Een interview met de illustrator van de iconische Thunderdome flyers

Midden jaren negentig begon ik met het verzamelen van gabber-flyers. Stiekem, want het mocht niet van mijn ouders. Kale koppen, glimmende trainingspakken in chemische kleuren, vlaggetjes op mouwen van bomberjacks en militaristische ritmes in met laser verlichte sporthallen. Dit was geen gezond referentiekader voor een tienjarige jongen uit Bloemendaal, althans, aldus mijn ouders. De flyers voor deze events, met afbeeldingen van duivels en naakte duivelvrouwen gehuld in schedels hielpen daar niet bij. En dus verstopte ik mijn kostbare verzameling in een grote tas, in een struik in de tuin, om op momenten dat ik alleen thuis was deze uitgebreid te bewonderen en na te tekenen.

Wat me zo aan de flyers fascineerde waren de verzadigde kleuren en uitgesproken illustraties. Achteraf gezien het logisch gevolg van een opvoeding met jaren tachtig cartoons en films zoals Ghostbuster, Indiana Jones, Robocop en G.I. Joe. De op de flyers vertoonde beelden kwamen uit horror, fantasy en science-fiction films. Genres waaraan ik toen al mijn hart aan had verpand. Ook was er overlap met de beeldtaal in de comic books die ik verzamelde. Kortom, de fantasie van het tienjarige jochie dat ik toen was, werd flink geprikkeld. Het was een liefde die niet meer zou overgaan.

Er was één flyer die met vlag en wimpel boven de rest uit stak. Die van de Earthquake-editie op 16 november 1996 aan de Hemkade in Zaandam. Gekocht van een klasgenootje voor vijf gulden. Op de flyer is een robot te zien, omringd door mechanische onderdelen van zijn masker, die in een wolk van elektriciteit om de robot heen zweven. Priemende oranje ogen contrasteren met het turquoise en blauwe dat de flyer overheersen. De robot zit ingekaderd in lijst die aan een elektronische interface doet denken. De informatie over het event staat in zware typografie genoteerd, de tijden in het lettertype dat we kennen van de digitale klok.

Airbrush
De robot op de flyer is een airbrush-illustratie van Victor Feenstra, verantwoordelijk voor het iconische Thunderdome-artwork, dat de cd’s en merchandise vanaf deel zeven tot en met 22 sierde. Toen ik de Earthquake flyer onlangs op Marktplaats tegen kwam, begreep ik dat het tijd was om Victor op te zoeken. Wie is de man achter het artwork dat inmiddels al drie generaties gabbers in hun greep houdt? Die voor gabbercultuur is wat ‘Pen & Pixel’ voor Rap is? Die met zijn over de top stijl een grote stempel drukte op de beeldtaal van de gabbersubcultuur? Na enkele keren heen-en-weer gemaild te hebben maken we een afspraak voor het interview en nodigt hij me bij hem thuis uit.

Als ik aankom bij het opgegeven adres denk ik even dat ik verkeerd ben. Het huis van Victor doet on-Nederlands aan. De Arco (Romaanse deurpost), de glas in lood ontwerpen (“zelf gedaan”) de Art-Nouveau inrichting en Zuid-Europese kleurstelling maken dat het eerder aan een Almodóvar-filmset doet denken, dan aan een Hollands herenhuis. Het contrasteert op alle mogelijke manieren met hoe ik me de wereld van Victor had voorgesteld.

Art-Nouveau
Tegenover me zit een Bourgondisch ogende man van begin veertig. Gehuld in wit linnen en sandalen, het haar nonchalant naar achter gekamd met een licht afwachtende houding. Behalve Thunderdome deed Victor ook artwork voor onder meer DJ Promo, Hellsound, de Happy Hardcore cd’s en Darkraver. We praten bij een goed glas wijn over Thunderdome, graffiti en zeer verrassend: de invloed van Art-Nouveau op zijn werk.

Feenstra: “Ik kom niet echt uit een kunstenaarsfamilie, wel was mijn opa technisch tekenaar, mijn moeder kon ook heel aardig tekenen. Ze ontwierp in haar jonge jaren behang. Tijdens mijn studies had ik moeite om me te concentreren. Ik was altijd aan het krabbelen, al van jongs af aan. Sommige ouders zeggen: ‘Je moet studeren, je havo halen en verder leren. Mijn ouders, vooral mijn moeder stimuleerde me om mijn eigen weg te zoeken.”

