‘‘Grensverleggende muziek maak je niet met een eierwekker naast je piano’’

Düsseldorf is voor Duitse begrippen een parodie op een stad. Een vlek(je) op de kaart van de West-Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen, op twee uur treinen van Amsterdam. Met krap 600.000 inwoners ben je bij onze Oosterburen een dorp. Maar in dat gehucht vind je een muziek- en kunstscene die allesbehalve provinciaal is.  

‘‘In Düsseldorf heb je alleen de Salon. Ik kom uit Keulen en wanneer je over de snelweg richting Düsseldorf rijdt, zie je enkel bordjes Krefeld staan, de stad die achter Düsseldorf ligt. Düsseldorf is een onbeduidende plaats.’’ Op het terras van Salon des Amateurs verzekert resident dj ML ons dat de Keulse muziekscene toch echt superieur aan die van Düsseldorf is.

Mag zo zijn, maar de Salon alleen al maakt Düsseldorf uniek. Inmiddels heeft de bar van Detlef Weinrich, die onlangs als Tolouse Low Trax op het Amsterdamse festival Strange Sounds From Beyond indruk maakte, een cultstatus. Dj’s willen er maar wat graag komen spelen. Een timetable? Overbodig – ze bepalen zelf wanneer het Schluss is. Voorkeursgenres? Hebben ze niet. Je draait er wat je wilt, zo lang je wilt. De spaced out minimal wave van Karen Marks bijvoorbeeld, of de betoverend mooie lo-fi jazzrock van Joe Tossini and Friends. Het komt vanavond uit de tas van Weinrich.

De Salon heeft de afmetingen en het interieur van een bar, maar het geluid is zo kraakhelder dat je je op de minidansvloer in een club waant. Op de zwartleren designbanken zit je om te luisteren. Je danst niet. Je praat nauwelijks. Je luistert. Staalharde krautbeats, Afrikaanse percussie, post-rock en new wave op een loom, barfähig tempo. Het is wat surreëel om in een veredelde bar zoveel goede muziek te horen, maar voor de doorsnee Salon-bezoeker lijkt het routine.

In de beginjaren deed de Salon vooral dienst als clubhuis voor de studenten van de gerenommeerde plaatselijke kunstacademie, inmiddels genieten de residents internationale bekendheid. Tolouse Low Trax, Lena Willikens, Jan Schülte (Bufiman), Arne Bunjes –de vinyl only labelarchitect van het Düsseldorfse Themes For Great Cities: de Salon was of is hun thuis.  

‘‘Als je danst zie je er belachelijk uit, als je niet danst zie je er belachelijk uit, dus je kan maar beter dansen’’

Belachelijk
Het lijkt zo’n simpel en effectief concept. Een bar, een steengoed geluidssysteem en een zooitje hongerdj’s die beseffen dat er in hun muziek iets moét. Dat romantische gevoel bekruipt me vanavond in de Salon. Het clientèle is divers – van modemeisje tot dronkenlap. Bier drink je uit een fles. Publiek verliest zich vol overgave in de meest experimentele elektronische muziek. ‘‘Je weet wat Gertrude Stein gezegd heeft toch?,’’ zegt een meisje lachend wanneer ik poog haar moves te imiteren. ‘‘Als je danst zie je er belachelijk uit. Als je niet danst zie je er belachelijk uit. Dus je kan maar beter dansen.’’

‘‘De Salon en haar residents zijn nu populair, maar vergeet niet dit al elf jaar aan de gang is! Elf jaar!’’ Binnen geeft Weinrich de koptelefoon aan Trevor Jackson, buiten zit ML nog altijd op het puntje van zijn praatstoel. ‘‘Je wilt niet weten hoe vaak Detlef voor een lege dansvloer heeft gedraaid. Zoiets heeft tijd nodig, snap je?’’

Weinrich kreeg en nam de tijd. Zijn muzikale verleden dateert van ver voor de geboorte van de Salon. Hij kwam naar Düsseldorf als Kunstacademiestudent en richtte in de jaren negentig de experimentele post-rockband Kreidler op. Wie geïnteresseerd is in de roots van het trage, percussieve Salon-geluid: check de discografie van Kreidler.

‘‘Ik maak muziek voor mijn eigen dansvloer, de dansvloer van de Salon’’

‘‘Toen ik Kreidler in de jaren negentig oprichtte, sprak men al van een Duits post- en krautrockgeluid,’’ zegt Weinreich. ‘‘Vooral vanuit Engeland was er destijds veel interesse. Daarna vervloog de aandacht, totdat vanuit Italië de cosmic disco revival werd aangewakkerd. Dj’s als Beppe Loda en Daniel Baldelli draaiden veel Duitse platen. Als er tegenwoordig al zoiets is als een Düsseldorf sound, dan beperkt die zich zeker niet tot krautrock of elektronische muziek uit Duitsland alleen. Wat wij hier draaien zou ik eerder omschrijven als interessante, zeldzame muziek. Het gaat niet om genres, het gaat om het ontdekken van nieuwe muziek.’’ Zijn die typische, stroopdikke Tolouse Low Trax beats gemaakt voor de dansvloer? Lachend: ‘‘Voor mijn eigen dansvloer, ja. De dansvloer van de Salon.’’

