Rotary mixer: hype of trend?

Je ziet het steeds vaker in de dj-booth: een mengpaneel waarmee je de volumes bedient als knoppen op een gasfornuis. Kwalitatieve mixers hebben geen schuiven maar draaiknoppen, lijkt de trend. Dj’s zetten regelmatig de standaard Pioneer opzij voor de E&S, Rane, Bozak, Urei of een ander type ‘rotary’ mixer. Ruim twee decennia verdween de rotary van de radar, totdat onlangs de vraag naar draaiknoppen omhoogschoot en verschillende nieuwe modellen werden gepresenteerd, zoals Isonoe’s Floating Points mixer en de Rane MP2015. Vreemd, de kwaliteit van een mixer hangt toch niet af van de bedieningsmodule, zou je denken. It’s the inside that counts…toch? Tijd om eens dieper te graven. We spraken met housepionier Ron Trent, Floating Points (Sam Shepherd) en Isonoe’s audio engineer Justin Greenslade.

Nagenoeg overal ter wereld domineert het Japanse elektronicamerk Pioneer de booth. De dj-setup is al jaren standaard en bestaat uit twee CDJ’s, met in het midden de Pioneer DJM mixer, die wordt aangesloten op het geluidssysteem dat is afgestemd op de situatie in de club of van het festival. De geluidssystemen verschillen, maar de booth over het algemeen niet, hier is de apparatuur tegenwoordig nagenoeg volledig digitaal. Digitale muziek is na verloop van tijd de norm geworden, maar die trend lijkt nu doorbroken. Op sommige plekken, zoals eerder in club Trouw (de gigantische Rane), in Studio 80 (Allen & Heath V6) en ook op Somewhere In Amsterdam is dit eerder regel dan uitzondering.

Je ziet het steeds vaker: dj’s die de geluidsman inschakelen om de Pioneer weg te halen om plaats te maken voor een Allen & Heath [type] mixer of nog beter: voor zijn eigen draagbare E&S rotary mixer. House- en technolegende’s Kerry Chandler, Joe Claussell, Derrick May, Ron Trent en Theo Parrish zijn vaandeldragers van het mixertype en er ontstaat een steeds bredere belangstelling voor. De kwaliteit van de rotaries is een cult onder audiofielen en muziekpuristen, maar de nieuwsgierigheid breidt zich verder uit.

De allereerste mixer voor de dj-markt heeft draaiknoppen en is ontwikkeld door audio engineer Rudy Bozak: de Bozak CMA-10-2DL had rotary knoppen, oftewel roterende knoppen. Al snel volgde Urei met een eigen model, gebaseerd op de technologie van de Bozak. Ondanks dat dj-apparatuur is doorontwikkeld en tegenwoordig compleet anders functioneert dan de eerste modellen, zweren veel eerste generatie house en techno dj’s nog steeds bij het oorspronkelijke materiaal vanwege de uitstekende kwaliteit en hun affiniteit met de mixers.

Joe Claussel laat tijdens zijn sets de knoppen geen moment met rust. Hij mixt niet alleen, hij manipuleert zijn platen voor meer drama op de dansvloer. Ook Derrick May brengt continue met accenten meer variatie in de ritmiek van repetitieve techno tracks. Voor Ron Trent zijn de klassieke rotaries onmisbaar. “De ergonomie is anders dan die van een fader mixer. Rotaries zijn bedoeld om tracks met elkaar te vermengen, het werkt anders dan met cross-faders en eq’s, waarmee kun je knippen, plakken en filteren. Voor mij is dat niet waar het om draait, het gaat meer over volumebeheersing. Joe Claussel gebruikt de isolators bijvoorbeeld om ongewone accenten in de muziek te leggen, niet om de track te beinvloeden door de frequenties aan te passen. Larry Levan gebruikte het om meer drama in de muziek te brengen. Ik gebruik het om meer accent te geven aan de nuances in de tracks.’’