“Ik begon aan het Grafisch Lyceum Amsterdam en ging daarna naar de Kunst Academie Rotterdam (tegenwoordig Willem de Kooning Academie red). Die heb ik trouwens niet afgemaakt, te zweverig en te vrij. Ik was al veel aan het werk als freelance illustrator en grafisch ontwerper. Daardoor was de motivatie om te studeren niet zo groot. Ik heb altijd meer als grafisch ontwerper gewerkt dan als autonoom kunstenaar. Geef mij maar een strakke deadline, dan functioneer ik het best. Wat moet er komen? Oké, dat gaan we maken.”

‘‘Ik heb door mijn liefde voor graffiti weleens een nachtje vastgezeten’’

Bij een klein grafisch bureau in de Zaanstreek tekende Feenstra wenskaarten, T-shirt prints en illustraties voor Disney. Daarnaast deed hij airbrush- en graffiti-klusjes op winkelrolluiken of discotheekgevels. ‘‘Mijn interesse voor graffiti begon in 1985. Delta en Shoe waren de mannen waar mijn vrienden en ik tegenop keken. Dat is ook de eerste kennismaking met mijn grote liefde hiphop geweest. De eerste keer dat ik de documentaire Style Wars zag was onvergetelijk. Je hoort een drumcomputer en je ziet een trein voorbijkomen met kunst er op. Als je 15 of 16 bent dan is het wel van ‘wow wat is dat dan’. Dat geweld in die letters, dat was iets totaal nieuws. De vrije vorm en het bezig zijn met tekst in plaats van het tekenen van poppetjes, dat inspireerde. Ik heb door mijn liefde voor graffiti weleens een nachtje vastgezeten, maar toen was ik jong. In het begin ren je voor iedereen met een hond weg, maar als je ouder wordt ga je gewoon door. Tot het een keer een agent is, en dan is het zitten.”

Feenstra ontwikkelde steeds meer belangstelling voor airbrush, een uit de V.S. overgewaaide schildertechniek die meer weg had van werken met een tatoeëer-pen of mini-spuitbus, dan de traditionele penseel. Zijn broer had een vriend bij een autospuiterij in Amsterdam, en organiseerde de Custom Car Show waar waanzinnige Hot Rods en motors kwamen. ‘‘Daar zag ik voor het eerst iemand een airbrush-illustratie maken op zo’n Hot Rod. De techniek fascineerde me, dus toen heb ik gelijk zelf zo’n apparaat gekocht. Het boek Sexy Robot van airbrush artiest Hajime Sorayama heeft een grote invloed op me gehad. De effecten die je met airbrush kan maken, zoals flares en de kenmerkende verchroomde look, spraken ontzettend tot de verbeelding. Bij gebrek aan een Harley-tank of motorkap was als eerste de onderkant van mijn skateboard aan de beurt, en die was uiteraard elke week aan een nieuwe afbeelding toe.”

“In het begin van de flyertijd was het simpel: fantasy-boeken van artiesten als Boris Vallejo werden door alle design-bureaus gebruikt. Het Earthquake-figuur bijvoorbeeld, stond op de cover van een fantasy-boek (Bruce Pennington – Earthwork). Daar heb ik het hoofd van gebruikt en aangepast, dat werd de Earthquake-robot. Zo is veel van het artwork begonnen.”

“Ik haal sowieso veel inspiratie uit jaren zeventig fantasy. Mijn tekenleraar Ruth Pos op de middelbare school introduceerde mij aan kunstenaars als Rodney Mathews en Roger Dean. Dat zie je bijvoorbeeld ook terug in de Mysteryland-flyers, die zitten vol met elementen uit fantasy en Art-Nouveau. Of neem de duiveltjes van de Happy Hardcore reeks, die zijn weer geïnspireerd door figuren uit de boeken van Vaughn Bodé.”

Door Tim Albers, een van zijn graffiti-vrienden, werd Feenstra geïntroduceerd bij M-Design, de ontwerpstudio van 
Miles, de broer van
 Duncan Stutterheim. Het was Tim
 die de Wizard uit de 
Mode 2 (graffiti artist) 
graffiti omzette in een 
full-color airbrush, nadat 
deze afbeelding al op The Final Exam Flyer uit 1992 gebruikt was. Op een dag stonden Eric Keijer en Miles Stutterheim aan de deur met het verzoek of ik de volgende Thunderdome zou kunnen maken, dat was Thunderdome VII. Ik was al aan het freelancen maar vond weinig klik in de reclamewereld en de figuren die daar toen rondliepen. Muziek was mijn passie en deze opening was dan ook meer dan welkom.’’

