De waanzinnige vernieuwdrang van Le Guess Who

‘No problem, I totally understand – I totally understand.’ Het Limburgse accent van Johan Gijsen klinkt door in zijn Engels als hij zich tijdens ons gesprek in TivoliVredenburg moet verontschuldigen voor een telefonisch conclaaf met een betrokkene van wat hij zijn kindje noemt: het Le Guess Who? festival in Utrecht.

De organisatie van Le Guess Who? verkeert in een staat van opperste spanning en paraatheid: het is precies een week voor de start van het evenement, waarbij op negentien locaties 176 acts optreden, variërend van abstracte beats van Lee Gamble en indiebands als Deerhunter tot de meest enigmatische muziek die er is. Zo pakt Gijsen tijdens ons gesprek breed uit over een act waarvan hij het genre omschrijft als: ‘Tibetaanse monnikenzang.’ Dat laatste is meteen een mooie kenschets van de ziel van dit evenement: obscuriteit en vooruitstrevendheid voeren er de boventoon. En een algehele waas van mysterie, want zelfs de meest doorgeflipte muziekfreak mag trots zijn als bij de helft van de geboekte namen ergens een belletje gaat rinkelen.

Topatleten
Gijsen – die ook programmeert voor Tivoli en Into the Great Wide Open - is samen met zijn goede vriend Bob van Heur de geestelijk vader en directeur van het festival, waar ze beide deeltijds aan werken. Met als enige extra vaste kracht Barry Spooren (voorheen werkzaam bij Incubate) en voor de rest een team van vrijwilligers en stagiaires geven ze het festival vorm. Het is geen overdrijving om van Heur en Gijsen te omschrijven als topatleten van de programmeringsstiel: de namen die ze boeken zijn even onbekend als veelbelovend. Hun vondsten worden opgepikt door vooruitstrevende muziekbladen als The Wire, en wereldwijd worden acts die ze ontdekken door andere festivals als Primavera geadopteerd. Maar tegen de tijd dat dit gebeurt zijn ze alweer op zoek naar iets anders onbekends, want de twee werken met een vernieuwingsdrang die grenst aan de waanzin.

Zelf zou Gijsen, een man die omgeven wordt door een aangename nuchterheid, over het algemeen dit soort superlatieven uit de weg gaan. “Het is een uit de hand gelopen hobby” – luidt zijn understatement als ik hem vraag naar de origine van Le Guess Who. “Toen Bob en ik in 2007 begonnen met het festival, mopperden we veel meer over muziek dan we nu doen. Toch hebben we nog steeds veel kritiek: er is weinig ruimte in de media voor andere geluiden. Met Le Guess Who? bewijzen we dat er veel mensen zijn die een stapje verder willen luisteren. Dat doen we door obscure avant-garde jazz, drones, noise of wereldmuziek uit hun hokjes te trekken en het naast popmuziek te zetten. Wat je dan krijgt is dat popliefhebbers ook naar die andere dingen gaan.”

‘‘Er teveel leuke bandjes, ik vind een leuk bandje niet genoeg’’

Leuke bandjes
“Het is mijn overtuiging – en dat is moeilijk over te brengen als je zwart op wit schrijft – dat er teveel leuke bandjes zijn”, gaat Gijsen onverstoord verder. “Ik vind een leuk bandje niet genoeg. Ik heb liever dat mensen op Le Guess Who? zeggen: ‘ik heb vandaag zeven bands gezien, ik vond drie he-le-maal niks, maar die andere - ohhhhh….’ Dat zijn ervaringen waarover je het over een half jaar nog steeds hebt. Iets moet meer dan dat het alleen ‘leuk’ is, om echt te blijven hangen. Ik vind de festivalwereld prachtig, begrijp me niet verkeerd - maar toch denk ik dat er teveel festivals met alleen maar leuke bandjes zijn.”