‘‘Ze zijn gemaakt van degelijk materiaal dat zorgt voor een optimale geluidsreproductie, in tegenstelling tot de meeste andere mixers’’

Het begin
De rotary werd ontwikkeld in de jaren zeventig, in een tijd dat clubben nog in opkomst was. Er waren maar een paar grote discotheken en die hadden meesterlijk geluid dankzij de hoogwaardige apparatuur. Audio engineer Rudy Bozak ontwikkelde de eerste dj-mixer. Het werd de standaard in Nicky Siano’s Gallery, Studio 54 en Paradise Garage kortom, in clubs die nu gelden als bakermat voor clubcultuur. Het was de club waar housepionier Larry Levan eind jaren tachtig met behulp van die Bozak zijn publiek bespeelde met zijn muzikale verhaal. Levan bespeelde zijn mixer als een instrument, met gevoel voor drama, en liet je zo houden van tracks waaraan je een hekel had op de radio. Alle tracks in de Garage klonken goddelijk, is de mythe. Was je er niet bij, zal je het nooit weten. “Urei’s en Bozak’s zijn veel warmer en krachtiger dan een gemiddelde dj mixer’’, vervolgt Trent. Ze zijn gemaakt van degelijk materiaal dat zorgt voor een optimale geluidsreproductie, in tegenstelling tot de meeste andere mixers. Een goede geluidskwaliteit is essentieel voor mij om mijn muziek over te brengen.”

De Bozak werd speciaal ontwikkeld voor grote geluidsystemen. Het was een loodzwaar en kostbaar bakbeest, met de beste componenten en transistors voor optimaal geluid. Handgemaakt en solide als een Zwitsers horloge. De makers hadden als doel om audio zo waarheidsgetrouw mogelijk te reproduceren. Een mixer is voor een groot deel bepalend voor de output, dus die moet zeker goed zijn. Mannen als Bozak zelf en ook de geluidsman van de Paradise Garage, Richard Long, waren gewend om te werken met hoogstaande studio apparatuur.

De handgemaakte mixers waren schaars en de schaarste bracht in de jaren negentig een mythe rondom de machine. Een aantal jaren na het overlijden van Rudy Bozak verdween het mixertype langzaam van het toneel. Bovendien groeide het aantal clubs wereldwijd en waren er simpelweg niet genoeg handen die de vraag aankonden. Kort daarna werden huiskamermixers ontwikkeld: de dj-mixer werd beschikbaar voor een bredere markt.

De Slider
Niet lang nadat de klassieke rotaries in gebruik waren, spongen meer fabrikanten op de dj-markt. Ze hadden de ambitie om betaalbare mixers te ontwikkelen om in de groeiende vraag te voorzien. De opgenomen muziek zo realistisch mogelijk krachtig te laten klinken op grote systemen was van secundair belang. De nieuwe mixers hadden niet dezelfde power en werkten ook prima buiten de club: thuis bijvoorbeeld. De nieuwe generatie dj’s zou niet meer per definitie leren mixen op fantastisch geluid in een club, maar in hun slaapkamer. Het betekende een andere dj-ervaring.

Toen eind jaren zeventig hiphop zich manifesteerde, nam de vraag naar schuiven en crossfaders om te kunnen cutten en scratchen toe. Een van de eerste bedrijven die een betaalbare dj-mixer op de markt bracht, was GLI. De PMX-serie werd populair en werd gebruikt door de eerste turntablist en hiphop-pionier Kool Herc. Het product leek erg op zijn voorganger, afgezien van het feit dat de draaikoppen waren vervangen voor schuiven en niet meer bestond uit dezelfde degelijke onderdelen als de Bozak, Urei en andere generatiegenoten. Producten worden altijd ontwikkeld voor een specifieke markt, zei audio-engineer George Stavropoulos eens tijdens een RBMA lecture. “Eten, auto’s, geluidssystemen. Eigenlijk worden alle producten in eerste instantie gemaakt voor een specifieke markt, niet om de beste te zijn.” Terwijl de dj-industrie groeide en groeide, zweerden sommigen bij de oude leest. Zij zagen geen verbetering in de nieuwe ontwikkelingen.

