Glass Ensemble.

Drie jaar werkte Glass met regisseur Godfrey Reggio aan de muziek, en ruim dertig jaar later flikt hij het met zijn dertienkoppig orkest nog steeds op sublieme wijze. Koyaanisqatsi is een film zonder acteurs, zonder script en zonder plot. Een opeenvolging van versnelde en slow-motionbeelden.

''Waarom willen we eigenlijk de beste versie van onszelf worden?''

Leven in disbalans
Genieten is anders. Nee, ik word hondsdol van de beelden en de hyperactieve klassieke muziek. Maar ik wil het voelen, want wat Koyaanisqatsi (‘Leven in disbalans’) laat zien is nog steeds relevant. De hypnotiserende hectiek van het leven van de moderne mens en de terminale planeet. Steeds drukker maar toch ook zo leeg, waarschuwen de beelden, fluiten en synthesizers.

Leven in disbalans, dat klinkt ook door in de School of Life. Ernst-Jan Pfauth, uitgever van De Correspondent, deelt op het podium van deze rondreizende filosofeerklas zijn zelfverbeteringslessen. Hij las 74 boeken in de categorie zelfhulp, tot hij verslaafd raakte aan het idee de beste versie van zichzelf te worden. “We zijn allemaal marathonlopers, maar we weten niet waar we naartoe rennen”, zegt hij.

Want waarom willen we eigenlijk de beste versie van onszelf worden? Gelukkiger maakt het ons niet. Voldoening halen we niet uit prestatie, maar uit andere dingen, zoals momenten waarin we onszelf verliezen. Onze waakzaamheid ontneemt die extase. Hoe slimmer je telefoon, hoe meer afleiding. En hoe meer we kunnen meten. Want nummers, daar zijn we gek op, zegt Llowgenda-spreker Jelte Timmer. Cijfers maken dingen vergelijkbaar en ze bevestigen percepties. Ze passen perfect in de prestatiemaatschappij.

Je kunt alles meten, van het weer tot het aantal stoten per minuut, tot de stress die je vrienden je bezorgen. Maar waarom zou je iets complex als een vriendschap, seks of eten platslaan tot geluk? Het gaat ook om de mindere momenten. We reduceren die handgerolde pasta tot zeshonderd calorieën, maar het is toch meer dan dat? Door te meten dreigen we vaak de essentie te missen.

De momenten waarop we onszelf mogen verliezen, waar we de kern van de dingen koesteren, dat zijn de momenten die het pure ontsnappen overstijgen. Dat is geluk. Misschien denkt de organisatie van Lowlands er net zo over. Misschien is het tijd om niet langer het grenzeloos escapisme te faciliteren. In dat idee past ook geen 24-uurstent. Er is inderdaad genoeg tijd en gelegenheid om in extase te raken, doorhalen is niet nodig op Lowlands.

Zombies
Op vrijdagmiddag nemen de Flatbush Zombies de Heinekentent over alsof het middernacht is. De drie jongens uit de New Yorkse wijk Flatbush maken punkrap. Samen met o.a. The Underachievers, Joey Bada$$ zijn ze verantwoordelijk voor de new school hiphop waar je karmapunten mee scoort. Ze infecteren het publiek met hun besmettelijke Beastcoastvirus. Deze act doet het met een roodgeverfde baard, tuinbroeken en de fictieve gewelddadigheid van zombies, maar hiphop is over het algemeen geen stijl die qua performance overdondert.

Dat maakt het optreden van The Internet op zondagmiddag ook duidelijk. Hoe mooi de androgyne leadzangeres ook zingt, het is niet genoeg om te voorkomen dat de aandacht bij het publiek geregeld verslapt. Anderson .Paak bewijst meteen daarna het tegendeel en zet een van de sterkste shows van het weekend neer. We zijn niet verbaasd, maar wel opgelucht. Een Tupac-sample wordt een gitaarrif, David Bowie reïncarneert onder Paaks drumstokken. Des te meer optredens je ziet, hoe duidelijker de geniale ingrediënten je op gaan vallen.

Twee uitersten onder de piepjonge rappers dan nog: Post Malone, de countryzanger die een grill kocht, bakt er weinig van met zijn karikaturale en afstandelijke optreden. Sevn Alias draagt nog een beugel, maar op het podium is hij de man. Hij komt op met een brassband en gaat gehuld in een Djellaba. Sommige fans dragen ook een Marokkaanse jurk, blonde jochies van begin twintig.