Nog zo’n bevlogen ambassadeur van de stad is Phillip Schulze. Componist, producer, kunstenaar, leraar aan de academie, kind aan huis bij de Salon. ‘‘Düsseldorf heeft in het verleden meer van dit soort plekken gekend. Eind jaren zestig had je Creamcheese, een hotspot voor liefhebbers van prog-rock, in de jaren zeventig en tachtig was Ratinger Hof dé plek waar kunstacademiestudenten hun vrije tijd doorbrachten. Het was een vrijhaven voor punkers en artiesten.’’ Net als dat de Salon de weg voor Weinrich, Willikens en Müller plaveide, was Ratinghor Hof lijm voor Düsseldorf exportproducten als Neu!, Deutsch Amerikanische Freundschaft en Kraftwerk.

De bar/club als inspiratiebron. Zo zou het moeten zijn. Wie op de dansvloer aangestoken wordt door zoveel muzikale weelde, voelt vroeg of laat de behoefte om zelf achter de draaitafels of het drumstel te kruipen. De succesverhalen van de Salon zijn legio. Ook de experimentele krautrockers van Stabil Elite, Harmonious Thelonious met zijn Afrikaanse techno en de radicale ritmeterroristen van The Durian Brothers –ze manipuleren hun Technics met Post-its en duct tape om er loops mee te kunnen bouwen- haalden er de mosterd.  

Maar Weinrich bagatelliseert zijn levenswerk. ‘‘Dit soort plekken zijn er altijd geweest. Ik groeide op in de jaren tachtig en herinner me soortgelijke bars in Basel en Zürich waar ook alles door elkaar werd gedraaid. Het is niet nieuw. Voor mij niet tenminste. Wat misschien wel nieuw is, en dat is positief, is dat er een veel groter publiek voor open lijkt te staan. De reissue-cultuur speelt daar ook een belangrijke rol in. Veel zeldzame platen zijn weer beschikbaar.’’  

Kling Klang Studio
Op uitnodiging van het NRW, het cultuursecretariaat van Noordrijn-Westfalen in Düsseldorf, is DJBroadcast een weekend lang in Düsseldorf. En wie Düsseldorf zegt, zegt Kraftwerk. Op vrijdagmiddag worden we ontvangen in de legendarische Klink Klang Studio, een relikwie uit de tijd waarin de stad het epicentrum van de muzikale avant-garde was. Boven de deur misleidt een reclamebord nietsvermoedende bezoekers. Elektro Müller, staat er in rode letters op het beton. Veel is er van de glorie weleer niet over, maar Phillip Schulze, Angela Fette (samen Weisser Westen) en Stefan Schneider (Schneider Kacirek) maken nog altijd gebruik van de unieke akoestiek. Ze prijzen het feit dat hier niets moét. ‘‘Artiesten kunnen hier experimenteren zonder dat er per se resultaat wordt geëist. In het archief hebben we honderden opnamen. We willen die ooit publiekelijk beschikbaar maken, maar zoeken nog naar een vorm.’’ Alles op zijn tijd. ‘‘Grensverleggende muziek maak je niet met een eierwekker naast je piano.’’

Düsseldorf mag een relatief kleine stad zijn, het barst en bruist er van de moderne kunstinstituten. Op een paar vierkante kilometer vind je er K20 (voor werk uit de 20e eeuw), K21 (vult u zelf maar in) en het forum voor wetenschap en cultuur. Bij die laatste krijgen we een rondleiding van curator Alain Bieber die snapt wat een goede tentoonstelling maakt. Planet B – 100 ideas for a new world is ontregelend, maar ook charmant en vol zelfspot. In het midden van een expositiehal heeft Bieber een raket op schaal na laten bouwen. Compleet met keuken en slaapkamers. In de raket wonen, werken en leven het hele jaar door verschillende kunstenaars. Artists in resident, die letterlijk tot het meubilair van het museum behoren. En verdomd, daar is dat Düsseldorf adagium weer. ‘‘Ze krijgen de tijd om te maken,’’ zegt Bieber, ‘‘zonder van te voren opgelegd doel. Ik mag dat eigenlijk niet vertellen, maar in dit deel van het museum hebben we het alarm uitgeschakeld. Onze kunstenaars kunnen zich dag en nacht vrij bewegen.’’

Op zaterdag zijn we te gast bij het Open Source Festival en krijgen we een glimp van het mondaine Düsseldorf. Pal naast de Grafenberger draf- en renbanen en een glooiend groen golfparcours organiseert Philipp Maiburg voor de elfde keer zijn stadsfestival. Op het affiche namen als Gaika, Wolf Müller & Cass en de Max Graef Band, maar ook publiekstrekkers als Hot Chip en Oddisee. ‘‘Deels leven we van subsidie, maar we kunnen niet uitsluitend experimenteel programmeren,’’ legt Maiburg uit. Precies die klacht hoor je op Open Source van vooral de lokale muziekscene. Te weinig experiment. Te veilig. ‘‘Maar we moeten wel aan de bezoekersaantallen blijven denken.’’

Het is een spagaat die niet enkel Open Source Festival noodgedwongen maakt. Natuurlijk hoeft niet ieder festival of club een affiche samen te stellen dat een kopie is van de reviewsectie van The Wire. Maar in Düsseldorf is evident dat plekken als Ratinger Hof en tegenwoordig de Salon een katalysator voor een constante stroom aan nieuwe bands, dj’s en producers zijn. En dus aan spannende muziek. In Düsseldorf is het grootste cadeau voor kunstenaars en muzikanten de tijd.