(Theo Parrish op de E&S 400)

De herintroductie
Jaren later, bijna tegelijk met de geboorte van de Pioneer DJM-serie, werd er ook een nieuwe rotary mixer ontwikkeld. DJ Deep en technicus Jerome Barbé ontwikkelden een nieuw apparaat dat moest klinken als de klassiekers, maar wel met een nieuwe kijk op zaken: de E&S rotary mixer. De 400 in de E&S serie werd het populairst. Het is een compacter, lichter type dat gemakkelijker vervoerd kan worden en simpel aan te sluiten is in de club. Kerri Chandler, Danny Krivit en Dimitri from Paris werden ambassadeurs en de mixer bleek erg geliefd onder dj’s en audiofielen. E&S is wederom handgemaakt en de wachtlijsten werden langer en langer.

Dit jaar introduceerde ook Floating Points zijn rotary mixer. De nieuwe analoge mixer werd ontwikkeld door Isonoe en integreert de technologie van de eerste dj-mixers. “Rotaries hebben een betere reputatie als het aankomt op geluidskwaliteit, het zijn meestal handgemaakte ‘boutique’ dj-mixers,’’ onderstreept audio engineer en ondernemer Justin Greenslade, die met zijn Isonoe analoge studio en dj-apparatuur bouwt en onderhoudt. Mixen met schuiven worden inderdaad geassocieerd met goedkoop gebouwde producten, met ingewikkelde en ondoorzichtige signaalpaden.’’ Greenslade ontwikkelde de Isonoe rotary mixer samen met Floating Points om zo het geluidssysteem in de Londense mini-club Plastic People te optimaliseren.

De mixer is het wapen van de dj, maar een zuivere geluidskwaliteit bereik je niet alleen met een goed mengpaneel. Zelfs al klinkt je mixer zo geweldig, je krikt er geen volledig geluidssysteem mee op. Niet veel clubs hebben zo’n geoptimaliseerde situatie als in de beginjaren, zegt George Stavropoulos audio engineer (o.a. Cocoon Club) tijdens een RBMA lecture. ‘‘Vaak zijn budgeten en mogelijkheden te beperkt, dus wat heeft de perfecte mixer voor zin? Een eenvoudig en overzichtelijk signaalpad is minstens zo belangrijk voor helder geluid: de weg die het geluid van goede naalden naar een goede mixer, naar de versterker en vervolgens de speakers aflegt. Een helder signaalpad, ondersteund met de juiste bekabeling en met voldoende voltage zodat het totale systeem stabiel kan draaien, is essentieel.’’

Vergelijking
Voordat Floating Points (Sam Shepherd) en Greenslade aan de slag gingen met de mixer, optimaliseerden ze het totale systeem, om ervoor te zorgen dat er in de output zo min mogelijk vervorming zou optreden. “We kwamen er achter dat de mixer de zwakste schakel was en besloten er zelf een te bouwen”, zegt Shepherd. ‘‘De Isonoe werd een rotary mixer, maar dat was geen noodzakelijke keuze. “Ik vind mixers met schuiven ook prima, maar ik geloof wel dat rotaries over het algemeen van betere kwaliteit zijn. De Bozak bijvoorbeeld mixt super mooi. Hoe de twee signalen samenkomen in de mix - je hoort nog steeds twee afzonderlijke stukken muziek, geen samensmelting, geen vervorming. Los daarvan werken de volumeknoppen optimaal en klinkt de mixer super mooi en warm.”

