Ben UFO: filosofische stilte

“Het is makkelijk om cynisch zijn, maar ik probeer die neiging te onderdrukken. Ik moet toch een beetje uitkijken dat ik niet ga denken als een oude vent”, lacht Ben Thomson. Je zou het niet zeggen, maar de dj met het jongensachtige gelaat is net dertig geworden. Ben UFO, zoals je hem beter kent, zit in zijn tuin in Londen te genieten van de zon, een kop thee en het gekwetter van vogels die met hoorbaar enthousiasme de lente begroeten. “Het is gek, maar na tien jaar in het vak voel ik me soms nog steeds een amateur.”

In dat decennium is Thomson uitgegroeid tot een selector met een fluwelen techniek. Iemand die genres aan elkaar naait die niet gecombineerd lijken te kunnen worden, maar in zijn handen klinken alsof ze voor elkaar gemaakt zijn. Hij is een (veelbesproken) connaisseur, een dj zonder ook maar één productie op zijn naam, die tijdens zijn studie filosofie verdwaalde in muziek.

Je hoort het aan zijn manier van praten. Thomson is eloquent, weegt zijn woorden en begint antwoorden met ''misschien’ en ''ik denk''. Hij observeert, analyseert en beredeneert hardop en ter plekke. Maar of hij muziek op een filosofische wijze benadert? “Misschien, maar zo zou ik het liever niet omschrijven. Als je zo drie jaar denkwerk besteedt aan het oplossen van problemen en stellingen, kan het niet anders dan dat het je manier van denken grondig beïnvloedt. Maar waar het op muziek aankomt probeer ik analyse juist uit te bannen. Ik vertrouw op mijn gut instinct. Als ik teveel nadenk over of ik iets goed vind of niet, duidt dat meestal op het laatste.”  

Blue Note
Toch leidde het een naar het ander. Thomson belandde op zijn achttiende op de Universiteit van Leeds voor een studie filosofie. Hij ontmoette er zijn beste vrienden David Kennedy (destijds Ramadanman, nu Pearson Sound) en Kevin McAuley (Pangaea) waarmee hij Hessle Audio runt. Hij kwam er voor het eerst in aanraking met dubstep - “dat veranderde alles” - nadat hij opgroeide op een strikt dieet van jazz.

Thomson komt uit een muzikale familie. Zijn ouders bespelen allebei instrumenten, vader werkt in de klassieke muziekwereld. Zelf speelde hij cello en “hier en daar wat percussie”. Er was thuis altijd muziek in de buurt. Vooral jazz. Pa wilde daar wel eens iets anders horen dan Bach en Beethoven, dus was het Blue Note dat de klok sloeg. En dan vooral uit de jaren zestig. “In mijn herinnering was jazz altijd aanwezig, en ik denk dat die muzikale taal daarom altijd in me heeft gezeten. Maar in de auto, als we bij familie op bezoek gingen, stond Steely Dan op. Volgens mij niet het meest credible antwoord [lacht], maar ik heb ze altijd geweldig gevonden. Ze hebben een buitengewoon goed oor voor interessante harmonieën. Dat is iets waar ik nog steeds naar zoek: mensen die het voor elkaar krijgen om populaire, mass-appeal muziek op een gekke, verdraaide manier weten te brengen. Een technoplaat die tweeduizend man publiek aanspreekt, maar tegelijkertijd best een beetje fucked is.” 

Zijn doel? Experimentele muziek aan een breed publiek slijten. Of beter nog: “populistische” muziek die, ondanks dat pop al decennia dezelfde muzikale taal spreekt, nieuw en verfrissend klinkt in een ander kader te plaatsen. “Wat dat betreft is mijn instelling veranderd de laatste paar jaar. Tot voor kort zei ik altijd dat ik meer experimentele muziek aan een groot publiek wilde laten horen. Ik was altijd op zoek naar leftfield tracks die het goed doen in grote ruimten. Nu vind ik het misschien wel interessanter om experimentele attitudes te vinden in populistische muziek. Ik zoek vanuit een iets ander perspectief.”

“Neem iemand als Blawan”, vervolgt hij. “De grote tracks die hem door de technorangen hebben gestuwd, zitten vol met sterke hooks maar toch zijn ze eigenlijk ontzettend vreemd. ‘Getting Me Down’ bijvoorbeeld. Daar zit een a cappella van Brandy in die helemaal niet in cue is met de rest van het nummer. En tóch werkt het. Die plaat is voor mij, ondanks dat het een floor killer is, freaky en vreemd. Ik vind het heerlijk dat die twee elkaar niet uitsluiten.”  