''Fatima Al Qadiri: Hyperdub plus girlpower''

Onder een golfdak
Heel het weekend is de X-Ray als magneet voor liefhebbers van futuristische genres. Een van de artiesten die het meest opvalt is Fatima Al Qadiri. De muziek die de Koeweitse maakt is een reactie op het systeem, maar ze uit haar ongenoegen zonder woorden. Wel zijn er beelden, want ze is ook visueel kunstenaar. Het is duister, indringend, gelaagd: het is Hyperdub plus girlpower.

De Schotse Anna Meredith staat zondagavond onder hetzelfde golfdak. Geen leeftijdsgenoot te bekennen, het publiek oogt ouder dan de middertiger op het podium. Anna Merediths werk is dan ook geen kinderspel. Het is klassieke muziek - ze is resident composer in het BBC Scottish Symphony Orchestra en bij het Royal Philharmonic Society – maar het is niet traditioneel.

Ze slaat met drumstokken op trommels als een kind dat haar zin niet krijgt, zingt, pakt er een klarinet bij. Ze lijkt de draak te steken met de serieuze inborst van klassieke en elektronische muziek. Alsof ze wil zeggen: zet je instrument op je stoel en ga los als een holbewoner. Dat deed het Nationaal Jeugdorkest trouwens in Liverpool onder haar regie wel. Ik moet er nog aan wennen, maar beklijven doet het.

‘‘De filosofie van The Black Madonna is op zaterdagnacht toegankelijker: dancemuziek heeft zout in de wonden nodig’’

De Schotse componiste trekt een ander publiek dan The Black Madonna op zaterdagnacht. Haar filosofie is wat toegankelijker. Dancemuziek heeft zout in de wonden nodig. Bezoekers die de club niet in komen omdat ze de verkeerde schoenen dragen. Dancemuziek heeft cranky queers en dj’s die hun baby’s haastig borstvoeden omdat ze nog moeten spelen nodig.

Die boodschap vertaalt zich naar een vloeiende set die geen genres uitsluit in een X-Ray waar heel Lowlands zich in probeert te proppen. Een verrassing eerder op de avond is DJ Nigga Fox, een Angolees uit Lissabon, die zouk met kuduro en bass mixt. Klinkt als Batida, maar dan grilliger en met onverwachte synthlijnen fris als een wit shirt uit de verpakking.

Maar de artiest die verbijstert is Evian Christ. Deze jongen verdient een loods, maar de programmeurs snappen dat er geen ander podium op het terrein staat waar deze muziek beter tot zijn recht komt. In de soundtrack onder zijn verblindende lasershow hoor ik woedende bass, grime en hiphop samples aan elkaar geregen door experimentele trance en industriële beats. Hij noemt het zelf ‘deconstructionist’, een beter woord is er niet. Het is duidelijk waarom Kanye hem tekende.

Onderbuikresonantie
De goede optredens lopen over van emotioneel geweld, ze resoneren niet alleen met het hoofd maar ook met de onderbuik. Kijk ook maar naar Analog Africa en Bitori, die de Lima sprakeloos achterlaten. Ik denk aan Sheila Sitalsing, officieel de beste columniste van Nederland.

Zaterdagochtend noemt ze Mark Rutte een lopend hoofd. “Hij spreekt over zijn ouders, die alles in Nederlands Indië kwijt zijn geraakt, alsof hij ze niet kent”, zegt ze. Dat komt doordat Rutte zichzelf niet als moreel leider ziet, niet als herder van het volk. Nee, hij ziet het premierschap als een baantje. Zie dan maar eens iemand in vuur en vlam te zetten. Jezelf verliezen in een speech van Rutte, onmogelijk.

Paardjerijden
Jesse Klaver bezit die kracht wel. Hij schudt de tent wakker met een eerlijke en charmante monoloog en heeft een antwoord op de vraag hoe hij kan voorkomen dat hij net als Rutte een lopend hoofd wordt. “​Als ik thuiskom ben ik gewoon vader en moet ik paardje rijden, dat houdt me nuchter.”