Al heeft Le Guess Who? het vanaf het begin goed gedaan, sinds vorig jaar is het pas echt ontploft. Met de gigantische nieuwe TivoliVredenburg als locatie werd het plotseling mogelijk om grotere namen als Swans, Autechre en Dr. John binnen te slepen. Het festival verdrievoudigde in omvang, en trok bezoekers aan uit vierendertig verschillende landen. Ondanks het succes blijft de vraag of de noodzaak naar vernieuwing en obscuriteit geen valkuil is. Moet een festival niet ook gewoon leuk zijn? “Natuurlijk. We zetten daarom ook genoeg pop tegenover de experimentele dingen: als je alleen maar obscure muziek doet wordt het weer snobistisch of elitair. Het gaat bij ons om inspireren en mensen anders te laten denken. Wat we bieden is niet altijd makkelijk: je moet je over durven geven aan de muziek. Ik denk dat dit jaar de programmering beter is uitgebalanceerd dan ooit. We hebben Tibetaanse Monnikenzang, ud-spelers uit Libanon en Keiji Haino, een Japanse kunstenaar die ultiem weirde muziek maakt waar je kippenvel van krijgt. We hebben de diepte wel gevonden, ik denk dat het nu een uitdaging wordt om in die diepte te verbreden.”

De kunst van het programmeren
Gijsen en van Heur gaan al zo’n twintig jaar terug. Ze komen allebei uit Limburg, en kennen elkaar uit Gijsens stamkroeg – waar van Heur achter de toog stond. Voorheen deden ze samen de helft van de programmering, maar sinds ze zijn gaan groeien is van Heur verantwoordelijk geworden voor ongeveer driekwart van de namen. Wat is de magie van de dynamiek tussen de twee? “Ik vind het moeilijk om uit te leggen hoe we het doen, omdat we ons beide laten sturen door de onderbuik. We compenseren elkaar in veel dingen: Bob heeft internationaal een goed netwerk en ik ben bekend in Utrecht. We hebben allebei geen voor de hand liggende opvatting over muziek en we discussiëren er veel over. Ik denk dat Bob iets meer de dromer is, en ik de tegenpool. We willen het ook zo organiseren dat Bob kan blijven dromen, en ik de functie heb om het af te bakenen, een reality check te doen, of juist te kijken wat er nodig is om die dromen mogelijk te maken.

‘‘Wat ook belangrijk is, is dat artiesten onderling praten over Le Guess Who? Dat heb je bij dj’s ook vaak, dat ze elkaar tegenkomen en delen welke festivals of clubs ze te gek vinden’’

De ongekende populariteit van het festival is bevorderlijk voor het werk van Gijsen en van Heur: veel artiesten ambiëren een plek op Le Guess Who? “We krijgen nu veel aanmeldingen van artiesten die bij ons willen spelen, en daaruit filteren we”, legt Gijsen uit. “Bob’s kwaliteit is dat hij een goed persoonlijk contact heeft met de artiesten zelf. Hij heeft een sterke band met bands als Destroyer, SUNN en Ty Segall. Wat ook belangrijk is, is dat artiesten onderling praten over Le Guess Who? Dat heb je bij dj’s ook vaak, dat ze elkaar tegenkomen en delen welke festivals of clubs ze te gek vinden. Het helpt als er veel artiesten op een festival staan die elkaar willen zien, dan creëer je een soort ‘hub’ waar iedereen bij wil zijn.”

De elektronische hoek
Le Guess Who? is een festival dat voor een groot deel zijn kracht ontleent aan de sterke bandjesprogrammering. Toch valt er voor de elektronische muziekliefhebber – en dan vooral voor degenen met een hang naar het ietwat zonderlinge en abstracte – veel te halen. “Zelf word ik wat betreft de elektronica heel enthousiast van namen als Huerco S., Lee Gamble, Blanck Mass en Islam Chipsy. Lotic vind ik ook interessant, omdat het een geluid is wat ik nog niet eerder heb gehoord.” Hoe Gijsen momenteel kijkt naar de wereld van de elektronische muziek?” Ik moet zeggen dat ik het soms lastig vind om te bedenken wat ik opwindend vind aan elektronica. Er is veel vernieuwing in die wereld, maar het zit dermate in een niche dat het mij niet raakt. Wat ik wel gaaf vind is zo’n Nils Frahm, die ik al jaren volg: een jongen die in de modern gecomponeerde scene zit die ineens zo’n grote artiest is geworden. Maarten Vos is net zo iemand, zijn debuut was op Le Guess Who?, en hij staat nu ook op festivals als Pitch.”