''In het Londen van de jaren negentig kon je niet om pirate radio heen, het was overal” 

Pirate Radio
De fascinatie verschoof, jazz werd jungle en Blue Note werd Warp Records. Hij omschrijft het als je doorsnee tiener-rebellie: thuis lag de focus op live-instrumentatie en mensen die onwaarschijnlijk goed waren met dat ene instrument, maar toen hij een jaar of veertien was voelde hij zich vooral aangetrokken door sequencers en hardware. “Ik kreeg een soort afkeer van traditionele muzikaliteit. Dat zorgde ervoor dat ik bij Aphex Twin en Warp terecht kwam.” Thomson is nogal specifiek: pak ‘m beet alles dat tussen eind ’93 en ’95 is uitgebracht moest in zijn collectie komen. Ook al had hij geen platenspeler. 

Dat graven in het verleden was leuk, vertelt hij, maar de grote revelatie kwam toen hij begin 2005 in Leeds in aanraking kwam met dubstep. Het was een scene die hem betoverde en zich voor zijn ogen ontvouwde. Waar hij zich in kon verliezen en andere mensen bij kon betrekken. Dat gebeurde dan ook geheel in Engelse stijl met een radioshow op de in Leeds gebaseerde (en op pirate radio geijkte) internetzender Sub.FM, samen met Kennedy en McAuley. 

“Radio is cruciaal geweest in mijn leven. Zonder dat had ik nooit kunnen zijn waar ik nu ben. We begonnen met het idee dat we geen puristische dubstepshow wilden maken, maar de muziek in het spectrum daaromheen zouden laten horen. Dat is waarschijnlijk ook de sleutel van ons succes geweest. We waren de enigen die gevarieerd draaiden. Ik gebruikte de show als springplank om in de geschiedenis van de Londense dance te duiken. Ik draaide stijlen, garage bijvoorbeeld, die ik op dat moment ontdekte of leerde waarderen en David en Kevin hadden hun ‘nieuwe’ muziek mee. We kwamen veel artiesten tegen die ons hielpen met het overbruggen van genres. Mensen die muziek maakten die er precies tussenin viel. En hoe meer shows we deden, hoe meer luisteraars ons platen begonnen te sturen om on air te draaien. We werden overspoeld door producers die geen onderdak voor hun muziek konden vinden. Daardoor kwam David op het idee om een label op te zetten. We hadden geen idee hoe we dat aan moesten pakken, dus schreven we een distributeur aan met de vraag of hij ons, een betrekkelijk naïef drietal, verder kon helpen. Omdat de scene zo snel groeide, vonden ze het geen probleem om ons te laten zien hoe alles in elkaar stak. We hadden geluk.”

Het is tegenwoordig een herkenbaar patroon: een label beginnen om zo een muzikale familie om je heen te verzamelen. Om artiesten een thuis te geven en als een filter voor het publiek te fungeren. Dat is in zekere zin ook waar Hessle Audio voor staat. Het is een thuis voor Thomson. “Maar dan vooral in de zin dat ik het met twee van mijn beste vrienden run. We hebben alledrie verschillende muzikale insteken en achtergronden, maar er zijn meerdere punten waarop die samenkomen. We laten ons ook niet onder druk zetten: we hebben net voor het eerst in meer dan een jaar iets uitgebracht. Maar wat ons echt verbindt is voor mij het feit dat we vrienden zijn en dat we elkaar zo goed en lang kennen. De meeste van mijn favoriete labels zijn met datzelfde idee opgericht; dat de mensen erachter belangrijker zijn dan het geluid. Of nee, dat het geluid van het label gebouwd is op de mensen die erachter zitten.”

Eerste stappen
Er ging nogal wat tijd overheen voordat hij zelf het risico durfde te nemen om zijn leven aan muziek te wijden. Zijn eerste gigs voor publiek lagen in het verlengde van de show op Sub.FM, de zender gaf een wekelijks feest in de Londense wijk Camberwell. “Heel simpel en vrij, iedereen kon gewoon zijn platen meenemen en achter de decks kruipen.” Meestal stonden er nauwelijks meer dan tachtig mensen op de vloer. Hoe het die eerste keer ging weet hij niet meer, Thomson was vooral blij dat hij op een echt geluidssysteem mocht draaien. “Ik dacht niet na of ik professioneel dj kon worden, dat volgde pas een paar jaar later. Het duurde lang voordat ik op mijn gemak was met het idee dat muziek mijn leven zou worden. Sterker: ik moest bij mijn 'normale' baan ontslagen worden om die stap te zetten. Ik had een duwtje nodig. Of ja, een flinke duw.” 