“Deze tijd vraagt om iemand met moreel leiderschap”, vindt ook Hans Teeuwen. In de Alpha voltrekt zich zondagmiddag de grootste Nederlandse cabaretvoorstelling ooit. Toeschouwers: twintigduizend man. Als hij achter de schermen een banaan opgegeten heeft, opent de humorveteraan met de oproep om en masse ‘Sieg Hans, Sieg Hans’ te roepen.

Teeuwen voert een reeks argumenten aan om te staven dat hij de cabaretier is die moreel besef in het volk kan stampen. Die argumenten bestaan uit uitspraken “Wat een kankerblank publiek” en chansons (‘‘M’n ras, ras, ras, komt me altijd goed van pas’’) en grappen (​“Homoseksualiteit is een vorm van liefde, niet alleen van seks. Waarom zou je je bezighouden met het seksleven van anderen? Het interesseert me nog minder dan het schaamhaar van Mart Smeets”). Het is gevoelig, mooi en geestig als je door zijn grofheid heen prikt.

Stront van de vergankelijkheid
Net als de cabaretier “met zijn gezicht in de stront van de vergankelijkheid donderde”, word ook ik geconfronteerd met de beperkte houdbaarheid van schoonheid. Zaterdagavond speelt The Neon Demon in de Echo. De zaal is vol, maar ik en mijn compagnons zitten even later toch op een stoel. We worden meteen opgezogen door de filmmuziek, die even hard binnenkomt als de nummers onder Drive (van dezelfde regisseur).

Vijf minuten spieken wordt twee uur lang stijf naar het scherm kijken. De film gaat over de haat en nijd in de modellenwereld, over de duistere kanten van de vrouw. En daar speelt een man geen rol in, daarom schrapt de regisseur tijdens het filmen alle mannen inclusief Keanu Reeves in het laatste uur uit de film. Drie dagen later bijt ik nog steeds op mijn tanden. Opnieuw besef ik dat dit een waarschuwing is voor de illusie dat het leven een wedstrijd is. En de maatschappij het toneel van mijn triomftocht. Wie de beste wil zijn eindigt als een plastic versie van zichzelf.

Discos Horizontes
Zondagavond zit ik bij Discos Horizontes op een kist. Ik ben hier nu al kind aan huis. Vrijdagavond ontdek ik het podium – een tafel, platenkoffers en wat misplaatste decoratie – en bij elk hiaat in het programma ren ik naar de sympathieke groep muziekcuratoren.

Het platenrepertoire hier is spannender en zorgvuldiger geselecteerd dan op de rest van Lowlands. Van psychedelische cumbia tot Studio One-juweeltjes tot een orkest van dierengeluiden en obscure Japanse platen. De act is een maand voor het festival pas geboekt. Vandaar het geïmproviseerde podiumpje op de bazaar en de poolpartydecoratie. “Een half uur nadat we hier aankwamen begonnen ze die opblaasbeesten met duct tape op te plakken en een uur erna was de helft alweer gejat”, hoor ik van achter de draaitafel.

“Dat is het mooie aan regen, alleen de relaxte mensen blijven, de rest taait af”

Ik zit nog steeds op die kist en ben met mijn buurvrouw aan het mensen-kijken. Er lopen veel eenlingen voorbij, de een nog opvallender dan de ander. Ze kijken vaak schichtig of juist strak voor zich uit. Maar altijd vrolijk. “Dat is het mooie aan regen. Alleen de relaxte mensen blijven, de rest taait af”, zegt ze.

En dat terwijl de zon de avond tegemoet lacht. Wie meet wat voor weer het wordt, loopt de zon mis. De jongen die net stond te draaien vertelt me dat hij opgroeide in de housescene, hij was resident bij Club 11. Later besloot hij de Westerse ADHD-wereld de rug toe te keren en kocht hij vijf hectare land in Chili. Hij dacht dat ontsnappen de oplossing was. Nu werkt hij samen met de lokale bevolking om producten te ontwikkelen die de plaatselijke economie stimuleren en de natuur beschermen.

Een festival als Lowlands hoeft geen aangenaam intermezzo te zijn in een leven dat stiekem geen voldoening heeft. Het programma biedt ontelbaar veel tools om tot dat inzicht te komen, en meer. Daar hoef je je niet om elf uur ’s ochtends bij die honderden yogi’s in de India-tent voor te scharen. Het programma is een spiegel waar nog te weinig bezoekers in kijken.