Arcade
De eerste Thunderdome cd’s werden uitgebracht door Arcade Records. Arcade distribueerde de cd’s en ID&T organiseerde de feesten. ‘‘Ik denk dat ze uiteindelijk besloten hebben om geen ruzie te maken over de naam, maar om samen te werken en een platform op te zetten. ID&T had geen eigen distributie vroeger, dus Arcade was een goede partij om mee samen te werken. Hetzelfde met de flyers. Op een gegeven moment houdt het scannen uit boeken op. Op boeken zit copyright, dus je kan niet zomaar een kopie maken en dat op een cd plakken. Het was een beetje het Wilde Westen, het zou zomaar kunnen dat voor het gebruik van die artworks nooit rechten zijn betaald. Flyers verdwijnen op straat en dat zal nooit iemand zien, maar Boris Valeo op je cd is tricky. We hadden het meeste uit die boeken al eens ingescand, dus van daaruit kwam de vraag naar een duidelijke eigen identiteit en origineel artwork. We brainstormden, ik visualiseerde dan een eerste ruwe versie en vervolgens keken we of het werkte of niet.”

Het was een sterk team van creatieven en ze vulden elkaar goed aan. ‘‘Voor een kleine ontwerpstudio deden we echt heel veel in die tijd. We maakten websites, flyers, magazines (o.a. Thunder Magazine), videoclips, eigenlijk alles. Ik werkte daarnaast ook nog als Art Director voor ID&T, waar ik ook verantwoordelijk was voor een groot deel van het artwork zelf.”

‘‘Pa Stutterheim was degene die altijd de juiste catchy subtitel voor de albums vond”

Er zijn veel mooie anekdotes te vertellen uit die tijd. ‘‘Er schiet me er eentje te binnen wat betreft de Thunderdome ondertitels. Miles kwam dan met een ondeugende blik ‘s morgens binnengestormd en riep: ‘Ik heb hem! Caught In the Web Of Death’. Pa Stutterheim was degene die altijd de juiste catchy subtitel voor de albums vond.”

De keuze voor horror was logisch in het geval van Thunderdome, dat qua muziek bekend stond als hard en duister. ‘‘Wat mij altijd opvalt is dat er parallellen bestaan tussen gabber en de metalscene. Interessant om te zien bijvoorbeeld, is dat de gabber, net als een metalhead zich graag uit door middel van merchandising als T-shirts en accessoires. Dat komt eigenlijk in weinig scenes zo sterk naar voren als bij deze twee, en zie je zeker niet bij ander aftakkingen binnen de dance. Er zijn veel overeenkomsten tussen de twee scenes: que esthetiek, het is underground, afzetten tegen de gevestigde orde, enzovoort. Alleen gabbers hebben geen lang haar.”

“Het maken van het artwork begon met het zoeken naar thema’s. We keken naar horror en sciencefiction films. Childs Play met Chuckie bijvoorbeeld. We keken dan videobanden, op zoek naar shots en inspiratie om te gebruiken. Ik ben zelf geen echte horrorliefhebber, maar de creatieve vrijheid en de link met fantasy was natuurlijk heel fijn. Ik ben zelf veel romantischer en bijvoorbeeld eerder beïnvloed door het werk van naamgenoot Victor Horta. Dat zie je misschien het best terug in de vroege flyers van Mysteryland. Ik heb nu eenmaal een voorliefde voor architectuur, maar ook in de kunst zijn Horta en Alphonse Mucha fenomenaal. In Art-Nouveau zit ook heel duidelijk dat fantasy-element: de krul, de zweepslag. En die is vaak ook donker en luguber. Je ziet dat goed aan de cover van Best Of the Best Hardcore 100, daar is die zweepslag duidelijk zichtbaar.”

Het artwork van Thunderdome is volgens Feenstra vooral krachtig omdat ze alleen de essentie in beeld brachten. Daar waar je op een LP een hele geschiedenis kan afbeelden, biedt een cd slechts een canvas van twaalf bij twaalf centimeter. Het werd dus passen meten. Dat resulteerde in de iconische gecentreerde koppen met doordringende blik, die het cd rek uitspatten. ‘‘Soms schetste ik wat en maakte daar kopieën van, dan plakte ik daar weer wat van bij elkaar op zoek naar een compositie. Bij de Chuckie-schets zie je dat bijvoorbeeld ook, daar plakte ik pas later de hand met het mes op. In het begin was het allemaal met de hand op illustratie-karton, daarna ging dat via een digitale scan van het artwork en vanaf Thunderdome zeventien werd alles digitaal gedaan. Schetsen ben ik overigens wel altijd met de hand blijven doen.”