Wat hij er van opstak? “Tempo vasthouden en timing. In de dubstepscene waren korte sets de standaard. Dat is sowieso iets Engels: in korte tijd zoveel mogelijk impact maken en zoveel muziek in dat uur proppen als je aan elkaar kan mixen. Die benadering heb ik best lang meegetorst, ook toen ik aan house en techno begon. Ik denk dat ik nog steeds op die UK-manier draai, maar door in het buitenland te spelen en aan langere sets te werken heb ik gemerkt dat je je impact teniet kunt doen door te snel teveel te proberen. Het is de manier waarop je pieken en dalen in je set kunt bouwen. Bijzondere momenten creëert door tien, vijftien minuten bijna niets te doen waardoor alles wat je erna draait véél meer impact heeft.” 

Hij leerde dat in de in februari afgebrande Golden Pudel in Hamburg. “Het was de eerste club waar de hele nacht voor me open lag. Dan kwam je op een zondagavond aan in Hamburg en zeiden ze: 'Je kunt beginnen wanneer je daar zin in hebt. We hebben iemand paraat die voor je kan inspringen als je klaar bent. Veel plezier.' Dat joeg me de eerste keer de stuipen op het lijf.” Ook Dekmantel en Trouw speelden een belangrijke rol in die ontwikkeling. Net als de vele back-to-back sessies die hij met iedereen van Floating Points tot Job Jobse en Blawan draaide. 

“Mijn blik op back-to-backs verschilt misschien nogal van andere dj’s. Voor mij zit het plezier in de moeilijkheidsgraad. Het is niet makkelijk of veilig. Ik ken dj’s die alleen met bekenden die een overeenkomstige stijl hebben willen draaien, zodat ze kunnen inschatten wat de volgende stap is. Ik vind dat waardeloos. Dan kun je net zo goed één dj neerzetten. De lol zit hem voor mij in het draaien met mensen die je een heel andere kant op kunnen trekken, zodat je echt op zoek moet naar een goede balans. Soms faalt dat jammerlijk, maar als het lukt komt er iets interessants tevoorschijn. Die frictie is belangrijk. Ik vind het oninteressant als ik naar iemand luister en het gevoel heb dat er niets mis kan gaan. Dat het klinkt alsof je naar een cd luistert en die persoon achter de decks daar helemaal niet nodig is. Ik luister veel liever naar een optreden of set waarbij je het gevoel hebt dat het ieder moment totaal mis kan gaan. Waarbij het kleinste zuchtje wind het kaartenhuis in elkaar kan doen storten. Neem de live-set van Karenn. Ik ben geen analoog- of vinylpurist, maar ik vind het interessant als mensen improviseren en binnen een set met beperkingen werken.” 

Sole selector 
Thomson is dus een specialistische dj die nog nooit een eigen track heeft uitgebracht, ondanks dat je door één of twee rake releases een zomer vol met boekingen kunt scoren. Door die nogal banale marktwerking moet hij altijd scherp zijn. “Omdat er zoveel nadruk op producties wordt gelegd heb ik altijd het gevoel gehad dat ik hard moet werken om mijn plek op een line-up te rechtvaardigen. Ik maak dan misschien geen muziek, maar ik ben er en ik wil beter zijn dan die gast die voor me draaide. Het houdt me scherp en zorgt voor focus. De Hessle-show op RinseFM heeft zo’n zelfde invloed; het verplicht me om te blijven graven en te blijven zoeken. Dat werkt door in mijn selecties en platenkeuze.”

“Ik plan mijn sets niet, maar er is zeker een verband tussen mijn plezier en de voorbereiding die ik doordeweeks doe. Die zorgt ervoor dat ik makkelijker en beter kan improviseren. Als ik mijn muziek niet goed zou kennen, zou ik waarschijnlijk een vrij dramatische paniekaanval op het podium krijgen. Hoe meer ik draai, hoe comfortabeler ik ben met het idee dat ik me een weg door mijn set moet improviseren, en dat is precies waar ik de meeste bevrediging uit haal. Op die manier voel ik me meer een onderdeel van het publiek dan de jongen achter de draaitafels. Dat het publiek niet weet wat mijn volgende stap is, maar ik eigenlijk ook niet.” 