Gijsen is opvallend eerlijk over het feit dat bepaalde muziekstromingen – zoals elektronische subgenres – hem niet meer weten te boeien. “Ik heb tweeëndertig jaar luisterervaring, en die bagage werkt niet altijd in je voordeel, omdat veel dingen voelen als een kopie van een kopie. Veel muziek waar jonge mensen naar luisteren voel ik gewoon niet meer. Toen dubstep bijvoorbeeld opkwam vond ik het echt waanzinnig. Maar op een gegeven moment werd die stroming zo lelijk en zo groot, dat ik er he-le-maal niks meer mee kon. Daarom wil ik graag jonge mensen aan me binden die met me meeluisteren. Neem bijvoorbeeld Michiel Peeters, die programmeert hier in Tivoli. Toen ik hem ontmoette op Eurosonic vertelde hij dat hij alle dansavonden van Tivoli afging, en over allemaal een mening had. Dat maakte gigantisch veel indruk. Hij staat ieder weekend op een goed feestje en weet wat er gaande is. In vergelijking daarmee ben ik best een oude lul aan het worden. Sinds hij de dansavonden bij Tivoli is gaan doen heeft het een enorme boost gekregen – dat doet hij gewoon beter dan ik.”

''Ik doe Le Guess Who? niet voor mezelf, maar voor mensen die iets anders willen horen. Dat idealisme gaat best ver, muziek is voor mij een soort tik’’

Verregaand idealisme
Gedurende ons gesprek vraag ik me af of muziek en het programmeren voor Gijsen naast een passie ook een soort obsessie is geworden. Zelf geeft hij dat ruiterlijk toe – maar verbindt er niet onmiddellijk negatieve conclusies aan.

“Ik ben zo’n liefhebber dat ik muziek altijd voorop stel en mezelf daarin weleens tekort doe. Er gaat enorm veel vrije tijd in het festival zitten. We zijn heel perfectionistisch, en enorme control freaks. Daar zit een achilleshiel aan – dat je moeilijk tevreden kan zijn bijvoorbeeld. Ik doe Le Guess Who? ook niet voor mezelf, maar voor mensen die iets anders willen horen. Dat idealisme gaat best ver. Muziek is voor mij een soort tik – nu ik met jou praat zit ik ook weer te luisteren naar wat er op staat. Die obsessie met muziek maakt het organiseren van het festival niet altijd makkelijker: we willen zoveel mogelijk geld in de inhoud stoppen. Soms loop je dan met je team achter de feiten aan. In plaats van een extra marketeer of producent in te huren gebeurt het toch weer dat we drie extra bands boeken”

Ik probeer met nog wat psychologie van de koude grond uit te vissen of je met al je perfectionisme en controledrang niet op moet passen voor de muur die je onherroepelijk tegen gaat komen. Gijsen hapt echter niet. “Als die muur er is, moeten we erdoorheen”, luidt zijn droge repliek. Een laatste vraag voor hij zich weer op de voorbereiding stort - is of hij zelf ook kan ontspannen tijdens het weekend. Het antwoord verrast me weinig. “Ik heb helemaal niet de rust om naar een heel optreden te kijken. Ik wil alle bandjes die spelen bedanken, en vragen hoe ze het vonden. Ik ben hun gastheer, en wil ze het gevoel geven dat ze thuis zijn. Dat betekent dat ik tijdens het festival zeventien locaties af fiets. Zondag is de ontlading, dan komt het besef dat het rond is en dat je het goed gedaan hebt. Dat is altijd een emotioneel moment.”