‘‘Onze drukker deed altijd zijn best om mooi drukwerk af te leveren, goed papier, mooie laklaag, mooi vernis''

Het waren de gouden tijden van de flyer. ‘‘Onze drukker deed altijd zijn best om mooi drukwerk af te leveren, goed papier, mooie laklaag, mooi vernis. Daarna kreeg je van die A5 flyer packs met veel tekst, die verzamelde niemand. Het resultaat dat iemand dat zo makkelijk kon distribueren en neerleggen in boetieks en platenzaken, daar ging de kunst er wel van af voor mij. Het drukwerk, spotvernis, opvallen door mooie en originele standsvormen, daar ging het ons om.”

Vanaf Thunderdome 21 tekende Feenstra meer filmische hoezen. In plaats van een statische afbeelding wordt er een scene weergegeven en wordt er besloten om van subtitels naar hoofdstukken te gaan. ‘‘Mijn idee was toen om hoezen met een begeleidend verhaal te maken, dat je bijvoorbeeld in het boekje kon printen of via de website lezen. Maar ik denk dat de tijd een beetje ‘op’ was. ID&T kreeg de wind van voren omdat ze als commercieel werden gezien. In die tijd waren ze gevoelig voor die kritiek, ik denk dat ook een verband werd gelegd met mijn kleurrijke platen. Dat moest opeens heel minimaal en underground, bijvoorbeeld de editie met compleet zwarte voorkant en enkel het logo. Maar dat miste in mijn optiek dat iconische dat de voorgaande Thunderdomes wel hadden. Ik hou nu eenmaal van uitbundig artwork, van het maken van een compleet product. Digipacks bijvoorbeeld: je hebt echt een klein kunstwerkje in handen. Mijn droom was ook niet om te exposeren, maar om een fysiek product te maken, een boek bijvoorbeeld.”

In de tijd van Thunderdome luisterde Feenstra zelf voornamelijk naar Pink Floyd, maar hij begreep de energie van gabber. In de vroege jaren was alles nog nieuw en alles wat nieuw is, is tof. ‘‘Het moment dat je voor het eerst een stroboscoop in de rook ziet, het hypnotiserende effect van het harde geluid, dat heeft impact. Mijn eerste housefeest was in de Waakzaamheid begin jaren negentig. Hiphop ging over in hip-house en acid. Humanoid met ‘Stakker Humanoid’ en ‘Rock To the Beat’ van 101 waren ooit mijn favorieten, daar heb ik zelf nog op staan springen.”

Tegenwoordig houdt Feenstra zich niet meer met fantasy of flyers bezig. ‘‘Rond het jaar 2000 besloot ik dat ik iets moest veranderen in mijn leven, ik was klaar met de patserige uitgaanswereld. Misschien had ik teveel gegeven, misschien ging het allemaal te snel, ik weet het niet. Mijn relatie ging uit en ook bij ID&T had ik aangegeven te willen stoppen. Het bedrijf veranderde snel en er kwamen veel nieuwe mensen bij. Ik denk dat het me te chaotisch werd en wist mijn plaats niet meer. Terwijl ik naar Amsterdam verhuisde stond mijn inboedel tijdelijk op de zolder van mijn moeder opgeslagen. Door een scheerspiegel die als loep onder het zolderraam de boel in de hens heeft gezet is alles afgefikt. Bijna al mijn kunst en werk uit mijn jonge jaren zijn helaas verloren gegaan. Daar was ik goed ziek van. Wonder boven wonder hebben een stuk of vijf Thunderdome-originelen de brand overleefd.”

“Wat betreft het werk voor Thunderdome: ik denk dat ik dat pas later ben gaan waarderen. Ik ben nu eenmaal een perfectionist en kan nu vanaf een afstandje kijken. Het was iconisch werk en past in de tijd. Ik denk dat ik in de belangrijkste jaren van ID&T meer dan mijn steentje heb bijgedragen aan het vormen van de identiteit. Nog steeds is het ID&T logo van mijn hand en ik ben daar zeer trots op.’’

‘‘Het leukste is eigenlijk de reacties en vragen die nog altijd komen... en een gesprek zoals vandaag met jou.....of als ik mensen tegenkom die zeggen: ik ben door jou gaan ontwerpen. Dat zijn leuke dingen. Dat mensen er zo in opgaan. Dat is natuurlijk wel een eer.’’

Tekst en beeld: Boris Postma