Leegloop in Londen
We komen op het onderwerp van zijn thuisstad, waar het nachtleven steeds meer onder druk komt te staan. Onlangs werd bekend dat Dance Tunnel, een club in het noorden van de stad, in augustus moet sluiten. In Groot-Brittanië wordt de positieve impact van een gezond nachtleven op een stad niet serieus genomen, zegt hij. “De gemiddelde Londenaar heeft niet het gevoel dat een club een even grote culturele bijdrage heeft als een theater of een filmhuis. Ze denken bij clubs aan mensen die drugs gebruiken en op zoek zijn naar iemand om die avond mee naar huis te nemen. Maar tegelijkertijd zie ik steden als Amsterdam en Berlijn, waar de ambtenaren wél een gezonde houding tegenover de nacht lijken te hebben. Ze kijken naar wat clubs hebben te bieden en wat ze bijdragen aan de economie. In Londen is die instelling er gewoon niet. We denken nog steeds aan verlopen en sjofele nachtclubs die we onder het tapijt moeten vegen. Ik vind dat verdrietig. Hoe meer clubs er sluiten, hoe moeilijker het wordt om een gezonde scene in stand te houden. Een zaak als Dance Tunnel was niet per se de beste club van de stad, maar het was wel een plek die essentieel was voor het aanbod. Betrouwbaar, klein, redelijk geluid en promotors hoefden weinig risico te nemen. Je kon in principe iedereen boeken en het naar je zin hebben. Die middle ground heb je nodig als metropool. Met alleen maar kleine bars en grote clubs blijft een groot publiek onderbedeeld en zijn er minder mogelijkheden om een diverse scene te onderhouden. Terwijl de vraag groter is dan ooit.” 

Volgens Thomson heeft het te maken met de conservatieve instelling van de regering en de geldstromen. “Londen is ongekend duur geworden, de stad wast zichzelf wit.” Hij refereert aan straten waar al het vastgoed wordt opgekocht door rijke buitenlandse investeerders die vervolgens niets doen met de panden en spookstraten creëren. Het geld komt binnen via The City en Canary Wharf, en een divers cultureel aanbod is niet noodzakelijk om de stad in leven te houden. “Cultuur is eerder een afleiding dan een streven. In een stad als Amsterdam hebben ze misschien een soortgelijke benadering, maar dan wel een die de stad meer oplevert. Neem plek als De School, waar ze een aantal creatieve instellingen een oud schoolgebouw vijf jaar de tijd geven om daar iets moois neer te zetten. Je weet precies waar je aan toe bent; hoeveel tijd je hebt en hoeveel je kunt investeren.'' 

"Het is beter om je bij de trendsetters te voegen dan bij de trendvolgers"

Eeuwige trouw
Flashback naar vier jaar geleden. Thomson draait zijn eerste set op Lente Kabinet, dan nog in het Noorderpark. Terwijl de rest van Amsterdam op een Innervisions-wolk zweeft, brengt hij een set vol 140bpm hip hop en rauwe, bijtende techno. “Niemand die daar gek van opkeek.” Hij begint over de speciale band die hij met Amsterdam en Dekmantel in het bijzonder heeft opgebouwd. “Op de een of andere manier heb ik nooit het gevoel gehad dat ik me moest conformeren aan wat zij aan doen waren. Ik heb het gevoel dat ze begrijpen waar wij, jongens uit de UK, vandaan komen. Hun smaak en programmering is heel breed, dus ze vonden het niet gek dat er iemand op het podium stond die alle kanten op ging. Sterker nog: ze moedigden me aan. Dat was toen nog niet normaal of geaccepteerd op feesten. Ook niet in Nederland. Nu is het de norm.” 

Hoewel, het is niet zo simpel dat je overal maar alles kunt draaien. “Misschien dat je nu, hoe niche je platentas ook is, altijd wel een podium vindt waar je helemaal los kunt gaan”, mijmert hij. “Er zijn nog ontzettend veel feesten waar je alleen straightforward house en techno hoort, altijd binnen de lijntjes. Het publiek op die feesten zou waarschijnlijk niet zo geduldig met me zijn als ik ze twee uur onderdompel in een bad van ambient. Vanuit mijn perspectief als dj zijn er nu overal in Europa plekken waar ik kan draaien wat ik wil en helemaal mezelf kan zijn. Waar promoters begrijpen wie ik ben en waar ik vandaan kom. Dat heeft denk ik te maken met het feit dat er de afgelopen vijf jaar een generatie interessante promoters is opgestaan, die niet bang zijn om zich uit te spreken over hun idee van goede muziek. Ze durfden risico’s te nemen en die worden nu uitbetaald.” 

De festivalzomer staat bol van de copy-paste line-ups, beaamt hij. “Volgens mij is het Nederlandse festivalklimaat best verzadigd, toch? Zo voelt dat voor mij in ieder geval, het lijkt alsof er heel veel festivals zijn die hetzelfde doen. Dat is een van de redenen waarom ik best trouw ben aan bijvoorbeeld een Dekmantel. Voor mijn gevoel is het beter om je bij de trendsetters te voegen dan bij de mensen die de trends volgen. Ik ben erg streng in het aannemen van boekingen. Ik krijg zoveel aanvragen uit Nederland, maar ik weet wie ik prioriteer. In theorie zou ik elke zomer tien keer langs kunnen komen, maar ik wil niet dat mensen me beu worden.”

Ben UFO speelt op zaterdag 28 mei op Lente Kabinet Festival van Dekmantel.