“Schuivenmixers worden over het algemeen geassocieerd met goedkope, in bulk geproduceerde apparaten, maar ik zie niet in waarom de schuiven op zich zouden zorgen voor een degradatie van de geluidskwaliteit''

Als Justin Greenslade nadenkt over de kwaliteitsverschillen tussen de mixertypes, kan hij geen eenduidig antwoord geven. “Schuivenmixers worden over het algemeen geassocieerd met goedkope, in bulk geproduceerde apparaten, maar ik zie niet in waarom de schuiven op zich zouden zorgen voor een degradatie van de geluidskwaliteit. Want waarom zou een schuifpotentiometer minder functioneren dan een draaipotentiometer? De technologie is identiek, behalve dat er bij de een sprake is van een lineair geleidende baan, bij de ander van een cirkelvormige. Penny & Giles is mogelijk de grootste fabrikant van potentiometers en zij gebruiken hetzelfde materiaal voor beide type faders, namelijk geleidend plastic amalgaam en platinum.”

Kennelijk is er geen absoluut technisch verschil en dat blijkt ook uit de uitzonderingen op de regel. Justin Greenslade noemt een aantal schuivenmixers die degelijk zijn. “Bijvoorbeeld de Matamp Supernova. Voor de prijs van die mixer kon je twee klassieke Bozaks kopen, dat wel...Die mixer werd gemaakt in opdracht van DJ Froggy, die voor het ontwerp van de mixer de legendarische Mat Mathias ingeschakeld schijnt te hebben. Mathias, oprichter van Matamp, fabrikant van versterkers en speakerkasten, zou voor het ontwerp op studiereis zijn gegaan naar de Paradise Garage voor een audiotour van Larry Levan. Andere voorbeelden zijn de Freevox Club6 mixer uit Frankrijk en de Dynacord SM8030 uit Duitsland.”

Dat de bedieningsmodule in essentie weinig zegt over de inhoud van een mixer blijkt ook uit de Rane MP2015. De mixer kwam begin dit jaar op de markt om het ‘rotary gat’ in de markt te vullen. In het gebruik en qua design heeft de MP2015 veel weg van de klassieke dj-mixers, maar de mixer is digitaal en wordt in bulk geproduceerd.

Conclusie?
Over het algemeen is er dus sprake van kwaliteitsverschil tussen de mixertypen, maar dat ligt eerder aan een traditie dan aan de mogelijkheden van de schuiven en draaiknoppen. We kunnen uit dit verhaal wel vaststellen dat de mixertypen ergonomisch absoluut verschillend zijn. De hiphop-turntablist zal voor het cutten en scratchen aangewezen zijn op de sliders, omdat die - ergonomisch - een vele hogere reactiesnelheid hebben dan een draaiknop. De traditionele club dj zweert het bij de lyriek van de klassieke mixers, zowel in het gebruik als qua geluid.

Een ding waarin de mixers absoluut overeenstemmen: het verhaal over zuiver geluid eindigt vrij snel wanneer de dj met de eq’s en volumes speelt. En dan komen de klassieke analoge mixers toch beter uit de bus. “Dj’s pushen de volumes, dat is nu eenmaal zo,’’ vervolgt audio-engineer Greenslade. ‘‘En hierop reageert een analoog pad beter dan een digitaal pad. Een goed ontworpen analoog signaalpad heeft best veel marge, met een progressief - sommigen zeggen zelfs prettig - clipping karakter. Een digitaal pad overstuurt lelijk en abrupt, wat pijnlijk is voor het gehoor.”

Greenslade trekt een parallel met de beste opname- en masteringstudio’s wereldwijd - het type studio waar voor miljoenen euro’s aan apparatuur staat. “Zelfs nu, in het tijdperk van de digitale muziek, zie je nog steeds dat die studio’s zijn aangewezen op analoge mixers en equalizers. Sterker nog, je ziet dat de hang naar klassieke analoge apparatuur alleen maar toeneemt. Ook in de opnamestudio. Waarom kiezen de geprezen engineers juist voor analoge hardware? Buiten dat, kun je een digitale mixer noemen die na verloop van tijd zijn waarde heeft behouden?”